Een Belgisch lijkende stem verbreekt de stilte in de trein. “Beste reiziger, het volgende station is.” Er volgt een lange stilte. Geamuseerd kijk ik op van mijn boek. Na een minuutje gaat de intercom weer aan. Lachend doet de vrouw een tweede poging: “Beste reiziger, het volgende station is Zaandam.” België, nu weet ik het zeker. Mijn gedachten dwalen af. Zou ze pas net in Nederland zijn? Of is ze gewoon een dagje in het buurland aan het werk zijn? Het zou zomaar kunnen.

Ik pak mijn boek erbij. Toch merk ik dat mijn concentratie niet meer is zoals het eerder was. Zo laat ik me gemakkelijk afleiden door de gesprekken naast me. “Ja, ik zeg zo tegen Jan he, heb jij al gestemd op t werk? Nou, niet dus hè. Dus ik zeg tegen hem: nou, ik wel. Op Rob! Je moet z’n gezicht hebben gezien.” De dames lachen even. Vervolgens gaat het gesprek ‘verder’. “Haha, dus ik zei dat tegen Jan he: ik heb dus wel gestemd. Op Rob!” Weer moet ze lachen. Juist ja.

Rond Amsterdam stapt er een man de coupé binnen die aan het bellen is. Soms is het helemaal niet je intentie om met iemand mee te luisteren, maar kan het gewoon even niet anders. De beste man was met de tandarts aan het bellen. Kennelijk heeft hij al drie maanden last van z’n verstandskiezen en had de tandarts toen al tegen hem gezegd dat ze er misschien uit moeten. Direct denk ik terug aan mijn eigen verstandskies-avontuur. Alle vier zijn ze er uit bij mij. De behandeling zelf was het probleem eigenlijk helemaal niet. Vooral de day after was hilarisch. Van mezelf heb ik vrij bolle wangen. (Er is al eens een blog verschenen waarin beschreven werd dat een collega aan me vroeg of ik naar de tandarts was geweest. M’n wangen leken namelijk wat dik. Dat was toen niet het geval, kun je nagaan haha. Puur natuur.) Je kunt je voorstellen dat mijn wangen ná het trekken van mijn verstandskiezen helemaal gigantisch waren.

En zo zit ik dus in de trein, te gluren naar de buurman om me een voorstelling te maken van hem met hamsterwangen. Direct zit het ‘Hamtaro’ liedje (een tekenprogramma van vroeger over hamsters, ja echt) in m’n hoofd. De man hangt weer op -de afspraak is gemaakt- en de rust keert weer terug.

Ik krijg het voor elkaar om nog vijf bladzijdes te lezen, totdat de intercom weer aan gaat. Met een mooi accent wordt er omgeroepen: “het volgende station is Utrecht.”

Ik stap uit en loop naar de bushalte. Misschien zit Rob wel in de bus!

Bekijk bericht

Samen met mijn vriend ben ik op vakantie op Terschelling. Op zondag stappen we op de fiets om een rondje eiland te fietsen. Na een tijdje door de bossen gereden te hebben, komen we bij een mooi meertje dat ook wel “de Doodemanskisten” wordt genoemd. De reden waarom het meer zo heet, is nog altijd niet helemaal duidelijk. Er gaan geruchten dat er oude zeelieden begraven zijn. Anderen zeggen dat er kisten van arme mensen begraven zijn. Het lijkt de eenden in ieder geval niet veel te boeien wie of wat er begraven ligt: ze zwemmen er vrolijk op los.

Nadat we om het meer gefietst hebben, ploffen we neer op een bankje in de zon. Het is hier heerlijk rustig en we pakken onze leesboeken erbij. Chill! We lezen zo’n tien minuten en ik zit helemaal in mijn verhaal. Op dat moment hoor ik in de verte echter twee vrouwen luid kwebbelend aankomen. Met luide stem kletsen ze honderduit over hun vriendinnen en ze ploffen op het bankje naast ons neer. “Zo, laten we ons maar even tussen dat stuur wurmen. Die staat hier ook lekker handig.” Ik kijk op van mijn boek om ze eventueel gedag te zeggen en te vragen of we de fiets moeten verplaatsen, maar ze zijn duidelijk helemaal in hun gesprek verwikkeld en ze schenken ons geen aandacht.

Bekijk bericht

Twee dames van 80 zitten naast mij in de trein. “Kijk, we komen nu aan op station Zaandam. Zie je die nieuwe stijl? Al die gekleurde Zaanse huisjes, ik vind het maar niks. De kleuren zijn veel te fel. Wat vind jij?” Haar vriendin antwoordt vrolijk: “o, nee ik vind het juist heel mooi! Ik vind de kleuren helemaal niet schreeuwerig, hoor.” Vriendin: “Ja, maar jij hebt je zonnebril op!”

En een lol dat ze vervolgens hadden! 😉

Bekijk bericht

Na een lange werkdag en een vergadering stap ik rond 21:00 in de trein terug naar huis. Voor mij lopen vier oudere dames die een plekje uitzoeken in de coupé. Met hun tassen en spullen ploffen ze neer in een ‘vierzit’ en ik ga bij hen in de buurt zitten. Dit kon nog wel eens leuk gaan worden.

Bekijk bericht

“Hebben we er nog zin aan?” vraagt de ‘leider’. “Joah, we kennen er nog wel eentje doen!” Met mijn vriend zit ik bij de lokale ijsboer op het terras. Zeven muzikanten vermaken ons met hun blaasinstrumenten: wat leuk dat we hier toevallig heen wandelden! Ze spelen leuke liedjes en er heerst een vredige sfeer zo op deze warme dinsdagavond.

Net wanneer ik denk dat ze beginnen met het volgende lied, vraagt één van de heren: “hebben jullie het nieuws gehoord van Blokker? Weer een grote ontslagronde hè. Toch zonde hoor. De trompettist laat zijn trompet leeglopen (een gek gezicht, dat heb ik nog nooit eerder gezien) en de tubaspeler hijst zijn instrument nog even goed op zijn rug. “Jongens, gaan we nog even?” herhaalt de leider. De saxofonist slaakt een diepe zucht en zegt dan dat hij het volgende liedje wel weer wil spelen. “Heb je gewerkt ofzo, dat je zo moe bent?” grapt de trompettist. Op dat moment loopt er een man op klompen langs en zijn ze even afgeleid. Nadat er gezwaaid is, zetten ze toch weer hun liedje in.