Vandaag heb ik mijn auto weer opgehaald bij de garage. Zoals je in een eerdere blog misschien al hebt gelezen, waren zijn rooie oogjes (remlichten) tijdelijk niet open. Vanmiddag ben ik dus vol trots en weer veilig remmend door het leven gegaan. Wat een verademing is dat dan toch, als iets dat heel vanzelfsprekend kapotgaat en het daarna weer werkt (net zoiets als dat je buikpijn weer overgaat).

Die avond moet ik nog even wat boodschappen doen en ik besluit om mijn auto te parkeren voor een grote winkelruit. Bips in de weerspiegeling. Terwijl ik heb geparkeerd, trap ik enthousiast op de rem. Meteen beginnen de lampen te blozen: wow, dat ziet er goed uit! Ik haal de auto van de handrem en zet mijn auto in z’n achteruit. Direct beginnen kleine, witte lampjes op te gloeien. Leuk spelletje dit!

Op het moment dat ik met mijn richtingaanwijzers wil gaan spelen, besef ik waar ik mee bezig ben en stap ik toch maar uit. Gelukkig heeft niemand het gezien.

Na het boodschappen doen stap ik weer in mijn auto. Op dat moment zie ik echter wat bewegen achter de ruit: blijken er allemaal bouwvakkers nog aan het werk te zijn! Zonnebril op en gaan.

De was doen, niet per se een klusje waar ik dol op ben. Op zich is het kleding-in-de-wasmachine-gooien-gedeelte nog niet zo’n probleem. Maar het ophangen ervan. Getsie. Wij hangen onze was op aan een wasrekje in het trapgat. En dan is er altijd wel één onderbroek die het avontuur naar beneden aandurft. En soms zelfs wel twee, net wanneer je net die andere hebt opgehaald. En steeds neem ik me dan weer voor om de volgende keer pas op het eind de bezemwagen in te zetten.

Toch heb ik laatst ontdekt dat het ophangen van de was iets minder vervelend wordt wanneer je een muziekje aan het luisteren bent. Zo ook nu. Gewapend met mijn draadloze koptelefoon (aanrader!) loop ik naar de wasmachine toe om de was eruit te halen. Na een paar broeken opgehangen te hebben, komt er een nieuw liedje voorbij. Swingen! Mijn vriend zit in de woonkamer en kan me niet zien, maar moet ongetwijfeld door hebben dat ik vrolijk word van dit liedje. Ik brul mee met de tekst en pak een T-shirt vast. Op de maat van de muziek begin ik met een mouw te zwaaien. Ook de andere mouw komt aan de beurt. En dan vliegt er iets tegen mijn hoofd. HAHA. Dat er een sok verstoppertje aan het spelen was in die mouw kon ik natuurlijk ook niet weten ;-).

De volgende keer heb ik in ieder geval een leuke anekdote om aan terug te denken terwijl ik de was weer aan het ophangen ben.

Het is donderdag, mijn laatste werkdag voor de voorjaarsvakantie. Ik vind het altijd leuk om de laatste les iets leuks te doen, zoals een spelletje of een leuke competitie.

Deze keer heb ik een gehusselde brief gemaakt, die de leerlingen zelf op volgorde moeten leggen. Tijdens de uitleg vertel ik dat de leerlingen de zinnen eerst uit moeten knippen, ze vervolgens op volgorde moeten leggen en daarna nog in elke zin een fout moeten verbeteren.

Ik deel het materiaal uit en de leerlingen gaan in groepjes aan de slag. Af en toe komen ze naar me toe met een vraag als: “staat er echt in elke zin een fout?” of: “waar moet de datum?” De vraag: “heeft u lijm?” komt ook een paar keer voorbij.

Na een paar minuten hoor ik ineens KEIHARD gelach in de hoek achterin.

Bekijk bericht

“Kun jij even naar de inschrijfbalie lopen? Er staat daar een computer, dan kun je even testen of onze aanpassing gelukt is.” Geen probleem. Ik ben niet vaak in dit ziekenhuis, maar weet de inschrijfbalie wel te vinden. Als ik binnenstap, zie ik inderdaad een onbemande computer staan die ik even kan gebruiken. Het is dan wel handig als ik de computer aankrijg. Waar zit die verrekte aanknop? De computer heeft een beeldscherm, maar zijn bijbehorende computerkast is nergens te vinden. Er zitten ook geen knopjes op het beeldscherm, dus het moet ergens anders zitten. Net als ik op wil staan om het aan iemand te vragen, voel ik dat er onder het bureau een knop zit. Ik buig mijn hoofd zodat ik de knop beter kan bekijken en zie dat het een grote rode knop is. Misschien is dit wel de aanknop! Ik druk er een keer op en… er gebeurt niets. Nog een keer. Het beeldscherm blijft zwart. Op dat moment komt er iemand binnengelopen. “Eh, kun je even helpen? Ik heb net op de aanknop gedrukt – wijzend naar de knop onder het bureau -, maar er gebeurt niets. Hoe krijg ik die computer aan?” De vrouw moet lachen. “Heb je op die knop gedrukt?! Dat is de knop voor de beveiliging. De computer staat in de kast achter je, daarmee kun je hem aanzetten.” Ik voelde me vervolgens een beetje suf toen ik aan de beveiliger, die inmiddels ook was binnengelopen moest uitleggen dat ik alleen maar de computer aan wilde zetten. Gelukkig kon hij er om lachen :-).

“Mevrouw, heeft u een pen voor me?” Okee, kalm blijven. Iedereen kan een keer zijn etui vergeten. Dat het bij deze leerling al drie keer is gebeurd in twee weken tijd, laten we even buiten beschouwing. “Heb je helemaal geen pen bij je? Hoe doe je dat bij de andere vakken dan?” De leerling haalt haar schouders op. “Ik leen gewoon van iedereen wat.” Nadat ik haar een pen uitleen, neem ik een beslissing.

“Goed, ik wil dat iedereen even zijn spullen neerlegt en deze kant op kijkt. Luister goed. Om goed aan het werk te kunnen is het belangrijk dat je je spullen bij je hebt. Zonder rekenmachine, pen of geodriehoek maak je het jezelf wel erg moeilijk om de opdrachten te maken. Volgende les ga ik daarom een spullencontrole doen!”

(Twee dagen later)

“Goedemorgen, leg je spullen maar op tafel! Ik kom zo een rondje doen. Ligt er niets op je tafel, dan ga ik ervan uit dat je het niet bij je hebt.” Tevreden kijk ik naar de leerlingen die kennelijk na een simpel dreigementje als spullencontrole toch echt hun spullen wél mee kunnen nemen. Slechts drie leerlingen een kruisje, lang niet slecht! Dat ga ik vaker doen.

Die avond heb ik een tentamen, waardoor ik na mijn werk direct door moet racen naar Utrecht. Tien minuten voordat de toets begint, ga ik het lokaal binnen waar ik moet zijn. Ik leg mijn spullen op tafel en loop naar voren om mijn jas en tas voorin te leggen. In mijn hoofd neem ik de tentamenstof nog snel even door. “Beste mensen, we gaan zo beginnen. Heeft iedereen alles wat hij nodig heeft?” Ik controleer mijn tafel en kan mezelf wel voor mijn kop slaan. Pen vergeten. Laat mijn leerlingen het niet horen, hihi.

Bekijk bericht