Zoals velen van jullie misschien wel weten, werk ik als docent Frans op een hele leuke school. Tijdens onze lessen spreken we zoveel mogelijk Frans en leren we de leerlingen ondersteunende gebaren voor de Franse woorden. Met deze methode werk je ook naar een toneelstuk toe: les Trois petits cochons (de drie kleine biggetjes).

Wekenlang hebben de leerlingen hard geoefend om de tekst, de gebaren, de acties en de uitspraak goed onder de knie te krijgen. In de laatste week voor de vakantie was het zover: de opvoering. Over het algemeen ging het super goed en ik ben dan ook trots op mijn leerlingen. Na afloop besloot ik een soort evaluatierondje te doen en vroeg ik de leerlingen wat ze van het toneelstuk, van hun niveau Frans en van de lessen Frans in het algemeen vonden. Bij het teruglezen schoot ik regelmatig in de lach:

“Knap hoor, dat u zoveel gebaren weet.”

Vaak: “u doet het leuk”, maar ook een: “je geeft leuk les!”

“Ik vind dat ik best wel slecht ben in Frans, maar ik weet eigenlijk wel best wel veel.”

Die gebaren zijn best wel saai, maar wel vet handig.”

Ga zo doooor!” 

“Kunt u ons ook wat zinnetjes leren zodat ik mijn broertje kan foppen?”

“Jammer dat ik een big moest zijn.”

Bekijk bericht

Sommige dingen vallen je nooit op, totdat je er een keer mee te maken krijgt. Vervolgens zie je ze overal! Ik word daar altijd wel vrolijk van, omdat ik dan terugdenk aan de situatie waarin ik daarmee te maken had. Ik zal een paar voorbeelden opnoemen.

De OV-fiets

Nog nooit gebruikt. Tot afgelopen zaterdag. Wat een topding, voor een paar euro sjees de hele stad door! Amsterdam op de fiets is echt een hele andere beleving dan dat je alles met de benenwagen doet. En ja hoor, ineens zie ik overal OV-fietsen in de stad.

Bekijk bericht

In het ziekenhuis zit een oud dametje te bellen met (vermoedelijk) een vriendin. “Och kind, het is me hier toch keurig. Vééls te keurig.” Mijn blogoren en ik lopen haar bijna voorbij, dus ik hoop dat ze me gauw wat meer informatie geeft. De vrouw lacht, doet een paar “hmm-hmm”-tjes en zegt: “ja meid, nou ik moet hier dus alsmaar aan mijn rug denken. Veel te keurig, ik vind d’r niks an.”

Luid geeuwend zit ze tegenover me in de trein. Het is 22:30 en het voelt als midden in de nacht, zo in deze koude periode. Het meisje (rond de 20, schat ik) gaapt zo’n 4 keer per minuut, 8 keer per halte. Het is tamelijk vermoeiend om te zien en ik kan mijn eigen gaap amper inhouden.

Twee haltes voordat ik eruit moet, veert ze plotseling op. Ik schrik een beetje van deze abrupte verandering, maar ik ga er van uit dat ze wil uitstappen. In plaats daarvan rommelt ze wild in haar tas, pakt ze een mascara en begint ijverig haar wimpers te kleuren. Ehhh huh?!