Inschrijving bevestigen: pokerfacecursus

Dat je je miscommunicatie-uitleg hardop aan het oefenen bent. “Hij zei…, dus toen zei ik… dus toen antwoordde hij… waarop ik dus dach..”. En dat er dan iemand binnenkomt. En dat je dan abrupt stilvalt en na drie seconden nét iets te enthousiast/betrapt “hoi” zegt, terwijl diegene vandaag al ruim twintig keer is binnengelopen.

Dressuurwedstrijd

“Jeuj! Ik ben vijfde geworden in mijn categorie! Nu heb ik ook een groene rozet!” Blij kijk ik mijn vriend aan. “Wow, wat goed! Vijfde van de hoeveel?” Mijn joepie-blik betrekt een beetje. “Weet ik niet.”

Flauw.

Collecteren

Ting dong. PLOF. Achter de deur klinkt een doffe klap. Slof, Slof, slof. De deur gaat open. “Hallo, ik collecteer voor het Rode Kruis!” De vrouw draagt een soort klompen die ze net vanaf de bank op de grond heeft gelanceerd. “Ja, natuurlijk! Ik pak even een centje voor je.” De deur laat ze open en ik gluur stiekem een beetje naar binnen in de gang. Wat heeft ze het leuk ingericht! Grappig hoe iedereen dat dan weer anders doet. “Dank u wel hoor en nog een fijne avond!”

Ting do.. mijn getring verstomd. O god. O god. Ik heb zojuist half aangebeld bij een deur waar ‘geen collecte’ op staat. Ik kijk naar mijn bus waar met grote letters “Rode Kruis” op staat. Valt niet weg te moffelen. Angstig kijk ik naar het kijkgaatje in de deur: staart er iemand naar me, denkend dat ik een debiel ben die niet kan lezen dat collectes niet welkom zijn? Gelukkig, het blijft stil. Ik loop een paar passen achteruit en houd het kijkgaatje nog wat wantrouwend in de gaten. Oké, de kust is veilig.

Bekijk bericht

Quote op een verjaardag

Vroeger had ik een vriendenboekje waarin mijn vrienden dan allemaal hun interesses en hobby’s opschreven. Mijn neef schreef het volgende op bij deze vraag:

‘Wat is je lievelingsdier? – Kibbeling.’

Karakteristiek vervoer

Op mijn werk werken we in ploegendiensten met machines. Aan het einde van zo’n dienst, komt de volgende collega die dan verder gaat met dezelfde klus. De collega’s die ’s avonds werken, leggen voor hun collega’s in de ochtenddienst een briefje neer, waarin geïnformeerd wordt of de machine een goede of een slechte dag heeft.

Bij de machine waar ik nu mee bezig ben, ligt een briefje: “loopt goed!” Fijn. Hij loopt ook lekker! Dan is zo’n zaterdagochtend prima vol te houden. Mijn zus pakt haar briefje en leest voor: “loopt als een trein!” Ook niks mee aan de hand, prima!

Dan merkt ze op: “best grappig dat iedereen zo een eigen verwoording heeft. Bij deze collega loopt alles dus ‘als een trein’,  terwijl bij een ander de machine ‘als een brandweer’ zou lopen.” Ze kijkt naar haar machine. “Ik zeg voortaan wel dat die van mij als een vuilniswagen loopt.”