Op een ochtend kom ik nietsvermoedend de docentenwerkruimte binnengelopen. Het is nog vrij vroeg en ik ben de eerste die de deur opent. Een doordringende afvalgeur komt me tegemoet: niet écht een geur waarin je graag aan het werk gaat. Terwijl ik het raam open doe -dan maar de kou trotseren- stapt er heel enthousiast een collega binnen. “Och jee, is de tuinier-collega weer bezig geweest? Dat is vast en zeker zijn compost wat daar ligt te geuren.” Ik ga erop in en geef toe dat ik het inderdaad wel een beetje vind stinken. We lachen erom.

Even later komt de tuinier-collega binnenlopen die inderdaad toegeeft dat het zijn afval is. Heel vrolijk vertelt hij dat hij tomaten- en paprikaplantjes heeft meegenomen uit zijn moestuin. Of ik er ook eentje wil?

Een paar minuten later ben ik ineens de trotse eigenaar van een tomatenplantje. Met mijn nieuwe aanwinst loop ik naar mijn kluisje waar ik hem veilig wil stellen. Het lukte me bíjna om de collega te ontwijken met wie ik eerder had ‘geroddeld’ over de tuinier-collega. Tevergeefs. Glashard ben ik uitgemaakt voor “overloper”. Misschien toch wel een beetje terecht 😉

[2011] Samen met mijn vriendinnen ben ik op vakantie in Malgrat de Mar. Het is heerlijk weer en we zitten gezellig in een restaurantje. Een vriendin en ik hebben spinaziewraps besteld en het ziet er smakelijk uit! Mijn zus zit naast me en vraagt of we een hapje kunnen wisselen. Ik prik een stukje wrap op mijn vork en geef het aan mijn zus. Na een paar keer kauwen, vertrekt haar gezicht. “Gatver, het smaakt naar boerderij!” Mijn vriendin en ik kijken elkaar aan. Lekker dan. Boerderijsmaak aan je wrap. Doet dan toch iets met je eetlust.

Dat je minutenlang naar een leeg blogbericht aan het staren bent, dat je overweegt om kattensnoepjes op het toetsenbord te gaan leggen, zodat er misschien ineens een coole blog ontstaat.

Okee, dat is plan B.

Ondertussen ga ik weer verder met waar ik mee bezig ben. Voor mijn herkansing ben ik mijn getypte tekst aan het nalezen. Ik heb het uitgeprint, zodat ik mijn laatste hersenspinsels er nog bij kan schrijven. Tijdens het lezen ondersteun ik met mijn hand mijn wang, waardoor de pen vlak bij mijn neus in de lucht hangt. Hij ruikt best een beetje zurig, maar ik kan de geur niet direct plaatsen.

Op dat moment komt Darcy vanuit de woonkamer naar mij toegelopen. Hop, hij springt op het bureau. Direct ziet hij de pen in mijn hand en enthousiast zet hij zijn tanden erin. Ik kan de geur ineens heel goed plaatsen.

Iedereen kent wel die filmscène, waarbij er bij een koud watertje eerst met de grote teen gevoeld wordt of het water niet te koud is.

Iedereen met katten herkent wel die mysterieuze, slijmerige haarballenplasjes op de vloer.

Vanmorgen liep ik zonder lenzen door het huis en beleefde mijn grote teen beide substanties/scènes in één minuut. Just lovely. 

Vandaag ben ik in Amsterdam op stap met mijn Franse vrienden. Onder ons is ook een Engelse jongen, die weer een vriend is van mijn Franse vriend. Een gezellig internationaal clubje dus!

De avond is inmiddels gevallen en we bekijken de mooie kunstwerken van het lichtjesfestival. Het is prachtig op straat en we vermaken ons prima.

De Engelse jongen woont inmiddels alweer een poosje in Amsterdam en we hebben het over zijn ervaringen met Nederlands eten. Zo heeft hij al kennisgemaakt met stamppot, bitterballen en frikandellen. Ook poffertjes, hagelslag en pindakaas ontbreken niet op zijn lijst. Hij somt nog wat meer etenswaren op, waarbij zijn gezicht ineens betrekt bij “karnemelk”.

“I once thought it was regular milk. And then I poured it into my coffee.”