In de spiegel

Vandaag ben ik met een gezellig clubje naar Ieper geweest. Het is een prachtige Vlaamse stad waar we twee leuke musea hebben bezocht. Verder hebben we samen geluncht, gewinkeld en rondgewandeld. Aan het einde van de dag heb ik iedereen weer netjes naar Duinkerke gebracht en zijn we nog iets gaan eten. Toen ik ’s avonds uiteindelijk weer thuis was, keek ik in de spiegel en lachte naar mezelf: het was een leuke dag. Mijn lach verdween echter direct weer, omdat er een enorme peperkorrel tussen mijn voortanden zat te chillen.

Na het werk

Ondanks het late tijdstip stap ik vol energie op mijn fiets. Ik heb net mijn laatste werkdag gehad vóór de vakantie en nu heb ik dus 2 weken heerlijk vrij. Zonder schaamte pak ik mijn gedateerde iPod erbij en zet ik een vrolijk liedje op. Ik stop de oordopjes in mijn oren en stap op mijn fiets. Bij het volgende feelgood liedje begin ik vol zelfvertrouwen zelfs zachtjes een beetje mee te wiebelen. Ik glimlach naar de mensen en de mensen glimlachen terug. Wat een heerlijk gevoel, alsof je de hele wereld aankunt! Ik had natuurlijk beter moeten weten. De dakgoot wist beter. Lekker man, zo’n dikke vette regendruppel in je snoet! Mijn lach wordt nog breder.

Op de fiets

Nog nooit heb ik zoveel hondenpoep aan mij voorbij zien gaan. Vanmorgen keek ik als een schichtige muis om mij heen, op zoek naar mijn verloren lyceumkaart. Na zo’n drol of twintig begon mijn hart ineens harder te kloppen. Ik fietste wat sneller om te kunnen zien of dat witte papiertje in de verte misschien mijn lyceumkaart was. Het bleek drol nummer eenentwintig te zijn waar een boodschappenbonnetje in kleefde.

In de keuken

Recept? Check! Groenten? Check! Snijplank? Check! Al neuriënd begin aan mijn champignonrisotto. Eerst water opzetten voor de bouillon, dan groenten snijden. Ik loop ‘een beetje’ achter met de afwas, waardoor ik noodgedwongen op mijn inductieplaat van 1 m² moet koken. Geeft niks, het is alleen een beetje passen en meten. Ik heb zo’n lange, vierkante, plastic snijplank van de Ikea. Behendig leg ik hem naast het verwarmde pitje. Ik kook vrolijk verder en even later smaakt het weer heerlijk. Als ik na het toetje de snijplank bij de afwas wil leggen, constateer ik dat deze manier van koken misschien toch niet zo geniaal was.

Voortaan snijd ik mijn groenten met een verminkte en niet meer zo vierkante snijplank.

Kop(pig) of munt

Ik bedenk altijd systemen om mezelf te motiveren. ‘Oké, bij kop ga je afwassen, bij munt mag je chillen’, zeg ik tegen mezelf. Ik gooi het muntje op en hij valt op… kop. Ik plof op de bank en ga chillen.