Het is na twaalven, het kampvuur is net voorbij en we hebben de leerlingen richting de tenten gestuurd. Hier en daar horen we de leerlingen smoezen: “vannacht, 02:00 hè!” Ze denken dat we niets van hun plan doorhebben, maar stiekem staan wij natuurlijk paraat om de leerlingen straks te betrappen.

Na een half uurtje is het stil. Het lijkt erop dat de leerlingen eerst gaan slapen, maar straks op de afgesproken tijd zullen gaan spoken. Wij zitten nog rondom het nasmeulende vuur met lekkere hapjes. Voor ons is het ook de ‘bonte’, laatste avond en we kletsen na over de afgelopen dagen.

Af en toe lopen we tussen de tenten door om er zeker van te zijn dat de leerlingen zich koest houden. Wanneer ik langs het achterste tentje loop, hoor ik tot mijn genoegen dat een leerling chips ligt te eten. Lachend spreek ik hem erop aan.

Bekijk bericht

In de wachtkamer bij de dokter is het meestal rustig. Mensen bladeren ietwat nerveus in tijdschriften, benieuwd wat de dokter zo zal zeggen. Soms spelen er kindjes met het speelgoed dat er al jaren staat. Vaak kijken mensen echter op hun telefoon en scrollen ze door hun tijdlijn. Zo ook de meneer naast mij, die rustig met zijn arm op tafel leunt.

Na zo’n vijf minuten komt er ineens een luid getoeter van zijn kant. Hij veert op en stoot daarbij met zijn knie tegen de onderkant van de tafel. “Oeps, sorry! Dit is zo’n Instagram filmpje die dan ineens gaat afspelen.” Met z’n allen lachen we om dit moment en het nerveuze sfeertje is voor heel even weg. Dan komt de dokter binnen. “Meneer De Wit?”

Bekijk bericht

Een paar maanden geleden was ik met mijn vriend op bezoek bij zijn ouders. We gaan daar wel vaker heen hoor, maar deze anekdote gaat toevallig over die keer! De vader van m’n vriend had een grappige foto van zichzelf gemaakt en stuurde die naar ons via whatsapp. Het leek me wel geinig om die foto in te stellen als ‘belfoto’. Als ik dan door hem gebeld zou worden, zou die geniale foto in beeld verschijnen.

Een paar uur later schiet de moeder van mijn vriend in de lach. “Jeetje Dorinde, wat heb jij nou voor gekke foto als profielfoto?!”

Het bleek dat ik die foto dus als mijn éigen profielfoto had ingesteld en daar dus ook al drie uur mee aan het appen was. Foutje!

Bekijk bericht

Het is vrijdagochtend en ik ben net op stal aangekomen. Het regent dat het giet, maar ik vind het niet zo erg: mijn weekend begint met een heerlijk ochtendje paardrijden. Op een blaadje staat altijd aangegeven op wie je gaat rijden die dag. Ik mag op Sproet, een favoriet!

Normaalgesproken staat Sproet achterin op de weilanden, maar ik krijg nu te horen: “hij staat lekker dichtbij, linksaf en dan in de eerste paddock!” Dat scheelt met de regen! “Hij staat daar samen met Trix in de wei.” Ik weet dat Trix een kleine pony met vlekken is, maar verder ben ik heel slecht met pony’s van elkaar onderscheiden. Sproet is een prachtig, groot wit paard (met sproeten), dus dat is niet te missen!

Ondertussen regent het nog altijd keihard en ik begin mijn route naar het weiland. Waar ik normaalgesproken rechtdoor zou lopen richting Sproet, sla ik nu linksaf en loop ik naar het weiland. In de verte zie ik een wit paard staan, samen met een zwart-wit gevlekte pony. Dat zal Trix wel zijn. Ik loop verder en even later ben ik bij Sproet. Ik doe het halster om en ik kijk even naar hem: ik voel dat er iets niet helemaal klopt, maar dat zet zich in mijn hoofd niet door. Dat het halster best groot om zijn hoofd valt en dat dit paardje een stuk kleiner is, registreer ik op de een of andere manier niet. (Het is nog ochtend, het regent keihard en ik kan soms echt een ontzettende drol zijn).

Met ‘Sproet’ loop ik weer terug naar de stal, een tochtje van zo’n vijf minuten in de stromende regen. “Deur vrij!” Drijfnat lopen we naar binnen. Zo’n vier verbaasde gezichten staren mij aan. “Laura, waarom heb je… hoezo heb je.. dat is Barcelona!” Ik schiet direct in een ongemakkelijke lach. “O echt? Ja. Shit. Zie je wel, ik wist dat deze dag een keer zou komen.” Awkward. Lekker dom. “Jongens, dit is dus de reden waarom ik een blog heb, hè! Dit soort dingen gebeuren mij helaas.” Gelukkig kan ik er zelf ook hard om lachen, maar gênant is het wel.

Even later loop ik naar de goeie Sproet en zie ik dat Trix inderdaad vlekken heeft. Bruine vlekken. Oepsie. Het halster van Sproet past als gegoten en ik snap ook echt niet hoe ik nou zo knullig kon zijn. Ik heb denk ik last van een milde vorm van het bekende “verkeerde interpretatie van instructie”-autisme.

Bekijk bericht

Leerling, zuchtend: “mevrouw, dit kan ik echt niet hoor. Ik zou echt niet weten hoe je dit moet vertalen!”

Ik: “Nou nou, wat een zelfvertrouwen. Bij welke zin ben je?”

Leerling: “Ik moet zeggen: nee bedankt. Non is nee, dat weet ik, maar wat is nou weer bedankt?”

Ik, lachend: “Je weet niet hoe je moet bedanken in het Frans? Ik doe maar net of ik dat niet gehoord heb. Denk eens aan die chocola met een M?”

Leerling: “O, oja. Dus: non… milka?”

*Veegt op*

Bekijk bericht