Mijn moeder en ik zijn zojuist gearriveerd in Brabant. Het is nog meivakantie en we gaan gezellig een paar nachtjes in een schattig boerderijtje slapen! Dorinde is vandaag eerst nog naar haar studie en sluit vanavond laat aan.

Nadat we bij het huisje geparkeerd hebben, stelt mijn moeder voor om een stuk te gaan fietsen. We kiezen een mooie route uit en besluiten om eerst ergens te gaan lunchen.

We fietsen naar de plaatselijke herberg en vragen of we er een hapje kunnen eten. “Jahoor, geen probleem!” We nemen plaats aan een tafeltje en na een paar minuten komt de ober naar ons toe. “Zo, wat mag het wezen?” We hebben nog geen kaart gekregen, dus we vragen of hij een menukaart voor ons heeft. “Nee, ik heb vandaag alleen tosti’s, de keuken is niet open. Bij de overburen kunnen jullie wel gewoon broodjes bestellen!” Verbaasd staan we weer op en verhuizen we naar het restaurantje aan de overkant. Best gek zo, maar we kunnen er wel om lachen!

Bekijk bericht

Met warme voeten word ik wakker. Automatisch trap ik de deken een stukje van mij af om wat warmte kwijt te kunnen. Er schijnt al wat licht door de ramen, waardoor ik zie dat mijn been zwart is. Met mijn hand voel ik aan mijn been: huh, hoezo heb ik mijn panty nog aan? Ik duw de deken helemaal opzij. Waarom heb ik in godesnaam mijn kleding van gisteravond nog aan? Ik knipper met mijn ogen. Heb ik mijn lenzen serieus nog in?!

Gedesoriënteerd stap ik uit bed. Ik zoek mijn telefoon, maar ik kan hem nergens vinden. Ik zie in het stopcontact wel de telefoon van mijn vriend hangen en ik kijk op zijn scherm: 07:00. Huh?! 

Bekijk bericht

Er… zit… een… haan op de straat. Ja, ja een haan op de straat!

Op de fiets zie je nog eens wat. Om 07:05 vanmorgen racede ik voorbij dit gevleugelde vriendje. Een leuk contrast: hij chillend op straat, ik keihard te laat voor mijn werk omdat ik moest krabben en hier geen tijd meer voor had, oeeeps.

Het is 01:30 en ik lig net in mijn bed. De blog van morgen is zojuist gepubliceerd en ik heb nog even gauw mijn tanden gepoetst. De wekker zet ik om 09:30, zodat ik op tijd mijn bed uit ben voor de springwedstrijd van morgen!

Springwedstrijd. Paardrijden. Laarzen. Cap. Borstels. O nééééé. Ik besef me ineens dat mijn paardenspullen nog in mijn auto liggen. Mijn auto staat bij mijn schoonzus. Morgenochtend vroeg gaat mijn schoonzus met de auto naar het bos om te gaan wandelen.

Bekijk bericht

Vertederd kijk ik naar een bejaard echtpaar op de fiets. Allebei dragen ze een crèmekleurige broek en een groen met geel gestreepte polo. Zelfde merk fiets, matchende fietstas en al helemaal dezelfde stickers van de fietsenwinkel. Allebei een opgevouwen fleecedakentje achterop. Zeer aandoenlijk!

Toch klopt er iets niet, maar ik kan mijn vinger er niet op leggen. Ze zijn perfect gestyled, kunnen zó in een tijdschrift. Wat is het nou toch? Na ongeveer een kilometer achter ze te hebben gereden (alles voor de blog), zie ik het.

Haar fiets staat een tandje makkelijker. The husband ligt een half wiel op haar achter. Ineens heeft het iets ongemakkelijks, zo van die nét niet goed op elkaar afgestelde E-bikes.