(Ongeveer vijf jaar geleden)

“Heb je die mail gezien, zullen we meedoen aan het onderzoek?” Een vriendin en ik studeren samen op de Vrije Universiteit in Amsterdam en we vinden het leuk om af en toe een centje bij te verdienen door mee te doen aan een onderzoek. Bovendien zijn het vaak ook leuke onderzoekjes die weer inspirerend kunnen zijn!

Van tevoren weten we nog niet zo goed waar we voor hebben ingetekend, dus dat maakt het leuk en mysterieus. Voor het onderzoek gaan we tegelijk een kamertje binnen. Daar staat een computer klaar waarop het onderzoek zo zal gaan starten. Ik ben benieuwd!

Ik vul mijn gegevens in, klik door de introductie en dan kan het beginnen.

Er verschijnt een scherm met daarop een overzicht met allemaal (getekende) spoorlijnen. Op deze spoorlijnen zijn zowel treinen als spoorwegseinen te zien die rood, oranje of groen gekleurd zijn. Het is de bedoeling dat ik treinen zo efficiënt en snel mogelijk van punt A naar B leid. Wel krijg ik steeds te horen: “het maakt niet uit wanneer het misgaat. Mocht je een sein per ongeluk op groen hebben staan, waardoor er twee treinen met elkaar in botsing komen… kan gebeuren. Het is maar een onderzoek. Doe echter wel je best!” Ik ga er eens goed voor zitten. Wat een leuk spelletje dit! Ik ben bezig met mijn eerste trein en zet een paar andere treinen op rood. Is dat handig? Hmmm, misschien niet zo efficiënt wanneer er treinen moeten wachten. Nou ja, ik ben toch even aan het oefenen. En weer die mededeling: “fouten maken mag, niets aan de hand!” Grappig dit zeg. Oh, deze trein gaat goed!! Ineens begint er links in mijn scherm iets te knipperen: een trein dreigt te botsen. Giechelig zet ik gauw het licht op rood. Hoe ga ik dit oplossen? Na een tijdje begin ik er handig in te worden. Het gaat heus niet altijd goed, maar het gaat vrij aardig. Een leuk onderzoek!

Wanneer het klaar is, ga ik naar buiten en word ik opgewacht door een van de onderzoekers. Ze stelt me een paar vragen over het onderzoek en enthousiast vertel ik mijn belevenissen. “Echt leuk!”

Wanneer mijn vriendin na haar onderzoek naar buiten komt, zie ik dat haar wangen rood gekleurd zijn. Ik lach en kijk haar blij aan. Zij heeft zich vast ook goed ingespannen!

Nadat ook mijn vriendin bij de onderzoeker haar bevindingen heeft gedeeld, is het voor ons tijd om bij te praten. Al snel blijkt dat we elkaar niet helemaal goed begrijpen. “Vond je het LEUK? Ik zat echt te stressen!” Ik: “Stress? Nee joh! Het ging inderdaad lang niet altijd goed, maar dat geeft toch niet?” – “Nou, ik vond dat juist wel heel erg hoor, het leek alleen maar slechter te gaan.”

Op een gegeven moment kijkt ze me met een schuin hoofd aan: “Vertel eens precies hoe de instructies bij jouw onderzoek waren?” Ik, verbaasd: “Nou, dat ik zo goed mogelijk mijn best moest doen, maar dat het niet uitmaakt wanneer ik een foutje maak.” Ze begint te lachen. “Aha, vandaar dat jij er zo ontspannen bij zat! Ik kreeg juist allemaal alarmerende waarschuwingen dat ik ECHT GEEN FOUTEN MOCHT MAKEN en dat ik met iets heel belangrijks bezig was. Dat het om echte treinen gaat en dat je hier HEEL SERIEUS MEE AAN DE GANG MOET. Ik heb een kwartier staan zweten en ik ben totaal niet ontspannen, hahaha.”

You gotta love science.

Op 18 februari 2017 gebeurde dit:

Wanneer we even later bij de halte aangekomen zijn, stappen we uit en komen we op het perron. “Wacht eens even… dit is niet de goede halte! Normaal moeten we links uitstappen, niet rechts! We moeten de volgende halte hebben!” We kijken elkaar aan en draaien ons om om weer in te stappen. Op dat moment gaan de deuren echter net dicht, waardoor wij heel knullig proberen onze arm door de deuropening te wurmen. Tevergeefs. Awkward. De metro rijdt weg en een beetje beteuterd kijken we hem na.

Dan zie ik ineens het licht. “Onee wacht! We moeten de tweede halte hebben. We zijn een halte te ver uitgestapt.” Giechelend lopen we richting de roltrap.

