Sinds ik met mijn auto bij de garage ben geweest, heb ik weer de mooiste remlichten van Nederland. Helaas merk ik de volgende dagen dat mijn auto een ‘souvenirtje’ heeft overgehouden aan het garagebezoek: gekraak. Steeds wanneer ik stilsta voor een stoplicht, begint het gekraak opnieuw. Heel frustrerend, want ik heb geen idee waar dit vandaan komt. Onder mijn motorkap? Mijn dashboard? Wel ontdek ik dat het geluid minder wordt wanneer ik mijn auto in z’n vrij zet. Maar om dit nou in het vervolg altijd te gaan doen…

Twijfel de twijfel. Ga ik terug naar de garage? Op zich kan ik er mee leven, maar dit gekraak was er voorheen niet. Best goede reden om even terug te gaan, toch? 

De volgende ochtend sta ik in de file, waardoor ik vaak moet stoppen en dus flink in de krakende herrie zit. Ik besluit mijn vriend te bellen voor zijn mening. “Wat vind jij?” Hij merkt op: “het geluid is hard, ik zou hier wel even mee teruggaan.” Ik besluit dat hij gelijk heeft. Wel denk ik direct: pffff, wel weer moeite om naar de garage te gaan. 

Op de terugweg sta ik lang in de rij voor een stoplicht en ik krijg een geniale ingeving. Laat ik eens overal tegenaan drukken. Eerst krijgen mijn radio, deur en speaker de volle lading. Helaas, het gekraak gaat door. Ik besluit mijn auto in z’n vrij te zetten en duw met mijn handen, voeten en knieën overal tegenaan. Tijdens mijn manoeuvres grinnik ik: deze auto-massage moet er best een beetje apart uit zien voor mijn mede stoplichtwachters.

Op dat moment hoor ik “klik!” bij mijn linkerknie. EUREKAAAAA. 

Wat het nou was? Géén idee, maar het zat los. Godzijdank heb ik mezelf een knullig garagebezoekje weten te besparen 😉

Vandaag heb ik mijn auto weer opgehaald bij de garage. Zoals je in een eerdere blog misschien al hebt gelezen, waren zijn rooie oogjes (remlichten) tijdelijk niet open. Vanmiddag ben ik dus vol trots en weer veilig remmend door het leven gegaan. Wat een verademing is dat dan toch, als iets dat heel vanzelfsprekend kapotgaat en het daarna weer werkt (net zoiets als dat je buikpijn weer overgaat).

Die avond moet ik nog even wat boodschappen doen en ik besluit om mijn auto te parkeren voor een grote winkelruit. Bips in de weerspiegeling. Terwijl ik heb geparkeerd, trap ik enthousiast op de rem. Meteen beginnen de lampen te blozen: wow, dat ziet er goed uit! Ik haal de auto van de handrem en zet mijn auto in z’n achteruit. Direct beginnen kleine, witte lampjes op te gloeien. Leuk spelletje dit!

Op het moment dat ik met mijn richtingaanwijzers wil gaan spelen, besef ik waar ik mee bezig ben en stap ik toch maar uit. Gelukkig heeft niemand het gezien.

Na het boodschappen doen stap ik weer in mijn auto. Op dat moment zie ik echter wat bewegen achter de ruit: blijken er allemaal bouwvakkers nog aan het werk te zijn! Zonnebril op en gaan.

“Hoo!” Ik hoor mezelf een kreetje uitslaken en ik kijk in mijn achteruitkijkspiegel. Niks aan de hand gelukkig, wel even beter opletten de volgende keer.

Na een paar minuten sta ik voor een stoplicht te wachten en de motorrijder die achter me reed, komt naast me staan. Hij klopt op het raam en ik schrik van deze actie. Oldskool draai ik mijn raam omlaag en ik zeg hem gedag.

“Hoi, je remlichten doen het niet meer.” Ik schrik van deze opmerking, dat is nog eens gevaarlijk! Ik bedank hem vriendelijk voor het doorgeven: zo kan ik actie ondernemen.

Inmiddels is de garage gebeld en staat de afspraak gepland. Stiekem duim ik natuurlijk dat er alleen een draadje is losgeschoten bij de hoge drempel waar ik zojuist overheen vloog.

Na een gezellige verjaardag van mijn oma rijden mijn zus, haar vriend en ik ’s avonds weer naar huis. Ook zetten we twee nichtjes onderweg af. Omdat we met twee auto’s zijn, hebben we de volgende logistiek bedacht: de vriend van mijn zus en ik zetten nichtje 1 af bij het station, Dorinde rijdt met het andere nichtje achter ons aan en vervolgens rijden we samen door naar het adres van ons andere nichtje.

“Hier naar rechts hè!!” Oeps, afslag gemist. Mijn nichtje schiet in de lach: “ach, mijn trein vertrekt pas over 10 minuten, dat red ik nog wel.” Dorinde rijdt een paar auto’s achter ons en we zien haar wel richting het station rijden. Die wacht daar vast wel op ons.

Na een paar honderd meter komen we bij een rotonde waar we weer kunnen keren. Wanneer we bijna bij het station zijn, zien we Dor onze kant op sturen. Ik gebaar flink met mijn armen om haar duidelijk te maken dat ze even moet wachten, maar ze manoeuvreert de auto al de weg op. Wanneer ze ons ziet, kijkt ze ons lachend en vragend aan.

Snel zetten we ons nichtje af bij het station en gaan we weer dezelfde kant op. Omdat we de weg niet helemaal weten, hopen we dat Dorinde ergens aan de kant staat te wachten. We rijden richting de rotonde en op hetzelfde moment schieten de vriend van mijn zus en ik keihard in de lach. “HAHAHAHA, kijk, daar rijdt ze nog steeds hoor! Op de rotonde! Geniaal!!” Op het moment dat ze de bocht weer om zou moeten komen, blijft de rotonde leeg. “O, het was gewoon een willekeurige zwarte auto.”

Even later meeten we maar op een makkelijke afspreekplek 😉

Ik zit met mijn vriend in de auto en we zijn op weg naar zijn ouders. Wanneer we er bijna zijn, beginnen de lampjes van het stoplicht te knipperen om aan te geven dat de brug open gaat. Een aantal auto’s voor ons kunnen er nog overheen, maar wij redden de slagbomen nét niet meer. “Hadden we toch beter die andere route kunnen nemen”. Er zijn meerdere routes naar zijn ouders en de route met de brug is zo’n kwartiertje sneller. Normaal gesproken dan ;-).

Na tien minuten worden we lichtelijk ongeduldig. Mijn vriend besluit een mini showtje op te voeren en zet de radio wat harder. Hij pakt met twee handen het stuur vast en maakt een schijnstuurbeweging. Althans, dat dacht hij. Terwijl de auto vóór zijn showtje nog uit stond, begint de motor direct te ronken nadat hij het stuur een beetje beweegt. We moeten allebei heel hard lachen, de timing was echt perfect. Volgende keer zetten we de motor toch maar helemaal uit in plaats van op Ecostand ;-).