Vanuit Sukothai nemen we de bus naar Chiang Mai, een reis van 6 uur. We vertrekken om 09:50, dus het is niet echt nodig om de ogen dicht te doen. (Het lukt alsnog prima hoor, daar niet van!) Rond lunchtijd stappen we uit bij een restaurantje waar we de tijd krijgen om naar de (geïmproviseerde) wc te gaan en om wat te eten. Ik ben ontzettend blij met de uitvinder van de verfrissingsdoekjes, haha. 

Na nog een paar uur vermaak met boeken, een serie en een Rubiks Cube komen we aan op de busterminal van Chiang Mai. Direct nadat we uitstappen worden we dankbaar onthaald door taxichauffeurs, tuktuks en bestuurders van ‘red cars’. Deze red cars deel je met meerdere personen, waardoor je slechts 30 Baht per persoon betaalt. Een nadeel hiervan is dan wel weer dat je niet precies op de plek van bestemming wordt afgezet. Gewapend met Google maps in de hand houden we goed de locatie van ons hotel in de gaten. Zodra je vlakbij de plek bent waar je wilt uitstappen, kun je op de stopknop drukken. (Niet schrikken van het geluid, het klinkt alsof een woedende eend je te grazen wilt nemen, haha).

In het hotel worden we verwelkomt door een jongen met de naam “Tattoo” en een andere medewerker waarvan we het geslacht moeilijk te bepalen vinden. Later komen we erachter dat er in Chiang Mai zogenaamde ‘ladyboy shows’ gegeven worden, misschien heeft deze hotelmedewerker wel een dubbelleven…. ;-).

Chiang Mai is de op een na grootste stad van Thailand en heel populair onder de toeristen. We krijgen hier regelmatig het idee dat heel Nederland leeg is gelopen en iedereen hier naar toe is gekomen. Die avond dwalen we langs de vele marktkraampjes en halen we daar ook wat te eten. Net wanneer we een hap van onze Pad Thai en Samosa’s willen nemen, begint het keihard te hozen. Omdat we dondersgoed weten dat we in het regenseizoen reizen, hebben we 4 poncho’s meegenomen. Het is dan natuurlijk wel handig om ze ook daadwerkelijk mee te nemen. Met een verlangend gevoel denk ik aan mijn nachtkastje waar mijn gele vriend braaf ligt te wachten tot ik hem ga gebruiken.  We maken er daarom maar een sport van om een kraampje te zoeken met een degelijk zeil bovenop. We zagen zojuist een kraampje met een slap plasticje, waar de plassen elke minuut vanaf gehaald moesten worden door er met een bezem onder te ‘prikken’. Levensgevaarlijk voor loslopende toeristen die net op dat moment onder de straal doorliepen, haha.

De volgende dag gaan we bij een bekend restaurantje een smoothie drinken. Zooo lekker! Ook besluiten we om nog even extra toeristisch te doen door het 3D museum of art te bezoeken. Met de app van het museum komen de schilderijen en muurschilderingen ‘tot leven’, waardoor je hele grappige foto’s kunt maken. Leuk voor een uurtje en ideaal wanneer het regent!

Omdat we de vorige kookcursus n Bangkok heel leuk (lees: lekker) vonden, besluiten we er nog eentje te doen. We boeken de ‘evening cooking class’ bij bedrijfje Basil. Het leuke van deze kookworkshop is dat we eerst de markt op gaan en uitleg krijgen over de ingrediënten. Ook kun je per gang kiezen uit drie gerechten, waardoor je gegarandeerd alles lekker vindt. Vooral de Tom Kha soep vind ik onwijs lekker: kokosmelk met groenten, champignons en kip. We doen de kookworkshop samen met een oudere Koreaanse vrouw, een vrouw uit de Filipijnen en een meisje uit Canada. De Koreaanse vrouw kan niet zo goed Engels praten, wat hele schattige taferelen oplevert met veel gebaren en gegiechel. Na de kookworkshop worden we heel relaxt weer voor onze deur afgezet: lopen met die volle buiken is echt niet te doen, haha. Niet lang erna gaan we slapen, want de volgende dag wacht er weer een leuke activiteit op ons!