Op 13 maart 2019 gebeurde dit:

Ik ben onderweg naar dezelfde vriendin, die inmiddels op een andere plek woont in Amsterdam. In mijn Whatsapp zoek ik het bericht terug waar ze haar adres heeft gedeeld.

“Als je nou daar je auto parkeert en dan die tram neemt, dan is het nog 5 minuten lopen!” waren de super duidelijke instructies. Kan niet misgaan.

Auto geparkeerd: check. Tram: check. 5 minuten lopen: fail. Na zo’n 10 minuten kijk ik bedenkelijk nog eens naar het adres. Ooooo. O mijn God. Ik heb een “1” bij het huisnummer gedacht, waardoor ik dus 50 huizen te ver ben gelopen. In een straat in Amsterdam kan dat best een tijdje duren kan ik je vertellen ;).

Ik ben benieuwd welke datums en ‘verkeersblunders’ ik straks aan dit lijstje kan toevoegen 😉 Blijf je daar voorlopig nog even wonen, M?!

Het is dinsdagochtend 08:00 en de wekker gaat. We zijn deze week op Texel en vandaag komen er twee vriendinnen langs die een nachtje blijven slapen! Om half 9 staat de eerste voor de deur en om 10 uur halen we nummer twee van de boot. Gezellig! We kletsen wat bij en besluiten om daarna naar het juttersmuseum te gaan. In die negen jaar dat we nu op Texel komen, zijn we hier nog nooit geweest. En dat terwijl het het grootste juttersmuseum van de wereld schijnt te zijn!

Na het museum (inderdaad best groot, een aanrader als je op Texel bent!) fietsen we door naar het centrum van De Koog, waar we bij een bakker lekker even wat lunchen.

’s Avonds gaat mijn vriend weer naar huis en met de meiden gaan we naar het strand. We hebben het over van alles en nog wat. Zo gaat het gesprek die avond ook over oogafwijkingen. Één van de vriendinnen vertelt dat ze een oogafwijking van -9 heeft, kenonne! “Als je mijn bril ’s ochtends verstopt, dan maak je mij dus echt niet blij! Wanneer ik hem niet op mijn nachtkastje kan vinden, ben ik gewoon echt blind.” Dorinde antwoord lachend dat ze dat wel eens wil meemaken.

Bekijk bericht

Samen met een vriendin sta ik in de metro van Amsterdam. We zijn gezellig naar de film geweest en hebben een heerlijk avondje achter de rug. Na nog even gezellig gekletst te hebben, stopt de metro bij de halte waar mijn vriendin eruit gaat. “Kom je nog mee, of ga je naar huis?” Het is rond 21:00 en ik besluit dat ik lekker naar huis ga. We zeggen elkaar gedag en ik zoef weer verder met de metro.

Uit gewoonte pak ik mijn telefoon uit mijn tas om mijn vriend te appen hoe laat ik ongeveer thuis ben. Ik klap het hoesje open en start Whatsapp. “Nu onderweg! Ben denk ik rond 21:45 thuis.” Nadat ik het berichtje verstuurd heb, slaat mijn hart een beetje over. Hoezo heb ik dit niet eerder gezien?!

Heel casual stop ik mijn eeuwige reservetampon – die nu al 20 seconden tussen de achterkant van mijn telefoon en het hoesje geklemd zit – weer in mijn handtas.

Mijn zus en ik zijn allebei net klaar met werken en we meeten elkaar op Zaandam, waar mijn zus met de auto op me staat te wachten. Vanavond gaan we gezellig bij een vriendin in Amsterdam eten. Omdat we geen zin hebben om door de binnenstad te rijden en twintig euro per minuut te betalen, besluiten we om de auto op de P+R van Sloterdijk te parkeren. Nadat we de parkeermeter betaald hebben, lopen we het perron op en stappen de dichtstbijzijnde trein naar Amsterdam Centraal in.

Daar aangekomen lopen we richting de metro: om bij onze vriendin te komen moeten we een paar haltes reizen. “Jij weet waar we moeten uitstappen, hè?” vraagt mijn zus. We stappen de metro in en we kijken op het bord. “Ja, bij die halte moeten we er straks uit!” Ondertussen pak ik mijn telefoon en stuur ik een berichtje naar onze vriendin dat we in de metro zitten en dat ze ons zo kan verwachten.

Wanneer we even later bij de halte aangekomen zijn, stappen we uit en komen we op het perron. “Wacht eens even… dit is niet de goede halte! Normaal moeten we links uitstappen, niet rechts! We moeten de volgende halte hebben!” We kijken elkaar aan en draaien ons om om weer in te stappen. Op dat moment gaan de deuren echter net dicht, waardoor wij heel knullig proberen onze arm door de deuropening te wurmen. Tevergeefs. Awkward. De metro rijdt weg en een beetje beteuterd kijken we hem na.

Bekijk bericht