Mijn vriend en ik zitten in de auto en rijden door een regenbui. In de verte springt een stoplicht op oranje en het lukt ons en onze voorganger nét niet om dit stoplicht nog te halen. Wanneer de auto voor ons stilstaat, gaat de deur aan de bestuurderskant open. “Huh, wat gaat hij nou d…” Mijn vriend kan zijn zin niet afmaken, omdat we op dat moment allebei zo hard moeten lachen. Blijkbaar is er iets mis met zijn ruitenwissers, want onze voorganger is ze met ontzettend woeste bewegingen handmatig aan het bedienen. Nog nooit heb ik mijn ruitenwissers meer gewaardeerd dan op dit moment.

Het is vierde kerstdag en mijn zus, mijn moeder en ik hebben onze eerste nacht in het vakantiehuis doorgebracht. We gaan gezellig samen ontbijten en ik heb een heerlijk vakantiegevoel.

Voordat ik aan de tafel aanschuif, doe ik eerst even mijn lenzen in. Ik begin met mijn rechterlens en pak daarna mijn linkerlens. Direct zie ik dat er iets niet klopt. Mijn lens hangt dramatisch over de rand van mijn lenzenbakje. De beelden van gisteravond flitsen weer langs. In alle haast om samen met mijn zus naar boven te gaan (ik hou er nooit zo van om beneden in mijn eentje in een donker en vreemd huis naar boven te moeten lopen), heb ik mijn lens te vlug in het bakje gekwakt. Nu ik het zo herbeleef, weet ik dat ik dat gisteren eigenlijk al vaag doorhad. Toch doorgegaan. Op de rand gedrapeerd en het bakje dichtgedraaid. Lens in tweeën. Gesneuveld.

De volgende dagen heeft mijn rechterlens ook vakantie en eet ik met bril.

Bekijk bericht

Claustrofobie. Liftangst. Nee, dat is iets waar Laura en ik gelukkig geen last van hebben. Vroeger ook niet, trouwens. Ik kan me nog een dag herinneren waarop we vrij fanatiek gebruik maakten van de lift. We moeten een jaar of tien zijn geweest en we waren die dag op visite in het ziekenhuis. Een ziekenhuis is nou niet bepaald een plek waar je je als kind helemaal kunt uitleven, dus soms moet je het zelf een beetje leuk maken. Nou, dat deden we. “Eerste verdieping. Tweede verdieping. Derde verdieping. Tweede verdieping. Derde verdieping.” De ‘liftstem’ werd nog net niet schor door ons. Het moet er komisch uit hebben gezien, twee dezelfde meisjes, flink aan het giechelen in een lift. Want we hadden regelmatig bezoek in ‘onze’ lift, zeker! We probeerden ook andere liften uit en kwamen dan op gangen die we nog niet kenden. Er waren liften met stoeltje, zonder stoeltje, met spiegel, zonder spiegel. Rode liften, blauwe liften. Toch was er die dag een moment waarop de lift ineens wel erg lang bleef hangen tussen twee verdiepingen in. Oh nee. “Eh, volgens mij zit hij vast.” Goh. “We moeten op de alarm knop drukken denk ik. Wil jij dat doen?” Eigenlijk durfden we allebei niet zo goed. Uiteindelijk drukte dan toch één van ons heel stoer op de bel. “Mevrouw, we zitten vast in de lift.” Hoe vaak zou de liftmevrouw al opgebeld zijn door een jong meisje? “In welke lift zit je?” Dat was een ingewikkelde vraag. “Eh, de rode?”

Ik weet niet hoe lang we hebben moeten wachten tot we ‘gered’ waren, maar ik weet nog wel heel goed dat ons avontuur daarna voorbij was. Geen gespeel meer. Alleen nog maar functionele liftbezoekjes.

Bekijk bericht

“Dor, we gaan even naar de HEMA.” Mijn vriend en ik lopen in de stad terwijl hij met deze aankondiging komt. “Prima! Hoezo?” Ik word altijd blij van de HEMA, maar meestal ben ík juist degene die voorstelt om erheen te gaan. “Jaaa… ik had je paraplu geleend, maar die heeft heeft het helaas niet overleefd. Je krijgt een nieuwe van me.” Dat is dan wel weer attent! Uiteindelijk besluiten we om later die week te gaan, omdat het prachtig weer is en er toch even geen tijd voor is.

Bekijk bericht

“Hoi, de handgreep van mijn auto functioneert niet goed meer, waardoor ik mijn deur niet meer zelf kan openen.”

Hm, dekt de lading niet.

“Hai, ik kan de bestuurderskant niet meer zelf openmaken omdat er waarschijnlijk een onderdeel uit mijn handgreep is gevallen.”

Bijna.

“Yo, mijn handvat kleppert.”