Na een prima nachtje staan mijn vriend en ik rond half 8 op om te gaan ontbijten. Bij het ontbijt zijn er naast de standaard broodjes en beleg ook lekkere kaasjes, wafels, koekjes, een soort olie waarvan ik niet snap wat de bedoeling is, kaviaar, haring en Skyr te vinden. Lekker, echt IJslands!

Na het ontbijt checken we uit en rijden we nog even langs de kerk van Reykjavik. De vorm van deze kerk is gebaseerd op een Drakkar (vikingsboot) en ziet er een beetje uit als een enorm orgel. Binnenin schijnt er ook een enorm orgel te staan. Cool! Helaas waren de deuren niet open, dus ik moet ze maar op hun woord geloven 😉 Bij een supermarktje kopen we vervolgens heel random wat gefrituurde zeewier (smaakt naar sushi!) en gaan vervolgens op pad!

Onze eerste stop is bij een heel grappig landgoed dat ‘Rock ’n Troll’ heet. Het is een prachtig stukje natuur waar je ook een trollenwandeling kunt maken. Overal op de route staan trollenstandbeelden opgesteld, heel leuk om te zien! Het verhaal gaat dat ze ’s nachts actief zijn en verstenen bij de eerste zonnestralen. Daarnaast kunnen ze niet tegen kerkgeluid en eten ze mensen, het liefst kinderen. Het was dus best spannend om met zo’n trol op de foto te gaan 😉

Niet ver hier vandaan stopten we bij Deildartunguhver, de grootste hete bron van IJsland. Het water spuit hier flink de lucht in en is zo’n 100 graden. Sinds een paar jaar is het toerisme op IJsland enorm gegroeid, voornamelijk doordat de serie Game of Thrones hier opnames heeft gehad. Hierdoor zijn er nu overal door het land splinternieuwe (design)hotels en restaurants bijgekomen, waaronder ook op deze plek. Van de buitenkant ziet het er vaak wat sober/pauper uit (volgens mij is dat om zoveel mogelijk de natuur te respecteren en niet uit te blinken met gekke kleuren of vormen), maar vanbinnen is het vaak heel mooi.

Na een lekker kopje koffie (hashtag tuttig, hashtag burgelijk, ik kan de toets op het toetsenbord weer eens niet vinden, hahaha) vervolgt onze weg naar de watervallen Hraunfossar en Barnafoss. Vooral Hraunfossar is heel cool, omdat de waterval onder een lavaveld vandaan lijkt te komen. Ik ben hier lekker toeristisch bezig geweest met mijn selfiestick haha, wat een prachtige plek!

Hierna zijn we weer gaan rijden. We wisselen elkaar een beetje af, zodat we allebei goed  naar buiten kunnen kijken. Onderweg stoppen we een paar keer als we een mooi bordje zien of als er ergens meer dan 4 auto’s geparkeerd staan, haha. Het is zo rustig hier, bijna geen toerist te zien! Waar de Nederlanders normaal overal te vinden zijn, lijken we hier sterk in de minderheid. We komen nu vooral Duitse gezelschappen tegen.

Rond drie uur komen we aan in ons hotel in Laugarbakki, dit ligt al flink in het Noorden van IJsland. Het hotel (ook een voorbeeld foeilelijk van buiten, mooi van binnen) ligt in the middle of nowwhere en staat flink op de tocht: ik ben blij dat ik mijn koffer volgeladen heb met fleece truien. Wel een top uitzicht! We ploffen heel even neer op bed en stappen vervolgens weer in de auto om een rondje te rijden over het schiereiland Vatsnes. Het rondje blijkt best wel een ronde (wat is het vergrootwoord van rondje?) te zijn, we hadden dit een beetje onderschat, oeps! Dit komt vooral door het feit dat het een onverharde weg is. Toch is het wel heel mooi en we rijden langs een vuurtoren, een plek waar zeehonden zwemmen en een gave rots in de zee dat lijkt op een prehistorisch dier.

