Op Twitter kun je met weinig woorden een mini-anekdote kwijt. Vaak zijn deze berichtjes net te klein voor een volwaardige blogpost, maar samen vormen ze wel een leuk geheel! De afgelopen week Twitterden wij het volgende:

1. Blijkbaar is het super druk voor de spiegel. Allemaal fretten in de rij die voor 1 persoon moeten betalen. #vriend #praatinzijnslaap (Laura)

2. Schattig meisje in de trein: “mama, morgen gaan we kroketten eten. Goed?” (Laura)

3. Even later brult hetzelfde meisje: “laatste kaart!!”, waarop haar ouders direct met “ssst” reageren. Meisje: “nou, dat is toch leuk nieuws?” #treinleven (Laura)

4. Echt stom dat zo’n zakje met paaseitjes zo kraakt. Dit wil je gewoon incognito eten zonder dat anderen mogelijk denken: “zou je dat nou wel doen?!” 😉 (Laura)

5. Ik ben de beroerdste niet en bied mijn vriend dus ook een paaseitje aan. Slaat hij hem af. Voel ik me ineens wel beroerd. #geendiscipline #smaksmak (Laura)

6. De glimlachspieren hebben hun werk gedaan! #opendag #middelbareschool #hallowelkom (Dorinde)

7. Zo’n klusje die al zes weken uitgesteld wordt en stiekem zo klaar is #nieuwhuis #stellingkast #eindelijkklaar (Dorinde)

8. Lezen over paaseieren in de tweet van Laura en direct ook paaseieren willen eten. Dat werkt nou nooit als ik het woord banaan of appel zie. (Dorinde)

9. Vriendje pesten: Flitsmeister voorlezen en doen alsof er 2 km geleden een flitser was waar hij net iets te hard reed. #geintje (Dorinde)

10. In dit tempo heb ik het boek volgend jaar kerstmis afgeluisterd. #luisterboek #valsteedsinslaap #wellekker (Dorinde)

Enthousiast laat ik aan mijn vriendinnen een foto zien van een kastje dat ik op Marktplaats heb gekocht. Ik ben van plan het kastje op mijn werkkamer te zetten, omdat ik daar nog een beetje last heb van loze ruimte. (Luxeprobleem of niet?!)

“Leuk hè? Ik twijfel wel of hij in mijn auto past… – Hoe groot is hij dan?” Ik zoek de gegevens op. “81 cm hoog, 98 cm breed en 41 cm diep.” Van alle kanten klinkt er gelach. “De ‘hoogste maat’ is nog niet eens 1 meter, dat past zeker in je auto. Zéker in jouw auto!”

’s Avonds, wanneer ik de kast ophaal, ben ik toch ietwat triomfantelijk als Dorinde zegt: “nou, het is toch goed dat ik mee ben!” Dat dit komt omdat de maten niet helemaal klopten (hij bleek gelukkig een flink stuk breder!), zeggen we er niet bij natuurlijk.

Het is een uur of 20:00 en ik besluit om alvast de spaghettisaus voor morgen te maken. Gewoon, omdat ik tijd over heb en omdat de saus een paar uur moet pruttelen. Scheelt morgen weer!

Ik snijd de ui, de knoflook en de tomaten en gooi ze in de pan. Na een kwartiertje zitten alle ingrediënten in de pan en kan het pruttelen beginnen. Door die lekkere geur in de keuken krijg ik trek, dus ik besluit om nog een bakje kwark te maken. Tegenwoordig maak ik er een feestje van. Kwark, een flinke klodder aardbeienjam en een bastognekoekje (of twee). Zo lijkt het net monchoutaart, heerlijk!

Tevreden plof ik op de bank neer met mijn bakje kwark. Heb ik toch maar even goed gedaan! Ik neem een hap, slik hem door en trek een vies gezicht. Gatver. Het bastognekoekje dat ik met mijn vingers heb gebroken, smaakt naar knoflook. Uhl.

Met veel kracht het laatste beetje tandpasta uit de tube knijpen.

Zo hoog op je tenen staan dat je biiiijna bij je badhanddoek komt die iets iets te ver op de bovenste plank van de kast ligt.

Zooo’n dorst hebben na het sporten.

Met je hand in je postvakje graaien zonder dat je hem open doet: nét niet bij die brief kunnen.

 

En dan daarna…

 

Fijn, zo’n volle nieuwe tube!

Op een stoel klimmen en vervolgens de badhanddoek makkelijk kunnen pakken.

Die heerlijke eerste slokken water.

De sleutel in het slot steken en de brief kunnen pakken.

 

 

Zo voelde mijn benzinelampje zich voor en na het tanken.

Kliko halen. Vaatwasser uitruimen. Was in de wasmachine. Lessen voorbereiden. Toets nakijken. Oud papier weggooien. Glas wegbrengen. Naar de bieb. Met de katten naar buiten (aan een tuigje, ja echt!). Kattenbak verschonen: zo maar wat random activiteiten die afgelopen maandag op mijn to do lijst stonden.

Meestal begin ik op maandag met het voorbereiden van mijn werk. De ene keer ben ik hier sneller mee klaar dan de andere keer. Vandaag was duidelijk een slome dag: rond een uur of half 5 zijn mijn lessen wel klaar en is de toets nagekeken. Ook de wasmachine staat te draaien en de kattenbak ruikt weer heerlijk. Voor zover dat kan. Ik besluit om heel even op de bank neer te ploffen voordat ik nog even de deur uit ga.

Een half uur later loop ik teleurgesteld weg van de dichte deur bij de bieb, waar met koeienletters opstaat: GESLOTEN OM 17:00. Ik kijk op mijn horloge: 17:04. Wauw. Ik heb een hele dag vrij en ik presteer het om te láát bij de bieb te zijn die de hele dag open is. In my defence: bij mijn vorige woonplaats was hij ’s avonds ook altijd open.

Volgende week dan maar!