Op aanraden van mijn schoonfamilie gaan mijn vriend en ik gezellig naar de film Incredibles 2. Aangezien het maandag is, besluiten we om voor de vroege voorstelling te gaan. Een kwartier voordat de film begint, installeren we ons in de zaal, waar het al gezellig bedrijvig is.

Na een tijdje hoor ik wat gestamp in de verte. Drie jonge meisjes van een jaar of tien sprinten giechelend de trappen op. “Welke rij zitten we? – Ik weet het niet hoor, jij hebt toch de kaartjes! – Jeetje wat is het hier donker, even kijken hoor. – Ja, hier!” Ze schuifelen langs de mensen op de hoek en ploffen op de stoelen achter ons neer. “Zo, we zitten. Leuk hè! Er zitten wel veel oude mensen hier zeg, denk je dat we wel goed zitten?” Ik hoor ze overleggen. “Dat zou wel echt iets voor ons zijn hè, dat we in de verkeerde zaal zitten.” Zenuwachtig gegiechel. “Ja en dat we dan bij een vet enge film zitten.” Ze gaan er een tijdje over door en ik verlos ze uit hun lijden door ze te vragen: “Incredibles?” Verrukt kijken ze me aan: “ja! O top, dan zitten we goed. Dankuwel.”

Niet veel later beginnen de trailers en even later zetten we de 3D-bril op. “Wow, echt supercool! Echt zo.” (Voor de mensen die niet regelmatig met jonge kinderen omgaan: “echt zo” is het tegenwoordig helemaal. Ik heb het vanavond zo’n 35 keer gehoord in twee uur tijd).

Twee minuten later valt hun popcorn om. “NEE HE!” klinkt het gesmoord. “Dat had jij vorig jaar toch ook een keer? – Ja. Shit, hij was nog helemaal vol.” Snel hoor ik ze alle popcorn er weer in scheppen. “Ik ga niet nog meer nieuwe kopen hoor, ik eet dit gewoon op, boeie.”

De lichten gaan helemaal uit en de film begint. Achter me weer een nerveus geluid: “Oh, hij is Engels! Ik dacht dat het Nederlands was. Echt zo. Nou ja, dit is ook wel leuk toch?!”

 

Docent zijn kan best wel eens pittig zijn. Dat dit algemeen bekend is, blijkt ook wel uit de standaard vragen die ik eigenlijk altijd wel hoor: “kun je ze een beetje aan? Moet je ze er soms uitsturen? Ben je heel streng?” Stiekem vind ik dit nooit zulke leuke vragen, omdat dit altijd toch een beetje de negatieve klank van lesgeven naar voren haalt. Veel leuker zou het zijn om vragen te horen als: “Is het gezellig in de klas? Wat was je leukste les? Wanneer heb je voor het laatst keihard gelachen?” Over dat laatste gesproken…

Vanmorgen gaf ik les aan de brugklas en ze kregen van mij de opdracht om gehusselde woorden in de goede volgorde te zetten. Zo ook deze:

voiture – as – une – rouge – tu

Op een gegeven moment komt een leerling naar mij toe met de volgende oplossing: Tu rouge voiture as une. “Mevrouw, is dit goed? Ik zie het gewoon even niet.” Ik help de leerling in het Nederlands: “Jij rode auto hebt een. Hoe zou je dat in het Nederlands dan zeggen?” De leerling staart in de verte. Na een tijdje zegt de leerling: “Ik weet het echt even niet, mevrouw.” Vanbinnen begin ik een beetje te giechelen en ik besluit om met een Italiaans handje de zin nog eens te herhalen: “Jij rode auto hebt een.” De leerling begint te lachen. “Dat klinkt echt niet!” Ik herhaal de uitleg van eerder dit jaar. “Je begint met het onderwerp, dat gaat goed, daarna het werkwoord.” De leerling begint: “tu as… Dus: jij hebt… Oooooooooo. Hahahahahahahaha.” Samen hebben we er even hard om gelachen.

Vervolgens wilde ik de klassikale uitleg oppakken, maar ik schoot elke keer in de lach bij het zien van die leerling. “Werk maar even rustig verder jongens.” Heerlijk moment.