Met vuurrode, moeie wangen komen we om zes uur weer aan in het hotel, waar we een tafel hebben gereserveerd. Ik eet een paddenstoelenrisotto, goed eten hier hoor! Na het eten kruip ik achter de hotelcomputer en schrijf ik mijn eerste reisblog. Vervolgens lees ik nog wat en kruip ik op tijd in bed. Wat een mooie en afwisselende dag! (Fun fact: mijn vriend en ik hebben hier chronisch muziek van Lord of the Rings in ons hoofd. Het is hier zo filmisch!)

Na ons ontbijtje (toast, boter, jam, een gebakken ei, thee en een mierzoete sinaasappelsap) vervolgen we onze reis naar Sukothai. We hebben online al een treinkaartje gekocht van Ayutthaya naar Phitsanoluk. In onze vorige treinreis zaten we derde klas, vandaag zitten we heerlijk tweede klas. Het kaartje is dan ook wel 25 keer zo duur (alsnog spotgoedkoop), maar dan heb je ook wel wat: gratis water, een lekkere koek en een complete rijstmaaltijd. In de trein kijken we naar buiten (we zien o.a. een gigantische boeddha in de bergen en prachtige rijstvelden) en bekijken we een serie op de iPad. Na drie uur komen we aan in Phitsanoluk waar ik heel nodig moet plassen. “De wc op het station kan vast niet smeriger zijn dan die in de trein.” Laten we het erop houden dat ik goed heb kunnen oefenen om mijn adem een paar minuten in te houden. Ik betaal de vrouw, geef zelfs fooi (wachten op wisselgeld duurt te lang in de stank) en hoop maar dat ze daardoor niet denkt dat de wc schoon genoeg is voor de volgende klanten.

Vanuit Phitsanoluk station nemen we een tuktuk naar het busstation. We moeten 40 minuten wachten op de bus die ons vervolgens in een uurtje naar Sukothai brengt. Het ov is echt top geregeld hier in Thailand! We stappen de bus uit en hoeven maar 5 minuutjes te lopen naar ons hotel. We hebben al een glimp op kunnen vangen van het historical park, die op de Unesco werelderfgoedlijst staat. Wat is het hier prachtig! Na het inchecken pakken we dan ook direct twee fietsen (met trapper!) bij het hotel, die we gratis kunnen lenen. Het is inmiddels 17:00 waardoor we nog mooi even de tijd hebben om een deel van het park alvast te bekijken. Ayutthaya vonden we heel mooi, maar wat mij betreft is het nog niets vergeleken met Sukothai. Wauw, wauw, wauw! Het zijn overblijfselen van tempels, de een net iets beter bewaard dan de andere. De tempels liggen in een enorm natuurpark tussen grote vijvers en meertjes. Je zou het eigenlijk even moeten googelen :-). 

Rond een uur of 19:00 is het al aardig donker geworden en besluiten we om op het geluid en het licht af te gaan. We belanden op een klein marktje waar souvenirs en heel veel eten wordt verkocht. Ook is er een podium waar een zanggroepje steeds een aantal danseressen afwisselt. We bestellen allebei een groene curry en gaan vervolgens in het gras zitten. We hebben een heel mooi uitzicht over het meer en het verlichte park. Een geluksmomentje :-).

Ook de volgende dag maken we dankbaar gebruik van de fietsen. We hebben deze zomer een GoPro gekocht en dit park is onwijs foto/filmgeniek (?). Die avond eten we bij hetzelfde marktje en scoren we een sticky mango rice vlakbij het hotel. We komen echt niks te kort in dit land, hihi. Die avond spelen we een potje regenwormen en beverbende. Een Chinese jongen vond de wormen heel fascinerend, haha. 

