Terugreis naar Reykjavik: The Golden Cirkel

De laatste ‘reisdag’ is aangebroken, tijd om weer richting Reykjavik te vertrekken! Vandaag staat onder andere de ‘Golden Cirkel’ op het programma: een kort rondje door de highlights van IJsland wat je dus ook tijdens een weekendje Reykjavik al kunt doen!

We rijden van Stóra-Mörk naar Geysir, de eerste stop van de Golden Cirkel. Door Geysir noemen we een geiser een geiser, het is the big mama onder de geisers. Wanneer we aan komen rijden, zien we al enorme stoomwalmen bewegen, gaaf! We parkeren de auto en lopen tussen de kleine, borrelende warme bronnen. Overal wordt met thermometerplaatjes en betreden-op-eigen-risico-bordjes gewaarschuwd voor de hete temperaturen. Geysir is al sinds 2003 niet meer echt actief geweest. Daarvoor kon hij wel 122 meter water spuiten, wow! (Wikipedia is my friend here). Stiekem heb ik Geysir natuurlijk met een intense blik aangestaard om zo toch een klein fonteintje af te dwingen. Helaas, het bleef bij een beetje gepruttel.

Verderop ligt Strokkur, een veel kleinere geiser die wel actief is! Rond elke 3 minuten spuit hij water in de lucht, dat kan wel tot 30 meter hoogte. Mijn vriend heeft er precies een mooi filmpje van kunnen maken. Ik vond dit een heel indrukwekkende plek!

Met een coffee to go rijden we vervolgens door naar de beroemdste (en onze laatste) waterval van IJsland: Gullfoss. Het mooie van deze waterval is dat het in twee lagen naar beneden stroomt, het is net een enorme trap. We lopen hier een klein beetje rond en stappen dan weer in de auto. Vandaag moeten we de tijd een beetje in de gaten houden: voor de huurauto’s werken ze hier met een 24 uurs-systeem, waardoor we om 15:30 weer in Reykjavik moeten zijn.

Onze laatste stop voor Reykjavik is park Thingvellir, een heel mooi en beroemd Nationaal Park. (Hier zijn ook beelden van Game of Thrones opgenomen, voor de kenners: wanneer The Hound met Arya Stark tussen de kloven loopt). Het bijzondere van Thingvellir is dat er hier een heel duidelijke scheiding is tussen de Noord-Amerikaanse- en Europese continentale plaat. Toen we hier waren, begon het een beetje te regenen (ik heb hier heb ik voor het eerst mijn regenbroek aangehad. Hoera! Niet voor niks gekocht!), waardoor er een beetje een grauwe lucht hing. Ik vond dat echter juist wat toevoegen, het maakte het heel magisch ofzo. (Kijk, zo kun je elk weertype de hemel in prijzen ;))

Om half 4 leveren we de auto in lopen we terug naar het centrum van de stad, waar ons hotel ook is. We besluiten die avond sushi te eten, lekker! Om de kosten een beetje te drukken kiezen we voor een menu van de chef, waardoor we leuk verrast worden met lekkere maki’s en nigiri’s. Love sushi!

Sneeuwscooteren op de gletsjer!

De volgende ochtend staat er iets heel tofs op de planning, een mooie finale van onze reis: een sneeuwscootertocht op de gletsjer Langjökull. Om 10:00 worden we in het hotel opgehaald door een superjeep van de organisatie Mountaineers of Iceland. Mijn mond viel denk ik net niet open, wat een ding hee! Op straat worden we flink nagekeken 😉

Even later stapt een Amerikaans gezin bij ons in de jeep en vervolgens rijden we direct door naar de Gullfoss (ja, daar waren we gisteren inderdaad ook!), vanaf hier zullen we de gletsjer op gaan rijden. Bij de waterval stoppen we voor een kleine pauze en ik maak er even een flinke show van om uit te stappen. (Nee okee dat ging niet per se expres, maar de opstap was gewoon echt mega hoog haha).

