In september zijn mijn vriend en ik alweer 10 jaar samen. De tijd vliegt! Eigenlijk geven we elkaar nooit ‘fysieke’ cadeaus, maar proberen we altijd om een leuk uitje te plannen. Voor deze tienjarige editie (;)) wilde ik dan ook iets speciaals bedenken!

Mijn vriend heeft een brede muzieksmaak en hij luistert ook graag naar jazz. Zo gebeurt het regelmatig dat de muziek van Frank Sinatra of Glenn Miller de woonkamer vult. Een paar weken geleden kwam ik tot mijn vreugde een tribute concert voor Frank Sinatra tegen, waarbij de muzikanten door Europa toeren. Leuk! Ik keek welke data er beschikbaar waren en koos voor één van hun concerten in Antwerpen. Top cadeau!

(…)

“Laura, weet je wat ik hem cadeau ga geven?” De beste vriend van mijn vriend is jarig en we hebben het zojuist over cadeaus gehad. Mijn vriend vertelt enthousiast dat het hem leuk lijkt om zijn vriend een jazzconcert cadeau te doen. Mijn hart slaat een beetje over. “O, leuk. Is er iets leuks te vinden dan?” Ik hoor hem scrollen. “Ja, dit is zo’n tribute concert, ze toeren in Europa. Ik denk dat ik dan misschien met hem naar Duitsland ga, dat is wel leuk toch?” Ik pers er een “ja, leuk” uit en denk ondertussen keihard na wat ik zal doen. Zal ik het verklappen? Het is natuurlijk wel fijn als hij de keuze kan hebben of hij nog een keer wil gaan. Aan de andere kant is de verrassing er dan wel direct af…

Mijn vriend onderbreekt mijn hersenspinsels: “wat is er? Je klinkt zo afwezig.” Ik staar hem een beetje hulpeloos aan. Dan begint het hem te dagen. “OOOO, ik weet het denk ik al! Dat weekendje van ons, heb je…? – Eh, ja.” We beginnen allebei keihard te lachen.

Puntje bij paaltje weten alle partijen wat ze cadeau krijgen en gaat mijn vriend twee keer naar het concert hahaha. Iedereen blij 😉 Uiteindelijk heb ik dan ook maar flink van de situatie gebruik gemaakt: “nu je toch al weet wat we gaan doen: zullen we meteen maar een dagje Efteling erachteraan gooien?” Hoppaaa.

Vandaag heb ik mijn auto weer opgehaald bij de garage. Zoals je in een eerdere blog misschien al hebt gelezen, waren zijn rooie oogjes (remlichten) tijdelijk niet open. Vanmiddag ben ik dus vol trots en weer veilig remmend door het leven gegaan. Wat een verademing is dat dan toch, als iets dat heel vanzelfsprekend kapotgaat en het daarna weer werkt (net zoiets als dat je buikpijn weer overgaat).

Die avond moet ik nog even wat boodschappen doen en ik besluit om mijn auto te parkeren voor een grote winkelruit. Bips in de weerspiegeling. Terwijl ik heb geparkeerd, trap ik enthousiast op de rem. Meteen beginnen de lampen te blozen: wow, dat ziet er goed uit! Ik haal de auto van de handrem en zet mijn auto in z’n achteruit. Direct beginnen kleine, witte lampjes op te gloeien. Leuk spelletje dit!

Op het moment dat ik met mijn richtingaanwijzers wil gaan spelen, besef ik waar ik mee bezig ben en stap ik toch maar uit. Gelukkig heeft niemand het gezien.

Na het boodschappen doen stap ik weer in mijn auto. Op dat moment zie ik echter wat bewegen achter de ruit: blijken er allemaal bouwvakkers nog aan het werk te zijn! Zonnebril op en gaan.