De dag erna is het druk bij het ontbijt en daarom gaan we vlakbij een Chinees/Thai (we hebben geleerd dat het vaak een mix is!) zitten. Achteraf had ik daar lichtelijk spijt van. Terwijl ik net mijn tanden zet in een toastje met jam (every day the same), begint meneer keihard te hoesten. Maar niet zo’n hoest waar je niks aan kan doen hè, nee, zo’n vieze roggel met gekreun en gehijg. Nu ik dat opschrijf word ik er weer een beetje onpasselijk van. Ook onze buren kijken niet al te blij zijn kant op. Het is dat er geen andere plekken vrij zijn, anders zou ik zeker een verhuizing in gang gezet hebben. Terwijl ik al mopperend mijn broodjes naar binnen werk, gebeurt er iets moois. Waar iedereen zit te balen van de vieze meneer, komt een oud Thais vrouwtje die bij het hotel werkt heel lief naar hem toe om te vragen of het wel goed gaat. Ze biedt hem wat medicijnen aan en geeft er wat uitleg bij. Hoe lief! De mensen in Thailand zijn zo oprecht en zo vriendelijk, daar mogen wij boeren af en toe nog best iets van leren ;-).

Na het ontbijt pakken we onze spullen in en lopen we naar het busstation waar we onze reis vervolgen naar Chiang Mai. Mocht ik ooit nog naar Thailand gaan, dan wil ik zeker nog een keer terug naar Sukothai.

Het is onze tweede vakantiedag in IJsland en ik zit deze blog in het hotel op een IJslandse computer te typen. Nog 7 minuten en dan sluit de computer zichzelf weer af: een deadline! Waarschijnlijk gaat het me niet lukken om deze blog in deze tijd helemaal af te schrijven (ik heb net serieus twee minuten gedaan over het vinden van de juiste toets voor het apenstaartje), maar ik kan alvast een begin maken 😉 Hiervoor ga ik terug naar onze eerste dag!

Alles is ingepakt en ik ben klaar om te gaan! Mijn schoonmoeder en schoonzus brengen ons vandaag naar Schiphol, fijn! Wanneer zij gearriveerd zijn en we nog een theetje hebben gedronken, sluiten we het huis af, aaien de katten nog even en als laatst trek ik mijn wandelschoenen aan. In verband met mijn volle en zware koffer, lijkt het me een goed plan om deze schoenen alvast aan te trekken. Het zullen vast mijn dikke vrienden worden tijdens deze vakantie. We draaien de deur op slot en lopen naar de auto. Op dat moment begeeft een van mijn zolen van mijn wandelschoenen het. You kidding me?? Ik heb ze al sinds mijn twaalfde, moeten ze precies NU kapot gaan?! Ik vind de timing wel prachtig en gelukkig heeft Daan nog een reservepaar voor me. Twee maten te groot, moet lukken als ik ze een beetje strak aantrek 😉

Om 11:00 worden mijn vriend en ik door mijn schoonmoeder en schoonzus afgezet bij Schiphol. Een paar jaar geleden zijn zij zelf ook naar IJsland geweest en ze wensen ons een goede reis. Altijd wanneer ik de deuren van Schiphol binnenstap, begint mijn vakantiegevoel direct, heerlijk! We checken de bagage in, gaan langs de douane (waar zoals altijd mijn tas nog even extra gecheckt wordt, gelukkig heb ik deze keer normale sokken aan tijdens het wachten) en ploffen neer bij restaurant Leon, waar ze heerlijke vegetarische fastfood dingen hebben! Na de lunch ga ik nog even naar de wc (ik hou er nooit zo van om in het vliegtuig naar de wc te gaan). Terwijl ik mijn tas in het hokje ophang, hoor ik naast me een meisje met haar moeder praten. “Mama, als het lichtknopje het niet gauw gaat doen, houd ik mijn plas wel op hoor. Dan ga ik wel in het vliegtuig.” Direct heb ik bewondering voor haar vastberadenheid en haar moed om gewoon in het vliegtuig naar de wc te gaan. Stiekem vind ik dat doorspoelgeluid altijd vervelend hard, haha. (Lol, er loopt nu iemand langs die me vreemd zit aan te kijken wat ik op deze computer aan het doen ben). 