Zo’n twintig minuten later rijden we weer verder. Vanaf hier gaan we echt offroad: dit is het laatste stukje berg voordat de gletsjer begint. De chauffeur laat wat lucht uit de banden lopen en HOP, daar gaan we. BOUNCE, HOBBEL, POK, BOINK…… wat ben ik blij dat ik een reispilletje heb ingenomen!!! (Ik heb een klein beetje last van wagenziekte). Na een kwartier komen we aan bij een grote berghut waar we ons kunnen omkleden. (Leuk detail: de winterberghut zijn we 10 minuten geleden al gepasseerd, in de winter begint de gletsjer natuurlijk al op een veel eerder punt. Nu is het een zomergletsjer ;))

Na ons in ons pak gehezen te hebben, stappen we in een enórme bus. In deze bus zitten ook veel anderen, gelukkig gaan zij met een andere groep mee. Het moment dat we echt op de gletsjer komen is wel heel speciaal, overal sneeuw en ijs om ons heen! De scooters staan al stoer opgesteld en na een korte uitleg gaan we op pad. Omdat het zomer is, smelt het ijs behoorlijk snel. Om deze reden moeten we in het begin goed achter de gids aanrijden, wanneer we echt op een sneeuwvlakte komen mogen we wel ‘los’ rijden. Ik klem me stevig vast aan de rug van mijn vriend: het is toch best wel spannend! Je moet vooral goed meeleunen in de bocht, gelukkig gaat ons dat wel goed af. Mensen achter ons daarentegen lukt het iets minder…. na een tijdje stopt de stoet massaal omdat er een stel is omgevallen. De gids gebaart ons dat we moeten blijven wachten en hij helpt ze weer overeind. Hop, daar gaan we weer!

Met zo’n 40 km/u zoeven we over de gletsjer en ik merk dat er echt een dikke lach op mijn gezicht geplakt zit. WOW, wat is dit cool!! Even later vallen de mensen opnieuw, ahhhh. Deze keer lukt het niet om de sneeuwcooter aan de praat te krijgen. Samen met de anderen stoppen we op de gletsjer en is het voor ons tijd om foto’s te maken. De tweede gids, die achteraan meereed, gaat met een man terug om een nieuwe scooter te halen.

Na een kwartiertje zijn ze weer terug en zoeven we weer door. Nu is het mijn beurt om voorop te zitten, gaaaaaaf! We zoeven achter de gids aan en ik heb echt de tijd van mijn leven. Na een tijdje maken we een bocht en komen we weer uit bij de scooter die we hebben achtergelaten. De gids stapt af, probeert hem weer aan de praat te krijgen en… het lukt! Hij wijst mijn vriend aan: “ga jij er maar op!” OMG YES OKÉ GEEN PROBLEEM JOTTEM WOW NU MAG IK ALLEEN!!! Ik heb me nog nooit zo mans gevoeld.

Na zo’n anderhalf uur is het voorbij en dit was echt zooooo gaaf! Wat mij betreft een prachtfinale van de vakantie!

IJsland is fantastisch! Hopelijk heb ik jullie een beetje overtuigd en vonden jullie het leuk om te lezen. Ik ben blij dat ik het allemaal heb opgeschreven: niet alleen scheelt me dit nu vakantieverhalen te vertellen (haha nee hoor, maar toch is het leuk om nu alle details gedeeld te hebben), maar het is ook heel leuk om er weer van na te kunnen genieten! 😀

Skaftafell

Na de mooie vuurwerkshow van gisteravond slapen we deze ochtend een beetje uit en rond 9 uur gaan we ontbijten. Vandaag hebben we een vrije dag in Skaftafell en we besluiten om naar het National park te gaan om te gaan wandelen. Het is voor het eerst dat we entreegeld moeten betalen! Even later lopen we over een heuvelachtig landschap om weer een waterval te bekijken. Inmiddels hebben we er heel wat gezien, maar die grote jongens blijven toch wel gaaf om te zien. De wandeling is erg mooi, nog altijd met het uitzicht over de gletsjer!

Na de wandeling besluiten we om lekker te gaan relaxen bij het hotel, er is niet zo veel anders te doen in deze omgeving. We lunchen op het grasveldje voor onze kamer (dit was de goedkoopste lunch van de hele vakantie, haha) en chillen in de zon. Het is echt warm vandaag, zo’n 17 graden! De rest van de dag was een lekker kneuterig thuisblijfdagje, door naar de volgende!

 

Van Skaftafell naar Stóra-Mörk

Onderweg naar onze volgende bestemming bezoeken we eerst Vík, waar we een tussenstop maken bij The Soup Company voor een lekker soepje. (Zo blij met tripadvisor, deze was echt heerlijk!) Vervolgens rijden we door naar Dyrhólaey (oké, met deze uitspraak had ik wel echt moeite ;)), een vogelrots waar papegaaiduikers zitten. De informatie bij onze reisbeschrijving gaf aan dat deze puffins hier tot begin augustus broeden, dus het was een beetje spannend of ze er nog zouden zitten! Gelukkig wel, ze zijn zooo schattig! Dit is weer een mooie check op mijn IJslandbucketlist :). Ze roetsjen lekker snel heen en weer tussen de rotsen en de zee, cute!

Na deze rots bezoeken we weer twee beroemde watervallen: de Skógafoss van 60 meter lang en de Seljalandsfoss, eentje waar je achterlangs kunt lopen.  Voor deze laatste waterval moesten we wel eerst een parkeerticket kopen van 750 kroon (zo’n 6 euro), die we vervolgens voor onze ruit moeten leggen. Een man die net weer in zijn auto stapte gaf me zijn kaartje, super lief! Helaas ging het vervolgens een beetje mis: ik stopte het kaartje achter de ruit, deed de deur dicht en liep weg. Omdat er enorm veel wind staat, wilde ik toch even checken of ik het kaartje echt goed had neergelegd. Ik liep weer terug naar de voorruit: “HUH, waar is het kaartje nou gebleven?!” Mijn vriend en ik hebben vervolgens zo’n 5 (ja echt) minuten om de auto en op het parkeerterrein rondgelopen om het kaartje te zoeken. Weggewaaid terwijl ik de deur dicht deed. ZO stom. Uiteindelijk kopen we toch maar een nieuw kaartje en gaan we naar de waterval. Omdat het dus zo hard waait, bedanken we voor de eer om achter de waterval langs te lopen: de mensen zijn doorweekt hahaha. Wij vinden het al heel leuk om er dichtbij te staan, wat een geweld! “Be careful with the wind!!” zei ik vervolgens tegen de vrouw aan wie ik mijn kaartje gaf 😉

Aan het einde van de middag rijden we finaal langs ons volgende adres, waar we 30 kilometer later achterkomen. “Nu we toch verkeerd gereden zijn… er is hier wel een supermarkt, moeten we iets meenemen voor vanavond? – Nahh, ik heb zin in warm eten.” Na een half uur komen we aan bij Stóra-Mörk, een leuke boerderij waar ze een guesthouse van hebben gemaakt. “We don’t have a restaurant, but you can cook your ownn meals in the kitchen here.” O, faal. Hadden we dus wel zelf warm eten kunnen maken, hahaha. “Where is the nearest supermarkt or restaurant? – It’s about 30 kilometers from here, in Hvolsvöllur.” PRECIES WAAR WE NET VANDAAN KOMEN. Haha, dubbel faal. Uiteindelijk toch maar die kant op om in een restaurantje te eten 😉 Morgen gaan we alweer terug naar Reykjavik, het einde van de vakantie is (helaas!) in zicht.

Wordt nog één laatste keer vervolgd! 🙂 

’s Ochtends zie ik de restanten van ons Yahtzeetoernooi nog liggen en even overweeg ik om zout in de melk van mijn vriend te gooien, maar ik besluit uiteindelijk sportief om me er maar bij neer te leggen.

Na een lekker ontbijt (ik val in herhaling merk ik, maar het eten in IJsland is echt prima verzorgd – mag ook wel voor die prijs ;)) pakken we de koffers weer in (routine inmiddels!) en vertrekken naar onze volgende bestemming.

Van onze overnachting zijn we al een beetje ‘gewend’ aan het uitzicht op de gletsjer, waardoor we weten dat vandaag een prachtige dag zal worden. We rijden richting onze eerste stop: het ijsmeer Jökulsárlón. Zo mooi!! De ijsschotsen liggen fotogeniek in het meer en we horen ze zachtjes kraken. Doordat het nu zomer is, breken de schotsen zachtjes af door de warmte. Soms drijft er eentje langs, gaaf om te zien! In de winter zal het er hier heel anders uitzien, wanneer het hele meer bevroren is en de schotsen reusachtig groot zullen zijn. Toch is dit ook echt indrukwekkend!

Na een tijdje in het gebied rondgelopen te hebben en ook bij het zwarte strand te hebben gekeken, rijden we weer verder. Onderweg fotograferen we er op los en zien we de ene gletsjertong na de andere.

Omdat er in deze omgeving verder niet ontzettend veel te doen is, komen we al vrij snel (rond 13:00) aan in ons hotel. De receptioniste keek ons verbaasd aan dat we al wilden inchecken. “Waar komen jullie nu vandaan? O, dan begrijp ik dat jullie al hier zijn!” Ze vertelt dat onze kamer rond 16:00 klaar zal zijn en we besluiten om te gaan wandelen in het prachtige gebied rondom het hotel, de gletsjer Vatnajökull ligt immers zowat in onze achtertuin!

Wanneer we ’s middags kunnen inchecken in het hotel, zien we dat er vanavond een vuurwerkfestival is bij het ijsmeer. Gááf! Blijkbaar is dit een jaarlijkse vuurwerkshow, waarbij de IJslanders vanuit het hele land deze kant op komen om deze te bekijken. Laten wij nou net hier zijn, wat een toeval! De show begint vanavond om 23:00, waardoor we nu nog even lekker de tijd hebben om in de bar een biertje te drinken en rustig te gaan eten in het restaurant.

(…)

Om 22:00 komen we weer aan bij het ijsmeer, waar het inmiddels al gezellig bedrijvig is. Een politieagente staat bij het parkeerbeheer en maakt bij het zien van mijn gezicht een inschatting of ik een toerist ben of een IJslander. “Íslensku?” vraagt ze me uiteindelijk vragend. (Geen belediging, het zijn mooie mensen in IJsland! ;)) Lachend schud ik mijn hoofd en geeft ze me in het Engels de parkeerinstructies.

Op de ijsschotsen hebben ze overal waxinelichtjes geplaatst, waardoor het een romantisch geheel is! Wat we ook grappig vinden, is dat de formatie van de ijsschotsen er nu alweer heel anders uitziet dan vanmorgen.

Het is nog net niet helemaal donker en we besluiten om even een warme chocolademelk te gaan drinken in het cafeetje. Een kwartier voordat de show begint, zoeken we een mooi plekje. Het vuurwerk is echt prachtig en uniek zo op deze plek! Het geluid galmt prachtig door in de bergen. Waarschijnlijk komen we hierna nooit meer op zo’n mooie vuurwerklocatie 😉 De show duurt ongeveer drie kwartier, waarna we weer in een enorme stoet (wow, ik heb in IJsland nog niet eerder zoveel auto’s achter elkaar zien rijden, haha) richting het hotel vertrekken. Slaap lekker!

Vandaag combineer ik twee reisdagen, omdat er op deze dagen net even wat minder gebeurde dan de vorige dagen! Enne… zo zijn we in december ook klaar met de reisblogs, haha 😉 

Van Langavatn naar Egilsstadir

We ontbijten voor de tweede en laatste keer in het leuke gasthuis (guesthouse vind ik toch net wat lekkerder klinken) in Langavatn en gaan vervolgens op pad richting Egilsstadir. In de reisbeschrijving lezen we dat we vandaag een flink stuk in the middle of nowwhere in een soort woestijnlandschap zullen gaan rijden, dus dat we met een volle tank en een voorraad drinken en eten op pad moeten. Okee dan! Bij een tankstation vullen we de benzine aan en slaan we wat lekkers in.

