“Dan maar een bange poeperd!”

“Hoi! Ik vier binnenkort mijn verjaardag en het lijkt me leuk om met z’n allen een klimparcours te gaan doen.” Oh jee. Direct komt dat gevoel terug van een paar jaar geleden: trillende benen, zweethandjes en een hele hoge hartslag. Eens maar nooit weer, dat had ik met mezelf afgesproken nadat het ons een paar jaar geleden een goed idee leek om zo’n hoogteparcours te gaan doen. “Eehm, ik vond het doodeng de vorige keer, maar misschien ben ik inmiddels wel dapperder geworden!” Goed, daar kan ik niet meer onderuit komen. Misschien maar goed ook, niet zo piepen 😉

(Een paar dagen later)

“Moet je m’n hartslag voelen.” Lachend strek ik mijn arm uit, zodat mijn vriend mijn pols even kan meten. We hebben net onze helm opgezet en de instructeur legt ons uit hoe we ons tuigje vast kunnen maken. Het avontuur is nog niet begonnen, maar ik zweet nu al peentjes. (Maar hee, het is ook 30 graden!). Nadat alles is uitgelegd, beginnen we met een oefenrondje. We leren hoe we op een veilige manier het parcours kunnen gaan doen. Zo nu en dan gaat het wat te snel. (Het is in België, ze praten daar toch net wat anders. Enne… wellicht ben ik een beetje afgeleid door dat gevaarte boven mijn hoofd).

“Misschien ben ik wel dapperder geworden” Hoor mij nou. Nou, echt niet haha! We beginnen aan het lage parcours. Even inkomen. Goed, na een aantal hindernissen gaat het redelijk! Uiteindelijk beland ik bij het ‘death ride‘ stukje. Zo’n naam verzinnen ze echt wel met een reden hoor jongens. Drie keer moet je abseilen en daarna sta je weer op de grond. Doen we! De eerste twee keer gaan eigenlijk heel goed. Sturen lukt niet helemaal (lees: totaal niet), maar de boom heeft een zacht kussentje.

Bij de derde keer gaat het helaas wat minder soepel. Wanneer ik eraan terug denk, zie ik het stukje in slow-motion voor me. Mocht je ooit George of the jungle gezien hebben, dan kun je waarschijnlijk wel raden hoe het er ongeveer uitzag. Wederom begon in aan mijn abseil-avontuurtje. Omdat de twee keer ervoor eigenlijk heel goed gingen (het kussen deed prima zijn werk), voelde ik me wat vrijer. Stoer liet ik één arm los zodat ik kon zwaaien naar de vrienden die al op de grond stonden. Meteen draaide ik helemaal de verkeerde kant op. Dit kussentje ging er waarschijnlijk van uit dat je na twee keer oefenen wel de smaak te pakken had. Nou nee. BONK. “Hahahahauuu”.

Half strompelend weer terug naar het parcours. Nu voor het eggie! Met z’n allen die veel te hoge trap op. Vastklikken aan de eerste hindernis. GO!

(twee minuten later)

“Ziet er goed uit jongens!” Vrolijk kijk ik naar boven. Van onderaf kun je het eigenlijk veel beter zien. Waar de rest zich stoer waagt aan ‘de hoge’, ga ik lekker ‘de lage’ nog een keertje doen. En nu gaat het eigenlijk heel goed, zonder enige angst! Ik weet zeker dat ik niet had genoten wanneer ik het hoge parcours had gedaan, nu deed ik dat wel! Dan maar een bange poeperd, zo vermaak ik me tenminste 🙂 Dat ik het abseil stukje heb overgeslagen (na een kort overleg met mijn beurse billen gaf ik ze toch wel gelijk), vertel ik er natuurlijk niet bij.

Wie weet, over een paar jaar……. 🙂

Bedankt voor de leuke dag!

6 Reacties

  1. gerdiemar
    31 mei 2017 / 7:40 am

    Here here, wat een mens zich toch allemaal aan moet doen….eerst peentjes zweten bij alleen al de gedáchte aan enge klimklauterabseilpartijen en dan nog meer van die peentjes plus beurse billen in het echie!
    Dappere dodo! Jij….

  2. 31 mei 2017 / 8:09 am

    Groot gelijk heb je! Je moet het wel een beetje leuk houden voor jezelf. Ik ben ook echt geen held met dit soort dingen.

  3. Dorinde
    31 mei 2017 / 11:15 pm

    Wat lief, dankjewel! 🙂

  4. Dorinde
    31 mei 2017 / 11:16 pm

    Haha nee en dat hoeft ook helemaal niet! 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge