(2004). “Dames en heren, luister goed. We gaan zo een voorstelrondje doen! Noem je naam en vertel kort wat over jezelf.” We zitten in de brugklas en zijn als mentorklas voor het eerst bij elkaar gekomen. Een aantal leerlingen ken ik nog van de basisschool, maar er zitten ook veel nieuwe gezichten bij. Dit soort voorstelrondjes zijn altijd spannend, je moet natuurlijk meteen een goede indruk maken. Ik zit in het midden vooraan, naast vriendin Lisa*. Het rondje begint aan de zijkant, dus ik heb nog even om een goed verhaal te verzinnen. “Ik hou van katten?” Nah, dat is een beetje saai om te vertellen. Langzaam maar zeker hebben steeds meer kinderen zich voorgesteld. Veel sneller dan ik dacht is Lisa aan de beurt. Geconcentreerd luister ik naar wat ze te vertellen heeft, misschien kan ik daar iets van overnemen. Slim! En dan ben ik aan de beurt. Nog steeds geen idee hebbend wat ik wil vertellen, begin ik: “nou, ik ben dus ehh Lisa. Oh nee. Ik ben Dorinde, haha. Oeps.” Ik kan je vertellen, dat was niet het meest gemakkelijke moment in mijn leven. Maar er is geloof ik nog nooit een moment geweest dat ik hier aan terugdacht zónder te lachen. HOE KAN JE IN GODSNAAM JE EIGEN NAAM VERGETEN?! Indruk had ik zeker gemaakt, haha!

 

* Wegens privacy is de naam Lisa in dit bericht verzonnen 😉

Bekijk bericht

Twee dames van 80 zitten naast mij in de trein. “Kijk, we komen nu aan op station Zaandam. Zie je die nieuwe stijl? Al die gekleurde Zaanse huisjes, ik vind het maar niks. De kleuren zijn veel te fel. Wat vind jij?” Haar vriendin antwoordt vrolijk: “o, nee ik vind het juist heel mooi! Ik vind de kleuren helemaal niet schreeuwerig, hoor.” Vriendin: “Ja, maar jij hebt je zonnebril op!”

En een lol dat ze vervolgens hadden! 😉

Bekijk bericht

Van die momenten dat je slim denkt te zijn, maar jezelf eigenlijk alleen maar met meer werk opzadelt. Wij zijn zeker niet de enigen met dit soort acties, een vriendin stuurde de volgende anekdote op!

(scene 1): Op het strand met opgerolde broekspijpen, prima weertje!

(scene 2): Na een dagje strand kom ik weer thuis en trek ik mijn broek uit voor het slapengaan.

(…)

(scene 3): Op mijn knieën, een wanhopige poging om met mijn handen het zand op te vegen dat in mijn opgerolde broekspijpen zat. Het zand dat nu overal op de vloer ligt. De stofzuiger van beneden halen is duidelijk te veel moeite.

(scene 4): Hè, waar ligt het stoffer en blik?

(scene 5): Toch maar die stofzuiger de trap op zeulen. Iemand vond het een goed idee om het stoffer en blik in de schuur buiten te leggen.

Bekijk bericht

(2001) Het is begin juli en dat betekent: zomervakantie! Samen met Dorinde ben ik op vakantie met opa en oma. We staan op een grote camping in Wanroy, waar we veel plezier beleven met onze verse vakantievrienden. Nog altijd heb ik mooie herinneringen aan de skelterraces, de bingo-avondjes en al dat gespeel op de grasvelden!

Tijdens deze leuke vakantieweek nemen opa en oma ons mee naar jarige vrienden die in de buurt wonen. Het is een regenachtige dag en als oplossing hebben ze grote zeilen opgehangen in de tuin. Voor ons als 8-jarigen is het leuk spelen daar in de tuin, met het gerikketik op de zeilen.

Op een gegeven moment besluit de gastheer om de zeilen even leeg te storten: ze beginnen immers flink naar beneden te hangen door al die zware regendruppels. Verwonderd kijken Dorinde en ik toe hoe hij de stok behendig in het regendak port. Soepel loopt het water aan de zijkanten weg en het is een mooi schouwspel!

Dor vindt het allemaal prachtig en wil dit zelf ook doen. Ze krijgt de stok in haar handen en port ook flink in het dak. Ook haar lukt het een paar keer om het water te laten weglopen. Op een gegeven moment prikt ze echter verkeerd, waardoor het water precies door de kieren tussen de zeilen wegloopt. Met een enorme plens valt het water op het hoofd van de lieve, bejaarde buurman. Klétsnat is hij. Na de schrik kan hij er gelukkig wel om lachen. Gauw druipt hij af ( 😉 ) om droge kleren aan te trekken.

Bekijk bericht

Na een lange dag werken zit ik weer in de auto. Op naar huis! Voor het parkeren hebben we een zeer relaxte situatie: we hebben een vergunning voor de parkeergarage (altijd plek) en een vergunning voor op straat (bijna altijd plek, maar soms wel wat krapjes). Op straat staan we een stuk dichterbij huis, dus ik kar altijd eerst naar de parkeerplekken daar. Als er dan écht geen plek is, parkeer ik alsnog in de parkeergarage. (Behalve in de winter, dan gooi ik hem direct in de garage. Zo hoef ik nooit te krabben, ideaal :D).

Terug naar gisteravond. Er was een plekkie, ha! Die is voor mij. Geconcentreerd parkeer ik de auto. In één keer, top! Het blijft toch elke keer spannend, dat fileparkeren is net een spelletje. Ik heb oprecht respect voor mannen die hun auto met één armpje inparkeren. En dan die andere arm zo uit het raam weetjewel, lekker mans. Zouden er ook vrouwen zijn die dat doen? Ik stap uit en pak mijn spullen. Shit. Er staat een minipuntje van de rechtervoorband op de stoep. De twijfel slaat toe: ga ik de auto opnieuw parkeren? Ik heb net al mijn spullen de auto uitgezeuld, ik heb eigenlijk maar weinig zin om die auto weer in te gaan. (First world problems).

Ik besloot dat ik een kleine omweg naar huis zou maken, zodat ik kon gluren bij de buren. “Nee, deze auto staat keurig”. Next. “Deze staat ook al zo mooi.” Next. “Haha, deze staat echt scheef geparkeerd. Maar wel z’n bandjes goed.” Next. “Nope”. Net op het moment dat ik besloten had om toch de auto maar even goed te zetten, zag ik hem. Hallelujah. Ook deze auto had een een puntje op de stoep! Fluitend liep ik door naar huis, al mijn ‘zorgen’ direct vergetend.

Bekijk bericht