(2004). “Dames en heren, luister goed. We gaan zo een voorstelrondje doen! Noem je naam en vertel kort wat over jezelf.” We zitten in de brugklas en zijn als mentorklas voor het eerst bij elkaar gekomen. Een aantal leerlingen ken ik nog van de basisschool, maar er zitten ook veel nieuwe gezichten bij. Dit soort voorstelrondjes zijn altijd spannend, je moet natuurlijk meteen een goede indruk maken. Ik zit in het midden vooraan, naast vriendin Lisa*. Het rondje begint aan de zijkant, dus ik heb nog even om een goed verhaal te verzinnen. “Ik hou van katten?” Nah, dat is een beetje saai om te vertellen. Langzaam maar zeker hebben steeds meer kinderen zich voorgesteld. Veel sneller dan ik dacht is Lisa aan de beurt. Geconcentreerd luister ik naar wat ze te vertellen heeft, misschien kan ik daar iets van overnemen. Slim! En dan ben ik aan de beurt. Nog steeds geen idee hebbend wat ik wil vertellen, begin ik: “nou, ik ben dus ehh Lisa. Oh nee. Ik ben Dorinde, haha. Oeps.” Ik kan je vertellen, dat was niet het meest gemakkelijke moment in mijn leven. Maar er is geloof ik nog nooit een moment geweest dat ik hier aan terugdacht zónder te lachen. HOE KAN JE IN GODSNAAM JE EIGEN NAAM VERGETEN?! Indruk had ik zeker gemaakt, haha!

 

* Wegens privacy is de naam Lisa in dit bericht verzonnen 😉

Bekijk bericht

Het is vrijdagochtend en ik ben net op stal aangekomen. Het regent dat het giet, maar ik vind het niet zo erg: mijn weekend begint met een heerlijk ochtendje paardrijden. Op een blaadje staat altijd aangegeven op wie je gaat rijden die dag. Ik mag op Sproet, een favoriet!

Normaalgesproken staat Sproet achterin op de weilanden, maar ik krijg nu te horen: “hij staat lekker dichtbij, linksaf en dan in de eerste paddock!” Dat scheelt met de regen! “Hij staat daar samen met Trix in de wei.” Ik weet dat Trix een kleine pony met vlekken is, maar verder ben ik heel slecht met pony’s van elkaar onderscheiden. Sproet is een prachtig, groot wit paard (met sproeten), dus dat is niet te missen!

Ondertussen regent het nog altijd keihard en ik begin mijn route naar het weiland. Waar ik normaalgesproken rechtdoor zou lopen richting Sproet, sla ik nu linksaf en loop ik naar het weiland. In de verte zie ik een wit paard staan, samen met een zwart-wit gevlekte pony. Dat zal Trix wel zijn. Ik loop verder en even later ben ik bij Sproet. Ik doe het halster om en ik kijk even naar hem: ik voel dat er iets niet helemaal klopt, maar dat zet zich in mijn hoofd niet door. Dat het halster best groot om zijn hoofd valt en dat dit paardje een stuk kleiner is, registreer ik op de een of andere manier niet. (Het is nog ochtend, het regent keihard en ik kan soms echt een ontzettende drol zijn).

Met ‘Sproet’ loop ik weer terug naar de stal, een tochtje van zo’n vijf minuten in de stromende regen. “Deur vrij!” Drijfnat lopen we naar binnen. Zo’n vier verbaasde gezichten staren mij aan. “Laura, waarom heb je… hoezo heb je.. dat is Barcelona!” Ik schiet direct in een ongemakkelijke lach. “O echt? Ja. Shit. Zie je wel, ik wist dat deze dag een keer zou komen.” Awkward. Lekker dom. “Jongens, dit is dus de reden waarom ik een blog heb, hè! Dit soort dingen gebeuren mij helaas.” Gelukkig kan ik er zelf ook hard om lachen, maar gênant is het wel.

Even later loop ik naar de goeie Sproet en zie ik dat Trix inderdaad vlekken heeft. Bruine vlekken. Oepsie. Het halster van Sproet past als gegoten en ik snap ook echt niet hoe ik nou zo knullig kon zijn. Ik heb denk ik last van een milde vorm van het bekende “verkeerde interpretatie van instructie”-autisme.

Bekijk bericht

Het is zaterdagavond en ik heb met mijn familie afgesproken in Alkmaar, gezellig! Het is even na negenen, waardoor ik gratis kan parkeren in de binnenstad.

Mans kom ik aangereden met de auto van mijn vriend. Al snel zie ik een vrij plekje. Die is voor mij! Soepel manoeuvreer ik de auto naar het parkeervak en zet ik hem neer. Ik haal de sleutel uit het contactslot en stap uit. Ha! Dat heb ik even snel gepiept.

Het parkeervak lig precies voor een huis. In de deuropening staat een jongen te roken en hij kijkt hoe ik uitstap. Voelt dan toch leuk dat je in één keer de auto zo netjes neerze..

O.

Shit.

Bekijk bericht

De overburen lachen zich vast rot bij het zien van mijn instapmanoeuvre. Mijn handgreep kleppert nog altijd, waardoor ik via de passagiersstoel mijn auto moet instappen. In plaats van de bestuurdersdeur van binnenuit te openen, neem ik mijn groeiende blauwe handremplek op mijn bil voor lief en sjees ik mezelf van de passagiersstoel naar de bestuurdersstoel. Ik moet zeggen: het begint te wennen! Net als mijn ‘yeah, I know’-blik die ik op voorbijgangers werp.