Het is 09:15 en ik doe de deur open. “Bonjour!” De leerlingen lopen door de deur en zoeken hun plek. Terwijl ze kletsen, pakken ze hun spullen. Zelf installeer ik me ook achter mijn bureau. Ik zet mijn kopje thee op het bureau, klap mijn laptop open, projecteer de powerpoint en pak het leerboekje van leerjaar 2.

“Bonjour tout le monde, on va commencer! Aujourd’hui, c’est mardi le 5 mars…” Ik begin mijn les en we bespreken vandaag hoe ze eten kunnen bestellen in een restaurant. De leerlingen beantwoorden mijn vragen, maken aantekeningen en spelen even later ook de situaties na.

Na een tijdje vraagt een leerling: “mevrouw, mag ik een blaadje? – Natuurlijk!” Achter mijn laptop ligt een stapel papier en ik pulk aan het bovenste blaadje om hem van de stapel los te maken. Ik merk dat het blaadje nogal moeizaam meewerkt en ik geef er een korte ruk aan. Daarbij valt mijn bekertje thee (die blijkbaar op de stapel stond) vol op de tas van de leerling die voor mij zit. “Oh sorry!!!” Verschrikt kijk ik naar de schade. Gelukkig zit de tas dicht en heb ik een schat van een leerling voor me. De leerling reageert echt op de best mogelijke manier op een kletsnatte tas: “dat is mijn nieuwe tas, als het goed is is hij waterdicht. Dit is een mooie test zo!” MERCI MERCI MERCI.

Sindsdien zet ik mijn beker altijd overdreven op de uiterste hoek van mijn bureau en complimenteer ik de leerling in de gang elke keer weer met zijn waterdichte tas. Ook kan hij in een restaurant nu om een doekje vragen ­čśë