Om kwart over 1 mogen we boarden. “Passagiers van de stoelen 20 tot 34 mogen nu naar voren komen om te boarden.” Ik stoot mijn vriend aan: “dat zijn wij!” We laten onze boarding pass zien, stappen het vliegtuig in en gaan op onze plekken zitten. Zoals mijn schoonzus ook al vertelde, hebben ze televisieschermen in de vliegtuigen van Iceland Air. Nadat ik mijn handtas (met flink wat moeite) onder de stoel voor mij heb geschoven, tik ik het scherm aan. Direct komt er vol in beeld: Stoel 33E. Oeps, we zitten een rij verkeerd. “We zitten niet goed, we moeten de plekken achter ons hebben!” zeg ik tegen mijn vriend. We verontschuldigen ons bij de stewardess en gaan naast een man van een jaar of 50 zitten. “Foutje,” lach ik naar hem. Even tussendoor: Inmiddels zijn de 10 minuten voorbij, maar ik kan gewoon opnieuw inloggen. Jeej! 

Nadat ik me op mijn nieuwe stoel heb geinstalleerd (ik kan de i met puntjes hier niet vinden), besluit ik te kijken welke films er allemaal beschikbaar zijn in het vliegtuig. Bij het genre ‘romantic’ zie ik Four Weddings and a Funeral staan, een van mijn favoriete Engelse films. Leuk! Als ik die film straks afgekeken heb, zijn we er al bijna! Het is immers maar drie uur vliegen. Op dat moment komt de stewardess aarzelend naar ons toe. “Are you sure these are your seats?” Nieuwsgierig kijkt de man naast ons hoe we hierop gaan reageren. Ik barst in een nerveus gegiechel uit en pak de boarding pass erbij. OMG, we moeten op stoelrij 32 zitten, nu zitten we op 34. Ineens weet ik wel wat er is misgegaan: toen de stewardess de passagiers verzocht om alvast binnen te komen, heb ik rij 34 onthouden in plaats van 32. Dat we vervolgens op rij 33 zijn gaan zitten is dan wel weer een beetje dom, maar ja. Iets met vakantie in je hoofd? 😉 Gelukkig vinden de andere passagiers het niet erg en gaan zij op onze stoelen zitten.

Na zo’n twee uur vliegen vraagt de man naast me of we het raamluikje even willen openen (we hadden hem omlaag gedaan om naar de films te kunnen kijken). Hij slaakt een enthousiast kreetje bij het zien van de wolken. “Geweldig!! Is er al land in zicht??” Ik vind het leuk dat hij zo enthousiast is, later begrijpen we dat het zijn eerste keer vliegen was. Gaaf om dan meteen naar IJsland te gaan!

Om drie uur IJslandse tijd (het is hier twee uur eerder) landen we op Keflavik Airport. Wanneer we het vliegtuig uitstappen herken ik ineens een jongen uit mijn vorige dorp, grappig! Op het vliegveld stappen we direct de restaurantjes binnen. Dat is nog eens een grappige ontvangst! (Iehl, ik word even afgeleid… ik zit hier met mijn computer tussen een paar hotelkamers in. In de kamer naast de computer zit een jongen flink te boeren. Bah! Ik zal even demonstratief keihard op de toetsen gaan rammen, zodat hij hoort dat hij niet alleen is ;)) 

Nadat we onze bagage hebben (serieus binnen 2 minuten!) sprinten we naar de rij voor de autoverhuur. Ook daar worden we binnen 5 minuten geholpen en zo staan we een kwartier nadat we uit het vliegtuig gestapt zijn alweer buiten. We rijden deze vakantie in een witte Renault Clio, helemaal prima! (De deur van de boerende man gaat nu open, even spieken…. Ze krijgen de kamerdeur niet op slot, haha.)

