Dat je je miscommunicatie-uitleg hardop aan het oefenen bent. “Hij zei…, dus toen zei ik… dus toen antwoordde hij… waarop ik dus dach..”. En dat er dan iemand binnenkomt. En dat je dan abrupt stilvalt en na drie seconden nét iets te enthousiast/betrapt “hoi” zegt, terwijl diegene vandaag al ruim twintig keer is binnengelopen.