“Hallo? U spreekt met Laura. Ik heb bij jullie een digitale cadeaubon besteld en deze vervolgens naar een vriendin gemaild. Ze heeft deze mail echter nooit ontvangen. Kunt u mij helpen?” Na vervolgens wat vragen beantwoord te hebben (“nee, hij staat ook niet in haar spam-box”), vraagt de vrouw: “kunt u mij uw adres doorgeven?” Ik noem mijn postcode en huisnummer. “Op dit adres staat een andere naam, kan dat kloppen? – O, ik ben vorig jaar verhuisd. Waarschijnlijk staat mijn oude adres nog in mijn account!” Vervolgens geef ik mijn oude adres, maar ook daar kan de vrouw niks op vinden. “Geeft niet!” zegt ze lachend. “Gebeurt heel vaak. Geef me je e-mail-adres maar.” Oké, dat kan niet misgaan. Ik spel mijn e-mail-adres (“ja, met de M”) en ik hoor het haar intikken. “Laura? Ook deze lukt niet…” We zijn al twee minuten in gesprek en nog geen steek verder. Inmiddels voel ik mijn wangen rood worden. Nee hè, moet ik nu serieus mijn jonge-meisjes-e-mailadres gaan spellen? “Oké mevrouw, eh.. waarschijnlijk staat hij nog op mijn allereerste e-mailadres. Vergeef me alsjeblieft, het is nogal gênant, haha.” De vrouw reageert bulderend: “zeker met heel veel x’jes of lofjoe ofzo? Geeft niks kind, ik heb ook een dochter. Spel maar raak!” Uiteindelijk lukt het ons om de bon te traceren. Nadat ik ophang, wijzig ik direct mijn accountgegevens. Dit gaat me niet meer gebeuren 😉

Vandaag heb ik mijn auto weer opgehaald bij de garage. Zoals je in een eerdere blog misschien al hebt gelezen, waren zijn rooie oogjes (remlichten) tijdelijk niet open. Vanmiddag ben ik dus vol trots en weer veilig remmend door het leven gegaan. Wat een verademing is dat dan toch, als iets dat heel vanzelfsprekend kapotgaat en het daarna weer werkt (net zoiets als dat je buikpijn weer overgaat).

Die avond moet ik nog even wat boodschappen doen en ik besluit om mijn auto te parkeren voor een grote winkelruit. Bips in de weerspiegeling. Terwijl ik heb geparkeerd, trap ik enthousiast op de rem. Meteen beginnen de lampen te blozen: wow, dat ziet er goed uit! Ik haal de auto van de handrem en zet mijn auto in z’n achteruit. Direct beginnen kleine, witte lampjes op te gloeien. Leuk spelletje dit!

Op het moment dat ik met mijn richtingaanwijzers wil gaan spelen, besef ik waar ik mee bezig ben en stap ik toch maar uit. Gelukkig heeft niemand het gezien.

Na het boodschappen doen stap ik weer in mijn auto. Op dat moment zie ik echter wat bewegen achter de ruit: blijken er allemaal bouwvakkers nog aan het werk te zijn! Zonnebril op en gaan.

Zoals de e-mailvolgers ongetwijfeld gemerkt hebben, is het met de mail de afgelopen dagen niet helemaal soepel verlopen (understatement).

’s Ochtends kregen we berichten dat de e-mail niet aangekomen was, waardoor we even gingen prutsen met de instellingen. Vervolgens kwam de mail wel aan! En nog één. En nog één. En nog één. Sjongejonge, wat een gedoe. Van alle kanten weer bericht: “lukt het, meiden?” Op zich heel betrokken en gezellig allemaal, maar wel jammer wanneer zoiets niet werkt zoals het moet ;). Waarom we dit überhaupt aanpassen? Omdat we jullie graag een mooiere lay-out willen aanbieden! Vinden we leuk. Op vakantie heb je ook meer tijd voor dit soort dingen.

Grinnikend zeiden we tegen elkaar: “laten we dan maar binnenkort een winactie organiseren ter compensatie!” Ik stuurde dit naar een paar mensen en mijn zwager appte grappend terug: ik heb nog wel een paar suggesties voor de hoofdprijs van de winactie!

  • gratis vulling voor een luchtbed
  • een geheel onverzorgde voetreis naar Rome
  • een weekendje wenen (kilo uien)
  • reis om de wereld (Google Earth)

De winactie zullen we binnenkort op Facebook mededelen. Dus ehh… stay tuned voor één van deze leuke prijzen! 😉