We kopen op het vliegveld nog een wrap en wat te drinken (voor ons gevoel is het nu wel bijna etenstijd) en stappen vervolgens in de auto. De reis kan beginnen!

Met onze reisorganisatie Asjka (of Askja, ik vergeet het echt steeds, en dan is dit nog maar een kort woord, oeps) hebben we de rondreis ‘IJsland op Eigen Wijze’ geboekt. Dit houdt in dat de reisorganisatie de hotels voor ons heeft geboekt en dat wij zelf op eigen houtje de rondreis maken. Per dag hebben we een beschrijving gekregen wat we allemaal kunnen doen, heel chill! We besluiten om zo veel mogelijk van het land te genieten en zoveel mogelijk stukken land te bekijken. Zo beginnen we met het gebied rond het vliegveld. Daar komen we tot onze verrassing een mooie vuurtoren en pittoresk kerkje tegen. Mijn camera draait overuren!

Vervolgens vervolgen we onze weg naar Reykjavik, waar we onze eerste nacht zullen blijven. De hoofdweg op IJsland is heel overzichtelijk! Het is eigenlijk de enige grote weg in IJsland en je mag er 90 km per uur rijden, wat echt prima hier is. Zo kun je ook nog mooi om je heen kijken. Als je naast de hoofdweg ook nog in het binnenland wilt rijden, heb je wel echt een 4×4 auto nodig. Regelmatig worden we hier ingehaald door enorme bakbeesten die dan vervolgens weer offroad verder stuiven. Indrukwekkend!

Onderweg naar ons hotel stoppen we bij een supermarkt, waar ons direct duidelijk wordt dat het inderdaad heel duur is in IJsland. Voor 4 flessen water, wat koekjes, chips en chocola (verdediging: we hebben nog even met wat fruit in onze handen gestaan, hoor!) moesten we 34 euro betalen. WOW! Nou ja, dit wisten we van tevoren 😉

Om 6 uur komen we aan in ons hotel, waar we een superromantische kamer hebben met allemaal houten balken en een soort barokstijltje, super leuk! We bekijken de route voor morgen, lezen nog even wat en gaan vervolgens richting Blue Lagoon. (Achteraf gezien was dit misschien een beetje omslachtig, omdat de Blue Lagoon vlakbij het vliegveld ligt. We wilden echter geen risico nemen met vertraging, dus hadden we expres een late entree geboekt!) Voor de mensen die het niet weten: Bij de Blue Lagoon kun je zwemmen in de warmwaterbronnen van een heerlijke temperatuur van 39 graden. Zeker wanneer het buiten een beetje fris begint te worden, is dit super lekker! (Haha, twee mensen dachten dat ik in dit hotel werk en vroegen me waar ze hun kamer kunnen vinden). Bij ons arrangement zit een maskertje en een gratis drankje en we genieten van de heerlijke bronnen! Echt een aanrader als je in IJsland bent!

Rond elf uur zijn we weer in Reykjavik, waar we nog even wat op de kade wandelen. Na een douche (lol, het water ruikt hier naar zwavel) plof ik in het zachte bed. Dit wordt een mooie vakantie!

Na de tweede nacht in Bangkok moeten we de wekker ‘vroeg’ zetten. We hebben een fietstocht en kookworkshop geboekt en moeten om half 9 verzamelen. Het verzamelpunt is ongeveer 5 km van ons hostel af en de eigenaar raadde ons aan om om half 7 (!) de taxi te nemen. “Traffic can be a bit busy”. Gelukkig bestaat er ook een alternatief: de watertaxi. Deze taxi wordt vooral door locals gebruikt om naar hun werk te gaan. Vlakbij het hostel ligt pier nummer 13 waar wij op moeten stappen. Steeds wanneer de taxi stopt, is er ongeveer 30 seconden tijd om de passagiers uit te laten stappen en de nieuwe passagiers in te laten stappen. Aan boord word je dan verwelkomt door een schreeuwende Thaise die kaartjes verkoopt voor 15 Baht per persoon (ongeveer 40 cent). Voor die prijs blijven we een half uur aan boord, waar we vervolgens bij de centrale pier uitstappen. Toch een stuk sneller dan 2 uur in de taxi!

