“Hallo? U spreekt met Laura. Ik heb bij jullie een digitale cadeaubon besteld en deze vervolgens naar een vriendin gemaild. Ze heeft deze mail echter nooit ontvangen. Kunt u mij helpen?” Na vervolgens wat vragen beantwoord te hebben (“nee, hij staat ook niet in haar spam-box”), vraagt de vrouw: “kunt u mij uw adres doorgeven?” Ik noem mijn postcode en huisnummer. “Op dit adres staat een andere naam, kan dat kloppen? – O, ik ben vorig jaar verhuisd. Waarschijnlijk staat mijn oude adres nog in mijn account!” Vervolgens geef ik mijn oude adres, maar ook daar kan de vrouw niks op vinden. “Geeft niet!” zegt ze lachend. “Gebeurt heel vaak. Geef me je e-mail-adres maar.” Oké, dat kan niet misgaan. Ik spel mijn e-mail-adres (“ja, met de M”) en ik hoor het haar intikken. “Laura? Ook deze lukt niet…” We zijn al twee minuten in gesprek en nog geen steek verder. Inmiddels voel ik mijn wangen rood worden. Nee hè, moet ik nu serieus mijn jonge-meisjes-e-mailadres gaan spellen? “Oké mevrouw, eh.. waarschijnlijk staat hij nog op mijn allereerste e-mailadres. Vergeef me alsjeblieft, het is nogal gênant, haha.” De vrouw reageert bulderend: “zeker met heel veel x’jes of lofjoe ofzo? Geeft niks kind, ik heb ook een dochter. Spel maar raak!” Uiteindelijk lukt het ons om de bon te traceren. Nadat ik ophang, wijzig ik direct mijn accountgegevens. Dit gaat me niet meer gebeuren 😉

Vandaag heb ik mijn auto weer opgehaald bij de garage. Zoals je in een eerdere blog misschien al hebt gelezen, waren zijn rooie oogjes (remlichten) tijdelijk niet open. Vanmiddag ben ik dus vol trots en weer veilig remmend door het leven gegaan. Wat een verademing is dat dan toch, als iets dat heel vanzelfsprekend kapotgaat en het daarna weer werkt (net zoiets als dat je buikpijn weer overgaat).

Die avond moet ik nog even wat boodschappen doen en ik besluit om mijn auto te parkeren voor een grote winkelruit. Bips in de weerspiegeling. Terwijl ik heb geparkeerd, trap ik enthousiast op de rem. Meteen beginnen de lampen te blozen: wow, dat ziet er goed uit! Ik haal de auto van de handrem en zet mijn auto in z’n achteruit. Direct beginnen kleine, witte lampjes op te gloeien. Leuk spelletje dit!

Op het moment dat ik met mijn richtingaanwijzers wil gaan spelen, besef ik waar ik mee bezig ben en stap ik toch maar uit. Gelukkig heeft niemand het gezien.

Na het boodschappen doen stap ik weer in mijn auto. Op dat moment zie ik echter wat bewegen achter de ruit: blijken er allemaal bouwvakkers nog aan het werk te zijn! Zonnebril op en gaan.

“It’s not yogurt, it’s mayonnaise.” 

Ken je die scène van Notting Hill? Ook ik dacht ooit een hap te nemen van een lekkere yoghurt.

(2006) ’s Avonds eet ik bij een vriend thuis en de borden zijn net weer opgeruimd. We hebben patat gegeten en bij het tafel dekken werd de mayonaise in plastic bakjes geserveerd. Dezelfde bakjes waar we nu yoghurt in eten. Ik let niet goed op en schenk de yoghurt in het mayonaisebakje dat op tafel is blijven staan. Pas wanneer ik de vettige lepel in mijn mond stop, heb ik mijn error door. Toch wil ik me niet als een onbeschofte gast gedragen. Ik doe mijn best om mijn gezicht in de plooi te houden, maar zo goed als Spike kan ik helaas niet acteren.

[2011] Met mijn vriend ben ik een weekendje weg in Brabant. We slapen in een heerlijk hotel, vlak naast de bosrand. Op de eerste avond gaan we altijd graag uit eten en we hebben vanavond om 18:30 gereserveerd. We krijgen een plekje toegewezen en gaan lekker zitten. De ober komt direct onze kant op en geeft ons de menukaarten. Hij vraagt me wat ik wil drinken en ik antwoord: “Zoete witte wijn alstublieft!” De ober schrijft geamuseerd mijn keuze op. Hij kijkt me vervolgens met een wijze blik aan.”Je bent net begonnen met wijn drinken? Leuk hoor! Ja zo gaat dat, dan begin je met zoete witte wijn, dan wordt het droge wijn en dan uiteindelijk begin je aan de rode wijn.” Ik voel me licht beledigd, omdat hij me zojuist als een beginner omschrijft. Ik denk erover om hem terug te antwoorden dat ik al sinds mijn 12e rode wijn drink (oké, ik kreeg één slokje bij opa en oma), maar ik houd mijn mond. Één betweter is al genoeg. Als de ober weer wegloopt, rol ik met mijn ogen en kan ik er wel om lachen.

Bekijk bericht