Samen met mijn schoonfamilie zit ik in het theater in Den Haag. De lichten zijn zojuist gedoofd en de eerste klanken van de Lion King beginnen. Vanuit de coulissen komen de prachtigste grote dieren opzetten en ik heb direct kippenvel bij dit mooie schouwspel. (Voor de mensen die nog heen gaan wil ik niet te veel in details treden). Iedereen kent uiteraard wel de scène waarbij het welpje Simba hoog de lucht in gehouden wordt door zijn ouders. Het is indrukwekkend om te zien, zo in combinatie met de prachtige muziek en het mooie gezang. Na een paar minuten is het liedje klaar en de klanken sterven weer weg. De zaal barst in hevig applaus uit: wát een opening! Ook ik ben enthousiast en ik heb ontzettend veel zin in de voorstelling.

Wanneer het applaus uiteindelijk wegsterft, wordt het in één klap donker op het podium. Verwachtingsvol kijk ik wat er nu gaat gebeuren. Op dat moment roept een kindje vooraan heel hard en verbaasd: “was dat het?!” Waarop het publiek opnieuw losbarst.

Bekijk bericht

Wild seint hij met zijn lichten. “KOM DAN!!” straalt de boodschap uit. Lichtelijk opgelaten stuur ik mijn auto in het parkeervak waarvoor ik zojuist mijn knipperlichten heb aangezet. Ik parkeer mijn auto en zet mijn lichten uit. De auto komt direct op mij af en na een paar seconden mindert de bestuurder vaart. Ik ben benieuwd wat ik aantref. Vindt hij mij aso? Ondankbaar? Een watje dat er niet langsdurft? Een man op leeftijd zit achter het stuur en hij heeft zijn hand voor zijn mond geslagen. Duidelijk zichtbaar giechelt hij hardop in zijn hand om zijn misplaatste galantheid. Hij had er duidelijk geen rekening mee gehouden dat ik misschien wel gewoon wilde parkeren. Ik steek mijn duim naar hem op. Mensen zijn cool.

Bekijk bericht

“Laura, de vaatwasser werkt echt niet best hoor. Moet je kijken, er zit nog een restje cola in dit glas! En iehl, moet je zien: dit kopje soep is nog helemaal rood! Dat gaat niet goed hoor.” Lachend loop ik ernaar toe en wijs naar de rest van de vaat, waar druppels melk, koffieresten en mayonaise van afdruipt. Ik probeer op mijn allerdroogst te klinken: “ik heb de vaatwasser alweer ingeruimd, schat. De vaat is zegmaar vies, zo werkt dat bij vaatwassers.”

Bekijk bericht

Het is na twaalven, het kampvuur is net voorbij en we hebben de leerlingen richting de tenten gestuurd. Hier en daar horen we de leerlingen smoezen: “vannacht, 02:00 hè!” Ze denken dat we niets van hun plan doorhebben, maar stiekem staan wij natuurlijk paraat om de leerlingen straks te betrappen.

Na een half uurtje is het stil. Het lijkt erop dat de leerlingen eerst gaan slapen, maar straks op de afgesproken tijd zullen gaan spoken. Wij zitten nog rondom het nasmeulende vuur met lekkere hapjes. Voor ons is het ook de ‘bonte’, laatste avond en we kletsen na over de afgelopen dagen.

Af en toe lopen we tussen de tenten door om er zeker van te zijn dat de leerlingen zich koest houden. Wanneer ik langs het achterste tentje loop, hoor ik tot mijn genoegen dat een leerling chips ligt te eten. Lachend spreek ik hem erop aan.

Bekijk bericht

In de wachtkamer bij de dokter is het meestal rustig. Mensen bladeren ietwat nerveus in tijdschriften, benieuwd wat de dokter zo zal zeggen. Soms spelen er kindjes met het speelgoed dat er al jaren staat. Vaak kijken mensen echter op hun telefoon en scrollen ze door hun tijdlijn. Zo ook de meneer naast mij, die rustig met zijn arm op tafel leunt.

Na zo’n vijf minuten komt er ineens een luid getoeter van zijn kant. Hij veert op en stoot daarbij met zijn knie tegen de onderkant van de tafel. “Oeps, sorry! Dit is zo’n Instagram filmpje die dan ineens gaat afspelen.” Met z’n allen lachen we om dit moment en het nerveuze sfeertje is voor heel even weg. Dan komt de dokter binnen. “Meneer De Wit?”

Bekijk bericht