Het is donderdag en ik geef les aan één van mijn vwo klassen. Ik heb een goede band met deze klas en ze zijn lekker aan het werk.

Om 12:03 kijk ik op mijn horloge. “Ohh jongens, het is al tijd! Jullie mogen gaan.” Bij ons op school gaat er geen bel, waardoor je zelf de tijd een beetje in de gaten moet houden. Ze treuzelen duidelijk, hetgeen ik verdacht vind. Normaalgesproken staan ze vijf minuten voor tijd al bijna naast hun stoel. “We hebben nu een toets mevrouw, kunnen we niet gewoon gezellig bij u blijven?”

Schatjes. Maar nee, hup, actiee!

Waar je normaal walgt van de volgende woorden, was het voor mij net een verademing om dit te zien staan:

Sorry, maar niets komt overeen met je zoekopdracht. Probeer opnieuw met andere zoekwoorden.

Voor een anekdoteblog is het altijd belangrijk om de oren open te hebben staan. Inmiddels hebben wij de meeste grappige situaties uit het verleden op de één of andere manier wel in onze blog verteld. Zo dacht ik dat ook van deze (mini)-anekdote. Beverig typte ik een woord in bij de zoekbalk, maar blijkbaar gaf dit geen resultaat. Yeah!

Het gevoel “ik kan hier een blog over schrijven!” Is vergelijkbaar met: “yes ik had een 8 voor mijn proefwerk!” Tenminste, als ik de reacties van mijn leerlingen van vanmiddag vergelijk met mijn hoera-kreetje na mijn gefaalde zoekactie. Ook een goede vergelijking: “het is weekend!” Of: “we hebben wel €7,50 gewonnen met ons staatslot!”

Vive le zoekbalk dus. Met het woordje “bonsoir”, dat ik blijkbaar nog nooit in een blog heb verwerkt. Over het verhaal van mijn leerling, die tijdens de eerste les Frans aan mij vroeg hoe je “goedenavond” zegt in het Frans. Deze vraag  stelde hij me nadat ik de klas het woord “bonjour” grondig heb laten analyseren. Waarbij ik dus schattige opmerkingen hoorde als: “grappig, je zegt dus echt goede-dag. Nooit over nagedacht!”

Ik vertelde hem dat avond “soir” betekent, dus dat hij daar zelf z’n conclusies maar moet aanhangen.

Sindsdien scandeert hij steevast “bonsoir” zodra hij me ziet. Zelfs nu ik hem geen les meer geef. Zo ook vanmorgen. Ondanks zijn kleine lengte zag ik hem al aan komen lopen. Het was het eerste uur, nog vroeg in de ochtend. Precies op het moment dat hij mij passeerde, werd hij ingehaald door twee andere kleine leerlingen. Omdat ik zijn hoofd niet meer zag, stak zijn hand op en zwaaide hard: “bonsoir!!!” Ik zag gewoon denkwolkjes boven de andere leerlingen, hahaha.

Door deze jongen heb ik chronisch een jetlag op school, maar vrolijk word ik er absoluut van.

Het is nu 23:18, bedtijd voor mij. Rest mij één ding om te zeggen:

Bonne nuit!! Ha, nu heb jij een jetlag hè? 😉

 

Docent zijn kan best wel eens pittig zijn. Dat dit algemeen bekend is, blijkt ook wel uit de standaard vragen die ik eigenlijk altijd wel hoor: “kun je ze een beetje aan? Moet je ze er soms uitsturen? Ben je heel streng?” Stiekem vind ik dit nooit zulke leuke vragen, omdat dit altijd toch een beetje de negatieve klank van lesgeven naar voren haalt. Veel leuker zou het zijn om vragen te horen als: “Is het gezellig in de klas? Wat was je leukste les? Wanneer heb je voor het laatst keihard gelachen?” Over dat laatste gesproken…

Vanmorgen gaf ik les aan de brugklas en ze kregen van mij de opdracht om gehusselde woorden in de goede volgorde te zetten. Zo ook deze:

voiture – as – une – rouge – tu

Op een gegeven moment komt een leerling naar mij toe met de volgende oplossing: Tu rouge voiture as une. “Mevrouw, is dit goed? Ik zie het gewoon even niet.” Ik help de leerling in het Nederlands: “Jij rode auto hebt een. Hoe zou je dat in het Nederlands dan zeggen?” De leerling staart in de verte. Na een tijdje zegt de leerling: “Ik weet het echt even niet, mevrouw.” Vanbinnen begin ik een beetje te giechelen en ik besluit om met een Italiaans handje de zin nog eens te herhalen: “Jij rode auto hebt een.” De leerling begint te lachen. “Dat klinkt echt niet!” Ik herhaal de uitleg van eerder dit jaar. “Je begint met het onderwerp, dat gaat goed, daarna het werkwoord.” De leerling begint: “tu as… Dus: jij hebt… Oooooooooo. Hahahahahahahaha.” Samen hebben we er even hard om gelachen.

Vervolgens wilde ik de klassikale uitleg oppakken, maar ik schoot elke keer in de lach bij het zien van die leerling. “Werk maar even rustig verder jongens.” Heerlijk moment.

  • Je ontwikkelt een enorme resistentie voor de zin “ik snap het niet”, waardoor je niemand meer serieus neemt die het een keer écht meent.
  • Je moet tegen de volgende scène kunnen: gapende leerlingen die vervolgens aan elkaar vragen: “wat hebben we hierna?”
  • Soms moet je bepaalde stof tot in den treure uitleggen zodat ze het eindelijk allemaal echt begrijpen. Vervolgens kom je tijdens het nakijken nog steeds leerlingen tegen die er echt geen drol van hebben begrepen.
  • Leerlingen kotsen soms in de klas. Ja. Deze maand al twee keer. Leerlingen zeggen dan: “goh het lijkt wel of we allergisch zijn voor Frans, mevrouw!”

Maar ook:

  • Je lachen regelmatig inhouden omdat je een stiekem gefluisterde opmerking écht wel gehoord hebt 😉
  • Leerlingen die je op de gang tegenkomt zeggen vaak spontaam “bonjour!” tegen je.
  • Je ontwikkelt een enorme pennenvoorraad, omdat leerlingen deze massaal in de klas laten liggen. Chill!

 

Leerling heeft wat langer haar en heeft het vandaag niet gekamd. Klasgenoot vraagt: “wat heb jij nou met je haar gedaan?” Leerling reageert vet droog: “nou niks. Vandaag mag je mij de luizenvader noemen.”

 

Bij een invalklas doe ik een kahoot. Omdat ik hun namen niet ken, zeg ik: “vul allemaal je eigen naam in, dan weet ik wie er straks gewonnen heeft!” Braaf verschijnen daar de eerste voornamen. Na een tijdje plopt “Je eigen naam” ertussen. Ik schiet in de lach en direct zoek ik de dader. Gevonden, voor mijn neus. Bijdehante, triomfantelijke blik in de ogen. Love my job.

 

Een paar meiden uit de bovenbouw hangen rond bij de kluisjes en staren ondertussen naar buiten. “Kijk, daar loopt m’n ex!” Haar vriendinnen kijken naar de jongen naar wie ze wijst en één ervan zegt bloedserieus: “dat kleintje?” Ik kan het niet laten om ook te kijken en schiet lichtelijk in de lach bij het horen van de verontwaardigde “nee, gek!” en het zien van ’s werelds kleinste en schattigste brugklasser.