Voordat we in de woestijn gaan rijden, gaan we eerst nog langs Dettifoss, een beroemde waterval in IJsland. Omdat we van gisteren nog wisten dat een bepaald stuk weg niet goed begaanbaar is, besluiten we om een klein stukje om te rijden, waardoor we echt in het uiterste Noorden (bij Husavik omhoog) van IJsland komen te rijden. Het gevolg hiervan is wel dat we even later over een nóg veel groter stuk onverharde weg moeten rijden, oeps… Met onze Renault Clio gaat het allemaal net, maar 40 km door een poreuze weg vol met kuilen (en soms ook echt dikke joekels) is wel een uitdaging. Terwijl ik in strijd ben met de weg, leest mijn vriend rustig verder in zijn e-book, hahaha. Eenmaal bij de waterval aangekomen is onze auto echt niet meer te herkennen: hij was spierwit, nu poepbruin 😉

De waterval is enorm wild en we kunnen heel dichtbij komen, zo gaaf! Er zijn een paar mensen die hier dankbaar gebruik van maken en een selfie blijkbaar belangrijker vinden dan hun leven. Ik zag de krantenkoppen al voor me: ‘stel valt in waterval in IJsland door selfie.’ “Wij gaan hier wel staan!” zeg ik tegen mijn vriend. Ook een prima selfie geworden 😉

Het woestijnlandschap is even later heel mooi, leuk om weer een ander stuk van het land te zien. Vandaag stoppen we onderweg eigenlijk niet zo veel (behalve voor de eeuwige soep van de dag bij een tankstation) en in de namiddag komen we aan in Egilsstadir. We krijgen een losse chalet en slapen hier één nachtje. De ‘tuin’ van onze chalet bestaat uit tuinkabouters in de vorm van de zeven dwergen, haha. In IJsland hebben ze echt iets met sprookjesfiguren, zo grappig! We besluiten om in de lounge van het hotel een Happy Hour biertje te drinken en ’s avonds eten we in het restaurant van het hotel. Ik ga helemaal los op de saladebar #Nederlander #lekkeropscheppen 😉

 

Van Egilsstadir naar Hornafjördur

De volgende ochtend komen we zowaar wat Nederlanders tegen bij het ontbijt (niet te missen, twee super lange mannen) en gaan we weer vroeg op pad richting de volgende overnachting. We rijden eerst nog langs Seydisfjördur, een super idyllisch stadje dat aan het einde van een fjord ligt. Om hier te komen rijden we op een eenrichtingsweg door de wolken. Het stadje ligt in een dal, omringd door allemaal kleine watervalletjes. In het centrum van het stadje ligt een klein meer waar de huisjes heel mooi omheen gebouwd staan, we zijn onder de indruk!

Rond 10:00 rijden we weer terug langs Egilsstadir, waar we bij een echte Amerikaanse diner even stoppen voor een koffie. Jukebox, Elvis Presley poster, rode banken op een zwart-witte tegelvloer: it’s all there! Grappig om die Amerikaanse invloeden terug te zien in IJsland!

In het Oosten rijden we nu flink door de bergen, wat soms best wat spannende tegenligger-taferelen oplevert. In IJsland zijn er heel veel kleine bruggetjes waarbij je maar met 1 auto tegelijk overheen kan. Soms zie je pas last-minute of er een tegenligger aankomt, dat is al een keer bijna misgegaan!

Onderweg moeten we echt super nodig naar de wc, maar er is hier geen tankstation of restaurant te bekennen. Godzijdank staan er af en toe dixies langs de weg en we juichen hardop als we na een tijdje weer een dixie-plek op een verkeersbord zien. Grappig feitje: het was hier heel druk, haha.

We lunchen in Djúpivogur, een schattig havenplaatsje. Wanneer we weer verder rijden richting Höfn, krijgen we voor het eerst een klein stukje van de grootste gletsjer Vatnajökull in zicht, zo gaaf om ineens een witte gletsjertong te zien liggen!

