Het is vrijdagavond en ik ben samen met drie vrienden in een cafeetje in Amsterdam. We zijn niet de enigen met dit idee; alle kroegen zitten stampvol. We besluiten om het voorbeeld van anderen te volgen en blijven buiten om onze drankjes op te drinken. Na een aantal minuten is het tijd voor een nieuw biertje. Twee van ons gaan naar binnen om een refill te halen, zelf blijf ik buiten. Niet veel later komen ze weer terug met de biertjes. Ik steek mijn hand uit en doe een poging om het biertje aan te nemen. Zodra mijn hand op een paar centimeter afstand van ‘mijn’ biertje is, zie ik dat mijn vrienden er ineens toch wel anders uitzien dan een paar minuten geleden. “Ho, verkeerde!” De mannen lijken het niet zo door te hebben en ik draai me heel nonchalant om. Binnenkort misschien maar even langs de opticien :).

Bekijk bericht

“Zoek eens op Google naar debet over de zolder.” We zijn op zoek naar mooie plankjes voor bij onze pas geschilderde muur. Mijn vriend kijkt wat vragend naar me. “Hoe? The bed?” Ik moet lachen. “Nee joh, debet natuurlijk.” Nog steeds komt de boodschap niet helemaal over. Ik raak een beetje gefrustreerd. “Debet. D-e-b-e-t.” Het lukt eindelijk, m’n vriend heeft de website gevonden. Hehe. Niet veel later word ik keihard uitgelachen. “Dor, als je iets gaat citeren, doe het dan in ieder geval góed.” Hij laat me de website over ‘de betoverde zolder’ zien. Oja. Op zich is die titel wat logischer. Oeps. Ik heb dan ook mijn excuses aangeboden aan m’n vriend. Maar: planken in the pocket!

Bekijk bericht

“Ook een stukje taart?” We zijn bij een verjaardag en zitten heerlijk in de tuin. We hebben net een uur gereden, dus zo’n stukje mud taart gaat er dan wel in. Wat is die lekker zeg! De jarige werkt bij de Karwei en er zijn dan ook veel collega’s van haar op de verjaardag. Het is dat we afgelopen weekend goed geslaagd zijn bij de Ikea, anders zou ik ze eens flink ondervragen over hun kasten-assortiment. Zitten ze vast op te wachten.

Zo nu en dan druppelen er wat nieuwe mensen binnen, die vrolijk de kring rond gaan. “Ook van de Karwei?” vraag ik grappend aan een jongen die net de tuin in komt wandelen. “Ehh nee, ik kom uit hetzelfde dorp als jij.” Oh. Oeps. Ik kijk nog eens goed en zie dat het inderdaad iemand is die ik allang ken van vroeger. Ik kom snel met het excuus dat de zon zo fel is, maar ik geloof niet dat ik me er helemaal uit heb gered, hihi.

Misschien moet ik een baan bij de opticien overwegen?

Ik ben bij mijn ouders thuis, waar ik gezellig met mijn vader heb gegeten. Na het eten springt de kat van mijn ouders bij mijn vader op schoot. Hij draait twee rondjes en gaat dan lief liggen. Mijn vader kijkt hem aan en zegt zacht tegen hem: “Ja je bent al 15 jaar hè, je gaat nog maar een paar jaartjes mee.” Ik kijk mijn vader verontwaardigd aan en roep: “nou ja, dat zeg je toch niet!” Mijn vader kijkt me niet-begrijpend aan, waardoor ik aan mijn oren begin te twijfelen. Aarzelend vraag ik: “eh, wat zei je eigenlijk precies?” Mijn vader herhaalt: “Ja je bent al 15 jaar hè, ga nog maar een paar jaartjes mee!”

Oepsie.

Net als Laura ben ik als begeleider meegegaan op een schoolkamp. De drie dagen zitten erop en we zijn zojuist begonnen aan de terugweg. “Mevrouw, hier wil ik later echt wonen! En u komt dan ook vaak langs, goed?” We fietsen langs een prachtig, reusachtig gebouw dat er inderdaad indrukwekkend uitziet. Wat deze leerling dan weer niet weet, is dat haar ‘droomhuis’ een inrichting is voor mensen met een psychiatrische stoornis. Na deze ontdekking moest ze zó hard lachen, dat haar vriendinnetje vrolijk opmerkte dat ze er op deze manier inderdaad prima bijpast.

Bekijk bericht