“Tante Laura, wil jij zo alsjeblieft nog een verhaaltje voorlezen?” Mijn neefje staat naast me en kijkt me vragend aan. “Dat is goed, lieverd. Als jij zo na het douchen keurig met je pyjama in bed zit, kom ik een verhaaltje voorlezen. We spreken dan wel af dat je gaat slapen als het verhaaltje uit is, goed? – Ja, dat is goed.”

Tien minuten later kom ik boven en zit meneer er klaar voor. “Zo, welk boek heb je uitgekozen? – Deze!” En hij wijst naar Waar is Wally. De slimmerd.

Een hartstikke leuk boek natuurlijk, maar ‘nog even gauw voorlezen’ is er op deze manier niet bij. We sluiten een compromis dat we Wally drie keer moeten vinden (oké oké, plus de tovenaar) en dat we dan stoppen. Gelukkig zijn tantes van mijn generatie ook met Wally opgegroeid (“pssst, ik zie ‘m al hoor!”) en kunnen we het boek na zo’n 10 minuten weer dicht doen. “Slaap lekker!”

Bekijk bericht

Mijn vriend en ik maken een avondwandeling en we komen twee jongens tegen die aan het skelteren zijn. Het loopt tegen achten en één van de jongens wordt geroepen om binnen te komen. “Nou, tot overmorgen hè! – Huh, nee hoor, tot morgen! Ik zie je toch op school? – Oja!!” De jongen lacht: “dat zou toch wat zijn, als ik je pas overmorgen zou zien. Dat zou betekenen dat we niet naar school hoeven!” De andere jongen antwoordt lachend: “ja! Maar ik vind school helemaal niet zo erg hoor. Weet je hoe ik school doe? Ik kijk naar de klok tot het 10 uur is, dan eet ik mijn koek. Om 12 uur kunnen we lekker buitenspelen en daarna wacht ik tot het 2 uur is. Dan is het alweer bijna tijd!! Moet je maar eens proberen.”

Bekijk bericht

Vier jonge Vlaamse meisjes (van een jaar of 10) staan in de rij bij de afschiettoren. “Wat zijn we klein hè, zo tussen al die grote mensen!” De meiden kijken om zich heen (en omhoog naar mij) en bevestigen dat ze inderdaad best mini zijn. Één van de meiden kijkt angstig omhoog naar de attractie: “ja, ik weet ook eigenlijk niet of ik wel durf hoor. Kan ik anders niet gewoon kijken?” Een ander meisje zegt stellig: “Nee, nu zijn we hier al geraakt, we gaan er nu ook gewoon met z’n allen in hoor! Anders ga jij in het midden.” Een ander meisje zegt weer: “nou, ik durf eigenlijk ook niet aan de zijkant…”

De volgende minuut wordt er flink steen, papier, schaar gespeeld. Het angstige meisje moet uiteindelijk toch aan de zijkant. Bang kijkt ze omhoog. “Waarom vinden mensen dit leuk?” Haar vriendinnen slaan een arm om haar heen. “Als je echt niet wil, hoef je niet hoor. Maar we doen dit samen. Zodirect gaan we lekker friet eten en dan is het weer voorbij.”

 

Het is 18:30, mijn vriend doet de afwas en ik trek mijn jas aan om de deur uit te gaan. Voordat ik wegga, denk ik hardop: “hmm, ik moet eigenlijk nog even langs de supermarkt. Ik heb niks lekkers om als tussendoortje mee te nemen naar het werk en mijn beleg is ook op. Ik heb vandaag dus maar jám gegeten.” (Niks tegen jam, maar doe mij maar lekker wat hartigs op brood). Mijn vriend is druk met de borden bezig en antwoordt: “ja, dan moet je even kijken of je dat redt met de tijd!”

Die avond kom ik thuis, hang ik mijn jas aan de kapstok en loop ik de kamer binnen. Op het aanrecht staat een potje met jam. “Huh, hoezo staat daar jam?” Mijn vriend kijkt me lief aan: “ja ik heb jam voor je gekocht! Dat wilde je toch?” HAHA ahhhh, wat is het ook een schatje. Ik vergeef hem direct dat hij vergeten is een tussendoortje te kopen.