Het is vrijdag 23 februari, de laatste lesdag vóór de voorjaarsvakantie. Slecht als ik ben heb ik in het allerlaatste uurtje van een klas een rekentoets gepland. Héérlijk. Niet per se een leuke afsluiting voor de leerlingen, maar voor mij zeer relaxt.

De rekentoets maken de leerlingen op de computer. “Als je klaar bent met de toets, ga je verder oefenen met hoofdstuk 11. Heb je een vraag, dan steek je je vinger op. Heel veel succes!” Na tien minuten steekt een leerling haar vinger op. Ik ben enigszins verbaasd, deze leerling vraagt namelijk nóóit wat. Ze is meer van het mopperen. “Ja?” vraag ik haar. “Het is toch ‘het’ figuur?” vraagt ze me bozig. Ze wijst naar haar scherm waar staat: “op de figuur kun je zien dat ……” Ik moet in mezelf lachen – niet per se een noodzakelijke vraag om te stellen tijdens de toets – en vertel haar dat het in deze context toch echt ‘de’ moet zijn. “Oké.” Ze gaat weer door.

Bekijk bericht

“Daar in lokaal 7 zit een docent. Zal ik aankloppen en het vragen? – Oké, ja. Ja doe jij nu het woord, doe ik het weer bij de volgende.” De deur gaat open en twee jonge leerlingen staan in de deuropening. “Hello madam, are you OK?” Verbaasd kijk ik ze aan, maar ik zit meteen in mijn rol. “I’m fine, thank you. How can I help?” Het meisje schraapt haar keel. “For our biology project, we have to collect some dirt. So in fact we have to scratch our sticks over the ground to find some dirt here. Is it ok if we collect some dirt from this classroom?” Met een lach zeg ik: “Random. Sure, go ahead!”

Hoewel ik het antwoord al weet, vraag ik geïnteresseerd: “Are you actually English?” Ze zijn ondertussen flink met hun wattenstaafjes in de weer. “No, we are Dutch, but we’re only allowed to speak English. Ok we’re done, thanks for the dirt! Have a nice day!” Ze sluiten de deur achter zich en ik hoor ze weer overstappen op het Nederlands. “Haha, die vrouw was wel grappig.”

Op school spreekt een leerling die ik niet ken me aan. “Mevrouw, weet u of meneer Jansen van Nederlands vandaag op school is?” Ik denk even na. “Nee, die is er niet op donderdag! Morgen is hij er weer. Ben jij er dan ook?”

Dit is misschien niet de meest snuggere vraag die ik ooit aan een leerling heb gesteld, haha. Vond die leerling blijkbaar ook ;).

Bekijk bericht

“Au revoir!” Het is 14:45 en ik zwaai net mijn laatste leerlingen uit. Vanavond begint de ouderavond om 20:15 en ik besluit op school te blijven. Voorwerken enzo.

Om 17:00 rijdt de schoonmaakster in de gang met een grote kar langs en even later stapt ze mijn lokaal binnen. Ik ben bezig met de laatste voorbereidingen van mijn brugklas en ik stel voor dat ik de stoelen nog even op de tafel zal zetten. Dit is echt een to do punt dat ik mezelf moet aanleren. “Au revoir tout le monde!” is snel gezegd, maar vaak staan de tafels nog in groepjes, moet ik eigenlijk de stencils nog ophalen en bij de laatste les vergeet ik vaak de stoelen op tafel te zetten. Tja, qua planning kan ik soms nog wel wat beter. Toch vind ik het niet erg om de stoelen nu zelf omhoog te tillen. Doe ik nog eens wat voor mijn armspieren. 

Om 18:00 loop ik richting de Vomar om een maaltijdsalade te halen. Ik ben tevreden over mezelf: ik heb alle lessen van morgen voorbereid. Tijdens het wandelen bel ik mijn vriend, die me zojuist een verontrustende maar toch wel erg grappige foto heeft gestuurd. “Gaat het daar? Is het echt zo erg??” Mijn vriend lacht. “Ja, helaas. De dikke bromvlieg heeft echt besloten om de zojuist geschilderde deur als landingsbaan te gebruiken. Hij is met zijn vleugel in de terpentine blijven hangen en heeft er een zooitje van gemaakt.” Stiekem kunnen we er wel om lachen.

