Stormschade

Afgelopen zomer keek ik op een willekeurige dag naar buiten, naar ons dakterrasje. Er viel me toen iets geks op: er lag een knuffelbeer. “Weet jij hier iets van?” Ook mijn vriend heeft geen idee. Geen probleem verder hoor, knuffelberen zijn altijd welkom!

Een aantal weken later kwam ik tot de ontdekking dat mijn buurjongen hier achter zat. Mijn vriend en ik wonen tussen 2 broers en ons dakterras ligt toevallig precies tussen de twee dakterrassen van onze buurjongens. Kennelijk had mijn buurjongen een knuffelbeer gewonnen en wilde hij deze voor de grap aan zijn broer ‘geven’ (lees: zijn dakterras op gooien). Zijn worp was echter nét niet hard genoeg, waardoor beerlief bij ons neerplofte. Haha! Of ik beer even een zetje kon geven, zodat ie alsnog bij zijn bestemming aan zou komen.

Op de een of andere manier was het daar nog niet van gekomen: steeds regende het of had ik geen zin om even naar buiten te klimmen. Stiekem vond ik het ook wel gezellig dat we nu een soort van huisdier hadden.

Afgelopen week heeft het ontzettend gestormd in Nederland. We wonen in een best oud huisje, maar er leek bij ons niets aan de hand te zijn! Gelukkig maar. Toch zat het me niet helemaal lekker, op de een of andere manier voelde het alsof ik iets vergat. Toen ik later die avond de gordijnen voor het deurtje van ons dakterras wilde sluiten, werd mijn vermoeden bevestigd. Daar waar ons nieuwe (leen)huisdier altijd lag, was nu een kale plek. “Noooh! Moet je kijken!” wijzend naar het dakterras van onze buurjongen. Beer is weer terug bij de oorspronkelijke eigenaar, hihi. Wie weet gaat buurjongen binnenkort nog een (mislukte) poging doen en mogen we beer opnieuw verwelkomen. Ik kijk ernaar uit.

Bekijk bericht

There it is! Aaaaaand it’s gone.

Tegen het stalkerige aan gluur ik naar het raam van de overburen. Er is iets heel geks aan de hand: in een constant tempo verschijnt er steeds een zwart balkje voor het raam. En weer weg. En daar komt hij weer. En weer weg. Ik druk mijn gezicht steeds dichter tegen het raam, zo nieuwsgierig word ik ervan. (Als er nu iemand over de gallerij loopt, heb ik mijn uitleg absoluut niet klaar). Wat is dat voor geks? Is het een wapperend kledingstuk? Is het een apparaat? Oh wacht eens. Wacht, het is een lichaamsdeel! En dan ineens zie ik het. De buuf is op een oefenfiets aan het trainen. Het is haar knie waar ik zo gefascineerd naar sta te kijken. Respect voor het tempo, overigens!

Legaal belletjelellen

Appels? check. Rozijnen? check. Suiker? check. De appelflappen kunnen worden gemaakt!

Op het moment dat ik de oven op voorverwarmen zet, krijg ik het zelf ineens héél warm. Ik besef me dat ik een belangrijk onderdeel ben vergeten.

Onder het mom van gisteren was het burendag, bel ik licht beschaamd op mijn slippers bij de buren aan. En daar de buren weer van. Tot aan de onderbuurvrouw aan toe. Vriendelijk maar vragend kijkt ze me aan. “Hallo.. eh.. heeft u nog bakpapier?”

Onzeker

Twee weken lang is het al aan de gang. Elke dag. Of in ieder geval bijna elke dag. Ik wilde er eigenlijk geen blogpost over schrijven, omdat ik het maar niet wilde erkennen. Toch is het iets waar ik doorheen moet. Ik werk nou eenmaal in de stad en daar moet ik toch echt naartoe fietsen.

Sinds twee dagen word ik elke dag namelijk heel vervelend nagekeken. In het begin had ik er niet zo’n erg in, maar het begint nu steeds meer op te vallen. Soms kijk ik expres de andere kant op, maar ik voel de blik dan altijd in mijn rug branden. Het is een blik van: “wat doe jij hier?” Met grote ogen kijkt hij me dan aan: “wat moet je nou, met je fiets?” Hulpeloos kijk ik dan terug. Hij kijkt me altijd aan achter het raam, dus ik kan hem niets vertellen. Net ook weer was het alsof hij zei: “jij raar persoon, wil je alsjeblieft even gauw opdonderen?”

Lieve kat van de buren, ik begrijp dat jij als bewoner van Frankrijk nog niet zo vaak een fiets hebt gezien, maar ik zal je geen kwaad doen. Dat beloof ik! Probeer jij dan op jouw beurt iets minder arrogant te kijken? Merci!