“Hoi mevrouw, heeft u de cijfers al??” Het is de eerste les na de herfstvakantie en de leerlingen kijken me vragend aan. Vóór de vakantie hebben ze een spraakopname gemaakt van hun zelfgemaakte Franse verhaal. In de vakantie had ik de schone taak om deze verhalen te beoordelen op creativiteit, uitspraak, tempo, correctheid van zinnen etc. Erg leuk, maar voor 75 leerlingen een flinke klus!

“Ik beloof dat ik de cijfers uiterlijk vanavond op Magister zet. Ik zal zelfs Expeditie Robinson skippen, zodat ik de laatste verhalen nog kan beoordelen. – Nou mevrouw, dat hoeft nou ook weer niet hoor. – Waarschijnlijk moet ik dit sowieso doen, mijn vriend wil namelijk de bètaversie van Fallout (een spel dat mijn vriend al jaren graag speelt op de PlayStation) spelen en dat valt precies tijdens Expeditie Robinson.” Waar de meiden mij vragend aan kijken, zie ik de jongens heftig knikken. “O ja, dat snap ik wel hoor mevrouw!! Die bèta blijft maar heel kort online, daar moet uw vriend wel van profiteren.”

Twee meiden achteraan steken hun vinger op. “Mevrouw, hoe oud bent u eigenlijk?” Ik moet lachen om hun vraag en ik besluit een beetje ‘mysterieus’ te blijven. “Mijn vriend is 30, dat hij nog steeds gamet zegt dus niet zo veel over de leeftijd. – Maar hoe oud bent u dan? – Ik ben jonger dan mijn vriend, over anderhalve week ben ik jarig. Wie weet zeg ik dan wel héél snel in het Frans hoe oud ik ben geworden. Houd je oren maar goed open de 14e!”

 

Leerling heeft wat langer haar en heeft het vandaag niet gekamd. Klasgenoot vraagt: “wat heb jij nou met je haar gedaan?” Leerling reageert vet droog: “nou niks. Vandaag mag je mij de luizenvader noemen.”

 

Bij een invalklas doe ik een kahoot. Omdat ik hun namen niet ken, zeg ik: “vul allemaal je eigen naam in, dan weet ik wie er straks gewonnen heeft!” Braaf verschijnen daar de eerste voornamen. Na een tijdje plopt “Je eigen naam” ertussen. Ik schiet in de lach en direct zoek ik de dader. Gevonden, voor mijn neus. Bijdehante, triomfantelijke blik in de ogen. Love my job.

 

Een paar meiden uit de bovenbouw hangen rond bij de kluisjes en staren ondertussen naar buiten. “Kijk, daar loopt m’n ex!” Haar vriendinnen kijken naar de jongen naar wie ze wijst en één ervan zegt bloedserieus: “dat kleintje?” Ik kan het niet laten om ook te kijken en schiet lichtelijk in de lach bij het horen van de verontwaardigde “nee, gek!” en het zien van ’s werelds kleinste en schattigste brugklasser.

“Bonjour tout le monde, on va commencer!” Het is tijd  voor een invaluur bij een brugklas die ik één keer eerder heb gezien. De leerlingen zijn enthousiast en doen leuk mee. Wel hebben ze een beetje moeite met het concept ‘vinger opsteken’. Ik leg het ze nog maar eens uit (#teacherlife).

Een jongen vooraan blijft herhaaldelijk door mij heen praten, dus op een gegeven moment wijs ik naar hem alsof ik een afstandsbediening in mijn hand heb. “Zo, jou zet ik even uit, goed?” Direct houdt hij zijn mond, top. Bekijk bericht

Samen met mijn schoonfamilie zit ik in het theater in Den Haag. De lichten zijn zojuist gedoofd en de eerste klanken van de Lion King beginnen. Vanuit de coulissen komen de prachtigste grote dieren opzetten en ik heb direct kippenvel bij dit mooie schouwspel. (Voor de mensen die nog heen gaan wil ik niet te veel in details treden). Iedereen kent uiteraard wel de scène waarbij het welpje Simba hoog de lucht in gehouden wordt door zijn ouders. Het is indrukwekkend om te zien, zo in combinatie met de prachtige muziek en het mooie gezang. Na een paar minuten is het liedje klaar en de klanken sterven weer weg. De zaal barst in hevig applaus uit: wát een opening! Ook ik ben enthousiast en ik heb ontzettend veel zin in de voorstelling.

Wanneer het applaus uiteindelijk wegsterft, wordt het in één klap donker op het podium. Verwachtingsvol kijk ik wat er nu gaat gebeuren. Op dat moment roept een kindje vooraan heel hard en verbaasd: “was dat het?!” Waarop het publiek opnieuw losbarst.

Bekijk bericht

Leerling, zuchtend: “mevrouw, dit kan ik echt niet hoor. Ik zou echt niet weten hoe je dit moet vertalen!”

Ik: “Nou nou, wat een zelfvertrouwen. Bij welke zin ben je?”

Leerling: “Ik moet zeggen: nee bedankt. Non is nee, dat weet ik, maar wat is nou weer bedankt?”

Ik, lachend: “Je weet niet hoe je moet bedanken in het Frans? Ik doe maar net of ik dat niet gehoord heb. Denk eens aan die chocola met een M?”

Leerling: “O, oja. Dus: non… milka?”

*Veegt op*

Bekijk bericht