We stoppen nog even in Höfn, waar we prachtig uitzicht hebben op de bergen. ’s Avonds slapen we in Hornafjördur, opnieuw in een houten chaletje. Geen tuinkabouters deze keer, maar wel een prachtig uitzicht op de gletsjers. Top! ’s Avonds verlies ik helaas wel keihard een Yahtzeetoernooi… 😉

Vandaag wordt een intensieve reisdag: we gaan van de noordelijkste provincie Chiang Rai naar het zuiden. In Nederland kun je prima van het noordelijkste puntje naar het zuidelijkste puntje met de auto rijden. In Thailand is dat echt onmogelijk om in een dag te doen. Veel toeristen kiezen voor een route met een nachtbus of nachttrein, maar daar kiezen we dit jaar niet voor.

Om 07:30 worden we in Chiang Rai met de taxi opgehaald. Onze buren moeten ook naar het vliegveld, dus we delen de taxi. Op Schiphol moet je minimaal 3 uur van te voren aanwezig zijn, in Thailand is dat echt niet nodig. Even voor achten stappen we het vliegveld binnen. Nadat we onze backpacks hebben laten controleren, gebeurt er iets bijzonders. Het drukke vliegveld verandert in een oase van rust. Er klinkt muziek en iedereen stopt met lopen. De hele scene duurt net een minuutje en na afloop van de muziek zie ik een paar mannen een mini buiging maken. Vervolgens gaat iedereen weer door met waar hij mee bezig was. Het is vandaag ‘Mothersday’, de verjaardag van de koningin. Bijzonder om dit korte momentje ter ere van de koningin mee te maken!

Niet veel later zijn we ingecheckt en hebben we nog ruim een uur voordat we gaan boarden. We bestellen een koffie (1+1 gratis vanwege de feestdag, nog goedkoper dus!) en wachten tot we het vliegtuig in kunnen. 

De vlucht van Chiang Rai naar Bangkok duurt iets langer dan een uur. Naast me zit een ijdele Thaise. In het begin probeerde ik nog even opzij te leunen zodat mijn arm niet in haar selfie zou verschijnen, maar na een minuut stop ik daarmee. Tijdens de hele vlucht is mijn linkerarm wel honderd keer op de selfie gezet, wat een eer! Ik vind het mooi dat sommige meiden zich totaal niks aantrekken van de omgeving. Zelf zou ik me ietwat ongemakkelijk voelen als ik een uur naar mezelf zou gaan kijken. 

In Bangkok halen we onze bagage van de band en lopen vervolgens naar de volgende incheck balie: op naar de volgende vlucht naar Surathani. Ook deze vlucht duurt iets meer dan een uur. Tijdens deze vlucht krijgt mijn arm wat minder aandacht: de stoel naast me is leeg.

Wanneer we aankomen in Surathani krijgen we een sticker op ons shirt. We hebben van tevoren een deal geboekt zodat we vanaf het vliegveld met de bus naar de ferry worden gebracht. De hele dag reizen is toch best vermoeiend, dus ik besluit mijn ogen even dicht te doen. De lekkende airco in de bus maakt het wel wat lastig, bij elke hobbel krijg ik wat water over me heen. Regenseizoen everywhere!

De ferry brengt ons naar Koh Samui, een overtocht van bijna twee uur. Aan de overkant worden we opgehaald door een taxi die ons naar ons huisje brengt. Het huisje staat in the middle of nowhere en daar hebben we ook wel even behoefte aan! Het is vijf minuten lopen naar het strand waar – op een paar honden na – niemand te zien is. Top! 

De eigenaar geeft ons de sleutel van een van zijn scooters, zodat we de volgende dag lekker kunnen gaan toeren. En dat doen we dan ook. Het strand vlakbij ons huisje is mooi om te zien, maar er liggen wel veel stenen. We rijden naar een strand waar zwemmen makkelijker gaat. Wanneer ik het water in plons, voel ik me ontzettend gelukkig. Aan dit eiland kan ik wel wennen!