De was doen, niet per se een klusje waar ik dol op ben. Op zich is het kleding-in-de-wasmachine-gooien-gedeelte nog niet zo’n probleem. Maar het ophangen ervan. Getsie. Wij hangen onze was op aan een wasrekje in het trapgat. En dan is er altijd wel één onderbroek die het avontuur naar beneden aandurft. En soms zelfs wel twee, net wanneer je net die andere hebt opgehaald. En steeds neem ik me dan weer voor om de volgende keer pas op het eind de bezemwagen in te zetten.

Toch heb ik laatst ontdekt dat het ophangen van de was iets minder vervelend wordt wanneer je een muziekje aan het luisteren bent. Zo ook nu. Gewapend met mijn draadloze koptelefoon (aanrader!) loop ik naar de wasmachine toe om de was eruit te halen. Na een paar broeken opgehangen te hebben, komt er een nieuw liedje voorbij. Swingen! Mijn vriend zit in de woonkamer en kan me niet zien, maar moet ongetwijfeld door hebben dat ik vrolijk word van dit liedje. Ik brul mee met de tekst en pak een T-shirt vast. Op de maat van de muziek begin ik met een mouw te zwaaien. Ook de andere mouw komt aan de beurt. En dan vliegt er iets tegen mijn hoofd. HAHA. Dat er een sok verstoppertje aan het spelen was in die mouw kon ik natuurlijk ook niet weten ;-).

De volgende keer heb ik in ieder geval een leuke anekdote om aan terug te denken terwijl ik de was weer aan het ophangen ben.

Het is donderdag, mijn laatste werkdag voor de voorjaarsvakantie. Ik vind het altijd leuk om de laatste les iets leuks te doen, zoals een spelletje of een leuke competitie.

Deze keer heb ik een gehusselde brief gemaakt, die de leerlingen zelf op volgorde moeten leggen. Tijdens de uitleg vertel ik dat de leerlingen de zinnen eerst uit moeten knippen, ze vervolgens op volgorde moeten leggen en daarna nog in elke zin een fout moeten verbeteren.

Ik deel het materiaal uit en de leerlingen gaan in groepjes aan de slag. Af en toe komen ze naar me toe met een vraag als: “staat er echt in elke zin een fout?” of: “waar moet de datum?” De vraag: “heeft u lijm?” komt ook een paar keer voorbij.

Na een paar minuten hoor ik ineens KEIHARD gelach in de hoek achterin.

Bekijk bericht

“Kun jij even naar de inschrijfbalie lopen? Er staat daar een computer, dan kun je even testen of onze aanpassing gelukt is.” Geen probleem. Ik ben niet vaak in dit ziekenhuis, maar weet de inschrijfbalie wel te vinden. Als ik binnenstap, zie ik inderdaad een onbemande computer staan die ik even kan gebruiken. Het is dan wel handig als ik de computer aankrijg. Waar zit die verrekte aanknop? De computer heeft een beeldscherm, maar zijn bijbehorende computerkast is nergens te vinden. Er zitten ook geen knopjes op het beeldscherm, dus het moet ergens anders zitten. Net als ik op wil staan om het aan iemand te vragen, voel ik dat er onder het bureau een knop zit. Ik buig mijn hoofd zodat ik de knop beter kan bekijken en zie dat het een grote rode knop is. Misschien is dit wel de aanknop! Ik druk er een keer op en… er gebeurt niets. Nog een keer. Het beeldscherm blijft zwart. Op dat moment komt er iemand binnengelopen. “Eh, kun je even helpen? Ik heb net op de aanknop gedrukt – wijzend naar de knop onder het bureau -, maar er gebeurt niets. Hoe krijg ik die computer aan?” De vrouw moet lachen. “Heb je op die knop gedrukt?! Dat is de knop voor de beveiliging. De computer staat in de kast achter je, daarmee kun je hem aanzetten.” Ik voelde me vervolgens een beetje suf toen ik aan de beveiliger, die inmiddels ook was binnengelopen moest uitleggen dat ik alleen maar de computer aan wilde zetten. Gelukkig kon hij er om lachen :-).