Het is de trouwdag van mijn ouders en we zijn gezellig uit eten met het gezin. We zitten in de hoek van het restaurant  en het is nog heerlijk licht buiten door de zomertijd. Fijn! Als voorgerecht smul ik van een vistrio en als hoofdgerecht deel ik een camembert en een ravioli met mijn vader. Life is good!

Eenmaal thuisgekomen besluit ik om nog een kopje thee te drinken. Ik zet de waterkoker aan en kies alvast een smaak uit: Russian Earl Grey. Terwijl het water warm wordt, hoor ik dat mijn vriend in de woonkamer een wit paaseitje pakt. (We hebben alleen maar wit, het is dus niet zo dat je dat verschil kunt horen ;)). Ik snel erheen en mijn vriend houdt demonstratief al een eitje voor mij op (wat kent hij me toch goed haha). “Wow, het lijkt wel alsof er een onuitputtelijke voorraad in deze zak zit!” merk ik op. Mijn vriend kijkt in het zakje en zegt dat er nog maar één in zit. “Die mag jij wel,” zeg ik heel lief tegen mijn vriend.

In de keuken hoor ik inmiddels de waterkoker afslaan en ik schenk het water in een beker. Het zakje doop ik er een paar keer in en ik neem de beker mee naar de woonkamer. Lekker verder lezen in mijn boek!

Na een paar minuten is de thee een klein beetje afgekoeld en neem ik een slok. “Wow, deze thee smaakt echt raar na zo’n paaseitje!” Ik neem nog een slok. “Uhl, het is best wel vies eigenlijk.” Mijn vriend kijkt me aan: “waar smaakt het naar dan?” Ik neem nog een klein slokje: “ja, naar citroen ofzo.” Mijn vriend begint te lachen. “Ik weet het al! Ik heb gisteren de waterkoker ontkalkt met citroensap… Heb je nou serieus dat water gebruikt?” Uiteraard. Moeite om elke keer vers water te pakken, het kookt toch nog? Ik ben direct klaar met mijn thee en ik eis het laatste eitje op. “Voor de lekkere smaak.”

Mijn vriend en ik hebben een heerlijk burgerlijk huishouden waarin we de taken verdeeld hebben. Voor de nieuwsgierigen: mijn vriend doet de kattenbak, de wc en de badkamer en ik stofzuig (blijft een raar werkwoord om te vervoegen!), doe de was en het afval. Samen doen we dan nog de keuken en de rest van de klusjes.

De mensen die ons persoonlijk kennen, weten dat mijn vriend nu een tijdje in het buitenland zit. Inmiddels is hij alweer bijna terug, maar het was deze keer dus wel echt aan mij om de badkamer schoon te maken. Gewapend met een teiltje sop en een doekje ga ik naar boven. Ik poets de wasbak, het bad en begin daarna aan de wc.

Voordat ik begin met schoonmaken heb ik er nooit zin in, maar als ik eenmaal bezig ben, vind ik het echt een sport om alles zo schoon mogelijk te krijgen. De heerlijke geur helpt dan ook vaak een handje mee. Net als Dorinde zet ik altijd een lekker muziekje aan en op die manier heb ik er echt lol in. Neuriënd ben ik bezig: wat wordt het weer lekker schoon. Mijn vriend zal trots op me zijn!

(…)

$&*(@#!$F

Wáárom moet er altijd een ongelukje gebeuren? Moet het altijd zo dramatisch? Is dit een ongeschreven, of juist een geschreven regel? Hoort het erbij? Krijgen professionele schoonmakers hier standaard een vergoeding voor?

Sip staar ik naar mijn natte broek en mijn doorweekte sloffen. De lege teil ligt op zijn kop op de grond, de uitslover. Het doekje hangt er slap bij. De wc blinkt daarentegen als een berg zilvergeld, wat dus betekent dat ik al het vieze wc-water over mijn benen en sloffen heb gegooid. Uhhhl. Godzijdank moet ik nog douchen.

Ben je al bijna thuis, schat?

Op een ochtend kom ik nietsvermoedend de docentenwerkruimte binnengelopen. Het is nog vrij vroeg en ik ben de eerste die de deur opent. Een doordringende afvalgeur komt me tegemoet: niet écht een geur waarin je graag aan het werk gaat. Terwijl ik het raam open doe -dan maar de kou trotseren- stapt er heel enthousiast een collega binnen. “Och jee, is de tuinier-collega weer bezig geweest? Dat is vast en zeker zijn compost wat daar ligt te geuren.” Ik ga erop in en geef toe dat ik het inderdaad wel een beetje vind stinken. We lachen erom.

Even later komt de tuinier-collega binnenlopen die inderdaad toegeeft dat het zijn afval is. Heel vrolijk vertelt hij dat hij tomaten- en paprikaplantjes heeft meegenomen uit zijn moestuin. Of ik er ook eentje wil?

Een paar minuten later ben ik ineens de trotse eigenaar van een tomatenplantje. Met mijn nieuwe aanwinst loop ik naar mijn kluisje waar ik hem veilig wil stellen. Het lukte me bíjna om de collega te ontwijken met wie ik eerder had ‘geroddeld’ over de tuinier-collega. Tevergeefs. Glashard ben ik uitgemaakt voor “overloper”. Misschien toch wel een beetje terecht 😉

(2011) Samen met mijn vriendinnen ben ik op vakantie in Malgrat de Mar. Het is heerlijk weer en we zitten gezellig in een restaurantje. Een vriendin en ik hebben spinaziewraps besteld en het ziet er smakelijk uit! Mijn zus zit naast me en vraagt of we een hapje kunnen wisselen. Ik prik een stukje wrap op mijn vork en geef het aan mijn zus. Na een paar keer kauwen, vertrekt haar gezicht. “Gatver, het smaakt naar boerderij!” Mijn vriendin en ik kijken elkaar aan. Lekker dan. Boerderijsmaak aan je wrap. Doet dan toch iets met je eetlust.

Dat je minutenlang naar een leeg blogbericht aan het staren bent, dat je overweegt om kattensnoepjes op het toetsenbord te gaan leggen, zodat er misschien ineens een coole blog ontstaat.

Okee, dat is plan B.

Ondertussen ga ik weer verder met waar ik mee bezig ben. Voor mijn herkansing ben ik mijn getypte tekst aan het nalezen. Ik heb het uitgeprint, zodat ik mijn laatste hersenspinsels er nog bij kan schrijven. Tijdens het lezen ondersteun ik met mijn hand mijn wang, waardoor de pen vlak bij mijn neus in de lucht hangt. Hij ruikt best een beetje zurig, maar ik kan de geur niet direct plaatsen.

Op dat moment komt Darcy vanuit de woonkamer naar mij toegelopen. Hop, hij springt op het bureau. Direct ziet hij de pen in mijn hand en enthousiast zet hij zijn tanden erin. Ik kan de geur ineens heel goed plaatsen.