Inmiddels ben ik straal voorbij de Vomar gelopen, omdat ik in de verte Albert Heijn vlaggen heb zien wapperen. Niks tegen de Vomar, maar ik heb zin in een maaltijdsalade van de AH en ik vind het wel lekker om een stukje te lopen. Mijn vriend is nog altijd aan de lijn en we hebben het over mijn toekomstige avond: dit wordt mijn eerste ouderavond. “Ik vind het toch wel een beetje spannend,” hoor ik mezelf zeggen, terwijl ik twijfel over een Marrokaanse couscous, de quinoa met spinazie en de zalm met dillesaus. Naast me zie ik dat een vrouw nieuwsgierig meeluistert en ik besluit het onderwerp mysterieus in het midden te houden, totdat mijn vriend vraagt: “heb je dan 10-minuten gesprekken?” en ik wel moet uitleggen hoe de avond in zijn werk gaat. Ik besluit de vrouw even goed in me op te nemen, zodat áls ze straks in het lokaal zit, we het in ieder geval kunnen hebben over de lekkerste salade: ik heb voor de couscous gekozen.

Nog 10 minuten dwaal ik rond in de Albert Heijn XL (“waar zijn nou toch die smoothies?”) en loop ik weer terug richting school. Ondertussen hangt mijn vriend ook op en gaat hij weer verder met de andere deuren.

De ouderavond verloopt even later prima: ik heb een fijne co-mentor die mij soepel meeneemt in het hele proces. Zo’n eerste ouderavond is toch best spannend, maar het gaat allemaal goed. Om 21:45 vertrekken de laatste ouders, glimlachend. De saladevrouw heb ik niet meer gezien.

Om 22:30 ben ik uiteindelijk thuis, waar ik ook nog even ouderavondje speel: James is aan het basketballen met mijn haarclipje (ah, daar is hij!) (“Sssst, papa slaapt!”) en Darcy rommelt wat in mijn schooltas (“kssst, van tafel!”).

Om 23:00 poets ik mijn tanden (ha! ik voel de armspieren!) en sluit ik deze blog af. Op naar een nieuwe dag! Wie weet hoe de deuren er morgen uit zullen zien.  Bekijk bericht

“Hee Laura, we komen nog iemand te kort en het lijkt ons prettig wanneer er nog een vrouw meegaat op kamp. Heb jij toevallig tijd volgende week?” Lastminute word ik door een collega op school benaderd of ik mee wil naar de Ardennen. Hij overvalt me een beetje, maar direct voel ik: ja, hier heb ik wel zin in. Na even in mijn agenda te hebben gekeken, besluit ik dat ik mee wil gaan. Top!

Op dinsdagochtend is het dan zo ver. We verzamelen we met zijn allen op school: een groep van 52 leerlingen en 7 docenten. Vooraf heeft iedereen een boekje gekregen waarin precies staat wat ze mee moeten nemen: een tent, matje, slaapzak, brander, eten, bestek, bord, beker, warme kleding, oude kleding etc. Die ochtend staan er dan ook méga veel spullen bij elkaar.

Aangezien ik geen enkele bijeenkomst heb bijgewoond en hetzelfde leerlingenboekje in mijn handen geduwd kreeg (“hier staat op wat je mee moet nemen!”), ging ik er van uit dat de inpaklijst ook voor mij zou gelden. Thuis zocht ik dan ook al mijn kookgerei bij elkaar en via mijn moeder regelde ik de slaapspullen. Gelukkig weet ik dat ik in een caravan zal slapen, maar de bijnaam tokkietrailer belooft weinig goeds. Voor de zekerheid neem ik mijn matje maar mee.

Bekijk bericht