Samen met mijn vriend ben ik op vakantie op Terschelling. Op zondag stappen we op de fiets om een rondje eiland te fietsen. Na een tijdje door de bossen gereden te hebben, komen we bij een mooi meertje dat ook wel “de Doodemanskisten” wordt genoemd. De reden waarom het meer zo heet, is nog altijd niet helemaal duidelijk. Er gaan geruchten dat er oude zeelieden begraven zijn. Anderen zeggen dat er kisten van arme mensen begraven zijn. Het lijkt de eenden in ieder geval niet veel te boeien wie of wat er begraven ligt: ze zwemmen er vrolijk op los.

Nadat we om het meer gefietst hebben, ploffen we neer op een bankje in de zon. Het is hier heerlijk rustig en we pakken onze leesboeken erbij. Chill! We lezen zo’n tien minuten en ik zit helemaal in mijn verhaal. Op dat moment hoor ik in de verte echter twee vrouwen luid kwebbelend aankomen. Met luide stem kletsen ze honderduit over hun vriendinnen en ze ploffen op het bankje naast ons neer. “Zo, laten we ons maar even tussen dat stuur wurmen. Die staat hier ook lekker handig.” Ik kijk op van mijn boek om ze eventueel gedag te zeggen en te vragen of we de fiets moeten verplaatsen, maar ze zijn duidelijk helemaal in hun gesprek verwikkeld en ze schenken ons geen aandacht.

Bekijk bericht

Twee dames van 80 zitten naast mij in de trein. “Kijk, we komen nu aan op station Zaandam. Zie je die nieuwe stijl? Al die gekleurde Zaanse huisjes, ik vind het maar niks. De kleuren zijn veel te fel. Wat vind jij?” Haar vriendin antwoordt vrolijk: “o, nee ik vind het juist heel mooi! Ik vind de kleuren helemaal niet schreeuwerig, hoor.” Vriendin: “Ja, maar jij hebt je zonnebril op!”

En een lol dat ze vervolgens hadden! 😉

Bekijk bericht

Na een lange werkdag en een vergadering stap ik rond 21:00 in de trein terug naar huis. Voor mij lopen vier oudere dames die een plekje uitzoeken in de coupé. Met hun tassen en spullen ploffen ze neer in een ‘vierzit’ en ik ga bij hen in de buurt zitten. Dit kon nog wel eens leuk gaan worden.

Bekijk bericht

“Hebben we er nog zin aan?” vraagt de ‘leider’. “Joah, we kennen er nog wel eentje doen!” Met mijn vriend zit ik bij de lokale ijsboer op het terras. Zeven muzikanten vermaken ons met hun blaasinstrumenten: wat leuk dat we hier toevallig heen wandelden! Ze spelen leuke liedjes en er heerst een vredige sfeer zo op deze warme dinsdagavond.

Net wanneer ik denk dat ze beginnen met het volgende lied, vraagt één van de heren: “hebben jullie het nieuws gehoord van Blokker? Weer een grote ontslagronde hè. Toch zonde hoor. De trompettist laat zijn trompet leeglopen (een gek gezicht, dat heb ik nog nooit eerder gezien) en de tubaspeler hijst zijn instrument nog even goed op zijn rug. “Jongens, gaan we nog even?” herhaalt de leider. De saxofonist slaakt een diepe zucht en zegt dan dat hij het volgende liedje wel weer wil spelen. “Heb je gewerkt ofzo, dat je zo moe bent?” grapt de trompettist. Op dat moment loopt er een man op klompen langs en zijn ze even afgeleid. Nadat er gezwaaid is, zetten ze toch weer hun liedje in.

Mijn vriend en ik maken een avondwandeling en we komen twee jongens tegen die aan het skelteren zijn. Het loopt tegen achten en één van de jongens wordt geroepen om binnen te komen. “Nou, tot overmorgen hè! – Huh, nee hoor, tot morgen! Ik zie je toch op school? – Oja!!” De jongen lacht: “dat zou toch wat zijn, als ik je pas overmorgen zou zien. Dat zou betekenen dat we niet naar school hoeven!” De andere jongen antwoordt lachend: “ja! Maar ik vind school helemaal niet zo erg hoor. Weet je hoe ik school doe? Ik kijk naar de klok tot het 10 uur is, dan eet ik mijn koek. Om 12 uur kunnen we lekker buitenspelen en daarna wacht ik tot het 2 uur is. Dan is het alweer bijna tijd!! Moet je maar eens proberen.”

Bekijk bericht