Na een lange werkdag en een vergadering stap ik rond 21:00 in de trein terug naar huis. Voor mij lopen vier oudere dames die een plekje uitzoeken in de coupé. Met hun tassen en spullen ploffen ze neer in een ‘vierzit’ en ik ga bij hen in de buurt zitten. Dit kon nog wel eens leuk gaan worden.

Bekijk bericht

Mijn moeder en ik zijn zojuist gearriveerd in Brabant. Het is nog meivakantie en we gaan gezellig een paar nachtjes in een schattig boerderijtje slapen! Dorinde is vandaag eerst nog naar haar studie en sluit vanavond laat aan.

Nadat we bij het huisje geparkeerd hebben, stelt mijn moeder voor om een stuk te gaan fietsen. We kiezen een mooie route uit en besluiten om eerst ergens te gaan lunchen.

We fietsen naar de plaatselijke herberg en vragen of we er een hapje kunnen eten. “Jahoor, geen probleem!” We nemen plaats aan een tafeltje en na een paar minuten komt de ober naar ons toe. “Zo, wat mag het wezen?” We hebben nog geen kaart gekregen, dus we vragen of hij een menukaart voor ons heeft. “Nee, ik heb vandaag alleen tosti’s, de keuken is niet open. Bij de overburen kunnen jullie wel gewoon broodjes bestellen!” Verbaasd staan we weer op en verhuizen we naar het restaurantje aan de overkant. Best gek zo, maar we kunnen er wel om lachen!

Bekijk bericht

“Kijk, een ooievaar!” Zwijgend kijken we naar de mooie ooievaar die soepel over het water scheert.

Even later landt hij op het gras. Enthousiast zeg ik: “Kijk, hij heeft ook een baby!” Naast de ooievaar staat inderdaad een schattig, kleiner exemplaar.

De vriend van mijn zus barst in lachen uit: “dat noemen we ook wel een reiger.” Binnen één seconde voel ik mezelf afzakken van Freek Vonk naar Dom Blondje. Hoe kan ik een huis-tuin-en-keuken reiger nou niet herkennen?

Wanneer we dichterbij komen, hoor ik mezelf toch nog triomfantelijk “zie je wel!” uitkramen. Het dier waar wij naar kijken is wel degelijk een baby ooievaar. Met zijn donzige, donkere lijf begint hij echt al een beetje op zijn vader te lijken.

De reiger verderop bedank ik hartelijk voor zijn medewerking.

Mijn vriend en ik nemen plaats in een pittoresk Grieks restaurantje. Het is heel sfeervol ingericht en er klinkt gezellige muziek. Er zijn hier allemaal kleine hapjes te bestellen en ik ben blij als een kind.

Na lekker de tijd genomen te hebben, kies ik uiteindelijk voor de “Deli variety”, bestaande uit dolma’s (wijnbladeren met rijst), worstjes, aubergine salade en andere lekkere dipjes. Daarnaast bestel ik nog de Greek Salad: ik ben gek op feta! Mijn vriend bestelt een tonijnsalade en een vegetable pie.

De serveerster heeft alles opgeschreven, kijkt ons vervolgens een beetje schuin aan en zegt: “ok guys, you need to take an extra table.” Vrij vertaald: “stelletje vreetzakken!”

Ze begint direct een tafel erbij te schuiven en zo stelen wij voor even de show in het restaurant.

Even later wordt het eten gebracht en ik zie direct dat ze gelijk heeft. Wat een schalen met eten! Lachend beginnen we aan onze gerechten. Het is heerlijk en ik voel me een vrolijk vreetzakje.

Vakantie!

Op een ochtend kom ik nietsvermoedend de docentenwerkruimte binnengelopen. Het is nog vrij vroeg en ik ben de eerste die de deur opent. Een doordringende afvalgeur komt me tegemoet: niet écht een geur waarin je graag aan het werk gaat. Terwijl ik het raam open doe -dan maar de kou trotseren- stapt er heel enthousiast een collega binnen. “Och jee, is de tuinier-collega weer bezig geweest? Dat is vast en zeker zijn compost wat daar ligt te geuren.” Ik ga erop in en geef toe dat ik het inderdaad wel een beetje vind stinken. We lachen erom.

Even later komt de tuinier-collega binnenlopen die inderdaad toegeeft dat het zijn afval is. Heel vrolijk vertelt hij dat hij tomaten- en paprikaplantjes heeft meegenomen uit zijn moestuin. Of ik er ook eentje wil?

Een paar minuten later ben ik ineens de trotse eigenaar van een tomatenplantje. Met mijn nieuwe aanwinst loop ik naar mijn kluisje waar ik hem veilig wil stellen. Het lukte me bíjna om de collega te ontwijken met wie ik eerder had ‘geroddeld’ over de tuinier-collega. Tevergeefs. Glashard ben ik uitgemaakt voor “overloper”. Misschien toch wel een beetje terecht 😉