Afgelopen weekend ben ik met mijn schoonfamilie een weekendje weggeweest in Groningen. Op zaterdag hebben we een dag gewandeld op Schiermonnikoog: een sportieve en zonnige dag!

Na een heerlijk weekend vol lekkere etentjes, spelletjes en gezelligheid, rijden we op zondagochtend weer terug naar huis. Halverwege de afsluitdijk zit een klein restaurantje waar we nog een kopje thee gaan drinken om het weekend mee af te sluiten. Na mijn kopje thee moet ik naar de wc en ik vraag aan de serveerster of de wc hier in het gebouw zit. “Nee, we hebben tijdelijk dixi’s buiten staan.” Hmm, misschien kan ik het nog wel ophouden.

Wanneer we even later buiten langs de dixi’s lopen, laat mijn blaas weten toch wel graag geleegd te worden 😉 Ik haal diep adem en leg mijn hand op de deur van de dixi om hem open te maken. Op dat moment komt er echter een man uit de Dixi gestapt en ik slaak een kreetje van schrik. De man reageert door (nep) mee te gillen en we schieten allemaal in de lach. Met wat hartkloppingen van mijn kant, dat wel 😉

In november schreef ik deel één van nakijken is een feestje, waar ik de creatieve Franse zinnen en verzinsels van mijn leerlingen met jullie deelde. Ook nu hebben ze weer een toets gemaakt waarbij ze zelf zinnen moesten maken met een aantal gegeven woorden. Ik heb de zinnen verzameld waar ik hardop om moest lachen, te leuk om niet te delen 😉 De onderstreepte woorden zijn de woorden waar ze een zin mee moesten maken.

 

Het kind respecteert de bij heel veel goed.

De piloot is vis en hij gevallen.

De vogel is het vliegtuig in de ochtend.

Ik betaal een vis omdat ik lounge.

Ik stom bij.

De ober serveert stomme vis.

De bij verdedigt zich ’s nachts.

De piloot vliegt het vliegtuig met het zwem.

De bakker heeft twee croissants en een vis.

Ik respecteer de bij en de reis. 

De vis is tevreden.

De bakker en een reis.

De bij verdedigt zich tegen de bakker.

De piloot vliegt het vliegtuig met de vogel.

“De vis respecteert de vogel,” zegt Marie.

Het uur is middag en ik heb de reis opgegeten.

Een bij is geen piloot.

Ik respecteer geen vis.

 

Op aanraden van mijn schoonfamilie gaan mijn vriend en ik gezellig naar de film Incredibles 2. Aangezien het maandag is, besluiten we om voor de vroege voorstelling te gaan. Een kwartier voordat de film begint, installeren we ons in de zaal, waar het al gezellig bedrijvig is.

Na een tijdje hoor ik wat gestamp in de verte. Drie jonge meisjes van een jaar of tien sprinten giechelend de trappen op. “Welke rij zitten we? – Ik weet het niet hoor, jij hebt toch de kaartjes! – Jeetje wat is het hier donker, even kijken hoor. – Ja, hier!” Ze schuifelen langs de mensen op de hoek en ploffen op de stoelen achter ons neer. “Zo, we zitten. Leuk hè! Er zitten wel veel oude mensen hier zeg, denk je dat we wel goed zitten?” Ik hoor ze overleggen. “Dat zou wel echt iets voor ons zijn hè, dat we in de verkeerde zaal zitten.” Zenuwachtig gegiechel. “Ja en dat we dan bij een vet enge film zitten.” Ze gaan er een tijdje over door en ik verlos ze uit hun lijden door ze te vragen: “Incredibles?” Verrukt kijken ze me aan: “ja! O top, dan zitten we goed. Dankuwel.”

Niet veel later beginnen de trailers en even later zetten we de 3D-bril op. “Wow, echt supercool! Echt zo.” (Voor de mensen die niet regelmatig met jonge kinderen omgaan: “echt zo” is het tegenwoordig helemaal. Ik heb het vanavond zo’n 35 keer gehoord in twee uur tijd).

