Na een boel gezelligheid ga ik rond 22:30 na een vriendinnenavondje in Amsterdam weer naar huis. Ik rij met Dorinde mee, die mij heel chill weer afzet bij het station waar mijn auto geparkeerd staat. Terwijl ik mijn tassen in mijn auto zet, rijdt Dorinde weer weg. Ze moet nog een klein stukje rijden naar haar huis, maar besluit om eerst nog even te gaan tanken.

Een minuut later start ik mijn auto en rijd ik dezelfde route richting mijn huis. Normaalgesproken zou ik bij de kruising rechtdoor gaan, maar ik besluit om rechtsaf te gaan om nog even langs de benzinepomp te rijden en Dor gedag te zeggen. Ik draai mijn raam omlaag en ga mans zitten met mijn elleboog in het raam. “Doei hè!” En ik scheur weg.

Mijn manse act valt drie seconden later helaas in het water. Er staat een grote sleepwagen midden in de straat, waardoor ik moet keren en dus weer terug langs de benzinepomp moet, hahaha.

Bekijk bericht

Het is zaterdagochtend 8:15 en mijn vriend is klaarwakker. Hij draait zich naar mij om (stel ik me dan zo voor hè, met een verliefde blik etc.) en ziet dat ik nog slaap. Zachtjes stapt hij uit bed, loopt naar de badkamer om zijn lenzen in te doen en gaat vervolgens naar de keuken om te ontbijten.

(8:20) Ik word wakker. KLING, KLETS, KLAK, BENG. Woest smeert mijn vriend zijn crackers met pindakaas. Bord uit de kast, kastje weer dicht, mes uit de lade, lade weer dicht, pindakaas op het aanrecht, etc.

Goeiemorgennnnnn.

Bekijk bericht

Het is vrijdagochtend en ik ben net op stal aangekomen. Het regent dat het giet, maar ik vind het niet zo erg: mijn weekend begint met een heerlijk ochtendje paardrijden. Op een blaadje staat altijd aangegeven op wie je gaat rijden die dag. Ik mag op Sproet, een favoriet!

Normaalgesproken staat Sproet achterin op de weilanden, maar ik krijg nu te horen: “hij staat lekker dichtbij, linksaf en dan in de eerste paddock!” Dat scheelt met de regen! “Hij staat daar samen met Trix in de wei.” Ik weet dat Trix een kleine pony met vlekken is, maar verder ben ik heel slecht met pony’s van elkaar onderscheiden. Sproet is een prachtig, groot wit paard (met sproeten), dus dat is niet te missen!

Ondertussen regent het nog altijd keihard en ik begin mijn route naar het weiland. Waar ik normaalgesproken rechtdoor zou lopen richting Sproet, sla ik nu linksaf en loop ik naar het weiland. In de verte zie ik een wit paard staan, samen met een zwart-wit gevlekte pony. Dat zal Trix wel zijn. Ik loop verder en even later ben ik bij Sproet. Ik doe het halster om en ik kijk even naar hem: ik voel dat er iets niet helemaal klopt, maar dat zet zich in mijn hoofd niet door. Dat het halster best groot om zijn hoofd valt en dat dit paardje een stuk kleiner is, registreer ik op de een of andere manier niet. (Het is nog ochtend, het regent keihard en ik kan soms echt een ontzettende drol zijn).

Met ‘Sproet’ loop ik weer terug naar de stal, een tochtje van zo’n vijf minuten in de stromende regen. “Deur vrij!” Drijfnat lopen we naar binnen. Zo’n vier verbaasde gezichten staren mij aan. “Laura, waarom heb je… hoezo heb je.. dat is Barcelona!” Ik schiet direct in een ongemakkelijke lach. “O echt? Ja. Shit. Zie je wel, ik wist dat deze dag een keer zou komen.” Awkward. Lekker dom. “Jongens, dit is dus de reden waarom ik een blog heb, hè! Dit soort dingen gebeuren mij helaas.” Gelukkig kan ik er zelf ook hard om lachen, maar gênant is het wel.

Even later loop ik naar de goeie Sproet en zie ik dat Trix inderdaad vlekken heeft. Bruine vlekken. Oepsie. Het halster van Sproet past als gegoten en ik snap ook echt niet hoe ik nou zo knullig kon zijn. Ik heb denk ik last van een milde vorm van het bekende “verkeerde interpretatie van instructie”-autisme.

Bekijk bericht

Leerling, mompelend: “is meneer X in de lerarenkamer?”

Ik: “wie zeg je?”

Leerling: “meneer X”

Ik versta hem nog steeds niet, dus ik denk slim te zijn: “welk vak geeft hij ook alweer?”

Leerling lacht mij keihard uit. “Dat is de directeur.”

Eigenlijk had ik hem hier moeten uitlachen. Onze directeur is namelijk geen man! Maar ik hield me in. Beheersing. Liet hem winnen. 😉

Het is eigenlijk helemaal niet handig dat ik deze blog nu ga schrijven. Ik weet namelijk nu al waar iedereen de komende tijd naar zal kijken 😉

(…)

Afgelopen week liep ik rond in de drogisterij om wat make-up te halen. Op het gebied van make-up ben ik niet zo heel inspirerend, ik koop eigenlijk altijd een beetje hetzelfde. Zo wilde ik bijvoorbeeld alleen mijn ‘wenkbrauwkit’ kopen, omdat ik de vorige net iets te hard op de grond heb laten kletteren. De actie ‘1+1 gratis’ is dan bij mij direct een dingetje. Koop ik twee van die wenkbrauwkits? Nah, de kans dat ik hem weer laat vallen is niet zo groot. Ik besluit iets anders te kopen.

Tien minuten later sta ik met een ingehouden lach bij de toonbank. Ik reken mijn spullen af en ga weer terug naar huis. Daar aangekomen haal ik de wenkbrauwkit eruit en houd ik het andere product nog dágen in het tasje. Until tonight.

Lachend pak ik het potje er weer bij. Hoezo heb ik dit nou weer gekocht? Ik koop dit nóóit! Ik besluit om eerst te douchen voordat ik het ga gebruiken.

Na mijn douchebeurt gaat het ongeveer zo:

* ik leg een washand op de keukentafel.

* ik draai de dop van het flesje.

* ik leg mijn enorme maat 42 op de washand.

* ik begin aan mijn grote teen.

Ja, ik heb vanavond mijn nagels gelakt. Ik ben daar dus echt niet goed in. Die washand hè… die heb ik echt nodig. Zo doop ik standaard het kwastje te diep in het potje. Ik werk met tegenlicht. Mijn tenen doen spastische dansjes. De buurnagels worden al gelakt, voordat ik ze nog maar een blik waardig heb gegund. Ik ben zo iemand die binnen 30 seconden klaar is. Vervolgens heel voorzichtig door het huis lopen en overal toch tegen aanstoten.

Gesprekjes met vriendinnen gingen altijd als volgt: “Lau, wil jij mijn nagels lakken? – eh, nee. Ik denk dat je met links nog beter je eigen hand kunt doen!”

Nagels lakken? Ik houd er niet van. Ik heb er geen aanleg en geen geduld voor 😉 Niet voor niets speelde ik vroeger in toneelstukjes altijd de man.

Bekijk bericht