Het stoplicht

Een echtpaar staat met de fiets (schattig, ook bijna dezelfde!) bij een kruispunt op hun stoplicht te wachten. Zelf kom ik net aanrijden en mijn stoplicht springt op oranje. Na een paar seconden afgeremd te hebben, kom ik vlak voor de fietsers tot stilstand. Ik vang de blik op van de man en de vrouw en ze glimlachen naar me. Dat vind ik altijd leuk, als mensen spontaan contact met je maken. Vervolgens kijken ze weer voor zich uit, wachtend tot hun eigen licht op groen springt. Helaas.. ze moeten nog even wachten: de auto’s van links komen eerst onze kant op.

Ik zet de radio wat harder voor het nieuws en werp nogmaals een blik richting het echtpaar (want: ik heb toch niks te doen). Ze staren nog steeds strak voor zich uit. Vreemd… Het leek net zo gemoedelijk, maar nu zeggen ze al een tijdje niks tegen elkaar.

Dan springt hun stoplicht op groen en de man komt direct in beweging. KEIHARD trapt hij weg. De vrouw steekt over en slaat linksaf. O, goh. Het is helemaal geen echtpaar, hahahaha. Ik moest er echt even van bijkomen.

Sportieve start

Op mijn gemakje zet ik op maandagmorgen de kliko aan de weg. Het belooft weer een mooie dag te worden en ik zet mijn zonnebril op mijn neus. Vervolgens loop ik naar de parkeervakken om in mijn auto te  stappen om naar mijn werk te rijden. Als de overbuurvrouw uit haar raam keek, had ze de volgende scène van mij kunnen zien:

Links kijken. Rechts kijken. Achterom kijken. Op horloge kijken. Nog een keer links kijken. Zenuwachtig lachje. Rechts kijken. Hand op hoofd. Keihard gelach. Snelle sprint naar binnen. Een minuut later een keihard fietsende overbuurvrouw.

Godzijdank werk ik op maandag dicht bij huis! Schiet het door mijn hoofd. Wanneer ik vijf minuten later langs het de station race, zie ik mijn auto chillen in de zon. Ik was vanmorgen even vergeten dat ik mijn weekendje Texel begon vanuit de trein. Op de terugweg reed ik met mijn vriend mee en ben ik m’n kar helemaal vergeten op te halen. Gelukkig is het vanaf het station nog maar vijf minuten naar mijn werk. Ik hoor je denken: kort stukkie! Zou je niet gewoon altijd lekker moeten fiet... – Ja.

Dat je gewoon expres ergens in de drukte wilt gaan zitten.

Samen met vrienden zit ik op een terrasje op de Grote Markt in Haarlem. We hebben elkaar al een tijdje niet gezien en kletsen over de gebeurtenissen (huis kopen!!) in onze levens. Tijdens het gesprek word ik steeds lichtelijk afgeleid, omdat er om de havenklap fietsbezorgers langsrijden. Op hun rug hebben ze een enorme, vierkante bestelbox. Behalve die grote unit op hun rug, dragen ze aquablauwe shirts, waardoor ze dus flink opvallen.

Op een gegeven moment ben ik gewend aan het feit dat er zo’n twee fietsbezorgers (ja, hoe zeg je dat nou, zodat het lekker bekt?) per minuut langskarren. Het is echt zo’n  stads dingetje.

Bekijk bericht

Plaatsvervangende zweethandjes

Op station Zaandam stap ik op de trein. Ik ben onderweg naar Amersfoort, waar ik met twee vriendinnen heb afgesproken. Ondanks dat (of misschien juist wel omdat) het zondag is, is het een ontzettende drukte. Ik kies voor de stiltecoupé op de bovenste verdieping van de trein, waar het ook flink bevolkt is. Een man haalt zijn aktetas van de stoel naast hem en dankbaar ga ik zitten. Ik heb uitzicht op het halletje, waar mensen nog steeds instappen en hun coupé kiezen.

Aan de andere kant van het gangpad zit een vrouw die een wat nerveuze indruk maakt. Ze kijkt onrustig om zich heen en staat af en toe ook op van haar plek. Ze loopt dan naar het gangpad, draait zich om en werpt een vluchtige blik op het halletje. Vervolgens gaat ze weer zitten. Een vreemd schouwspel. Op station Zaandam herhaalt ze dit drie keer, totdat de trein begint te rijden. Onderzoekend kijk ik haar aan. Is ze bang dat ze wordt gevolgd? Wacht ze op iemand? Heeft ze misschien een blind date? Mijn fantasie slaat een beetje op hol, totdat ik weer in de realiteit “ssssst, meneer, kunt u misschien ergens anders gaan bellen?” terugval. Een blind date in de stiltecoupé: lijkt me toch niet.

Bekijk bericht

Bij de fietsenmaker

[2005-20..] Als de fietsenmaker je alwéér ziet aankomen met je kapotte fiets, zijn blocnote pakt en zegt: “Den Boer, was het toch?”