Twee minuten later valt hun popcorn om. “NEE HE!” klinkt het gesmoord. “Dat had jij vorig jaar toch ook een keer? – Ja. Shit, hij was nog helemaal vol.” Snel hoor ik ze alle popcorn er weer in scheppen. “Ik ga niet nog meer nieuwe kopen hoor, ik eet dit gewoon op, boeie.”

De lichten gaan helemaal uit en de film begint. Achter me weer een nerveus geluid: “Oh, hij is Engels! Ik dacht dat het Nederlands was. Echt zo. Nou ja, dit is ook wel leuk toch?!”

 

Docent zijn kan best wel eens pittig zijn. Dat dit algemeen bekend is, blijkt ook wel uit de standaard vragen die ik eigenlijk altijd wel hoor: “kun je ze een beetje aan? Moet je ze er soms uitsturen? Ben je heel streng?” Stiekem vind ik dit nooit zulke leuke vragen, omdat dit altijd toch een beetje de negatieve klank van lesgeven naar voren haalt. Veel leuker zou het zijn om vragen te horen als: “Is het gezellig in de klas? Wat was je leukste les? Wanneer heb je voor het laatst keihard gelachen?” Over dat laatste gesproken…

Vanmorgen gaf ik les aan de brugklas en ze kregen van mij de opdracht om gehusselde woorden in de goede volgorde te zetten. Zo ook deze:

voiture – as – une – rouge – tu

Op een gegeven moment komt een leerling naar mij toe met de volgende oplossing: Tu rouge voiture as une. “Mevrouw, is dit goed? Ik zie het gewoon even niet.” Ik help de leerling in het Nederlands: “Jij rode auto hebt een. Hoe zou je dat in het Nederlands dan zeggen?” De leerling staart in de verte. Na een tijdje zegt de leerling: “Ik weet het echt even niet, mevrouw.” Vanbinnen begin ik een beetje te giechelen en ik besluit om met een Italiaans handje de zin nog eens te herhalen: “Jij rode auto hebt een.” De leerling begint te lachen. “Dat klinkt echt niet!” Ik herhaal de uitleg van eerder dit jaar. “Je begint met het onderwerp, dat gaat goed, daarna het werkwoord.” De leerling begint: “tu as… Dus: jij hebt… Oooooooooo. Hahahahahahahaha.” Samen hebben we er even hard om gelachen.

Vervolgens wilde ik de klassikale uitleg oppakken, maar ik schoot elke keer in de lach bij het zien van die leerling. “Werk maar even rustig verder jongens.” Heerlijk moment.

“Hallo? U spreekt met Laura. Ik heb bij jullie een digitale cadeaubon besteld en deze vervolgens naar een vriendin gemaild. Ze heeft deze mail echter nooit ontvangen. Kunt u mij helpen?” Na vervolgens wat vragen beantwoord te hebben (“nee, hij staat ook niet in haar spam-box”), vraagt de vrouw: “kunt u mij uw adres doorgeven?” Ik noem mijn postcode en huisnummer. “Op dit adres staat een andere naam, kan dat kloppen? – O, ik ben vorig jaar verhuisd. Waarschijnlijk staat mijn oude adres nog in mijn account!” Vervolgens geef ik mijn oude adres, maar ook daar kan de vrouw niks op vinden. “Geeft niet!” zegt ze lachend. “Gebeurt heel vaak. Geef me je e-mail-adres maar.” Oké, dat kan niet misgaan. Ik spel mijn e-mail-adres (“ja, met de M”) en ik hoor het haar intikken. “Laura? Ook deze lukt niet…” We zijn al twee minuten in gesprek en nog geen steek verder. Inmiddels voel ik mijn wangen rood worden. Nee hè, moet ik nu serieus mijn jonge-meisjes-e-mailadres gaan spellen? “Oké mevrouw, eh.. waarschijnlijk staat hij nog op mijn allereerste e-mailadres. Vergeef me alsjeblieft, het is nogal gênant, haha.” De vrouw reageert bulderend: “zeker met heel veel x’jes of lofjoe ofzo? Geeft niks kind, ik heb ook een dochter. Spel maar raak!” Uiteindelijk lukt het ons om de bon te traceren. Nadat ik ophang, wijzig ik direct mijn accountgegevens. Dit gaat me niet meer gebeuren 😉