De fietstocht duurt ongeveer 4 uur en ze beloven ons dat we 16 km gaan fietsen. Achteraf denk ik dat we ongeveer 7 km hebben gefietst, haha. We fietsen langs de flower market, een Chinese tempel, China Town, krokodillen, schildpadden en allerlei kleine straatjes. Wanneer je in Bangkok bent, kan ik je zo’n fietstocht echt aanraden! 

De kookworkshop die volgt doen we met z’n tweeën, privé les dus! We ‘maken’ een noedel salade, gebakken groente, Pad Thai, een groene curry en sticky mango rice (jeuj!). Een kookworkshop houdt vooral in dat alle ingrediënten voor je klaarliggen die je vervolgens kunt gaan snijden. Alle belangrijke sausjes zijn al flink voorbereid. Na elk gerecht krijgen we de tijd om dat op te eten, waarna we vervolgens doorgaan met de volgende gang. Na vier gangen zit ik al behoorlijk vol, maar toch heb ik een plekje overgelaten voor het dessert. Tijdens het maken van het dessert speelde zich de volgende scene af:

“Haha grappig, ze hebben hier andere mango’s! Bij ons thuis zit er een mega pit in, terwijl die hier helemaal niet inzit.” Mijn vriend begint me keihard uit te lachen en wijst naar de pit die de Thaise kookworkshopleider op een bordje achter me heeft neergelegd. Ik probeer de situatie nog te redden door te vertellen dat ik een grapje maak en heus wel weet dat alle mango’s een pit hebben. Ik geloof niet dat mijn vriend erin trapte, haha.

Propvol stappen we weer in de watertaxi, terug naar ons hostel. Die avond scoort Thomas nog wat loempia’s en nemen we allebei een bananenpannenkoek met Nutella. Het eten in Thailand is zoo goed :-).

Na drie nachten in Bangkok te hebben geslapen, reizen we door naar onze volgende bestemming: Ayutthaya. Dit is de voormalige hoofdstad van Thailand. Vanaf ons hostel nemen we een taxi naar het centraal station: Hua Lamphong. Op internet hadden we opgezocht dat de trein om 10.05 vertrekt. Om 09.20 komen we al aan op het station, tijd zat dus! Op ons gemak lopen we naar een loket waar we voor 30 Baht (ongeveer 80 cent) twee treinkaartjes kopen. “Platform 12!” Roept de vrouw achter het loket naar ons. Op ons kaartje zien we dat de trein om 09.25 vertrekt en dat we 3e klas reizen. We racen naar het juiste perron en stappen nog net voor 09.25 de trein in. Top! In de 3e klas is geen airco, maar er zijn wel ventilatoren en de ramen staan wagenwijd open. We ploffen neer op twee plekken die nog vrij zijn. Onder onze stoel komen wel wat merkwaardige geuren naar boven en even later komen we erachter dat de vrouw naast ons haar boodschappen onder onze stoelen heeft gedumpt (geen durian, thank god!) Uiteindeljk vertrekt de trein om 09.45, dus we hadden niet zo hoeven racen. Op naar Ayutthaya!

In Thailand zijn verschillende soorten treinen, de ene gaat veel sneller dan de andere. Overal op internet lazen we dat het ongeveer 5 kwartier reizen met de trein was, wij doen er 2 uur en een kwartier over. Vanaf het station is het twee minuten lopen naar de ferry, die ons naar de overkant brengt. Vanaf daar moeten we nog 5 minuten lopen naar ons volgende hostel: Baan Bussara. De kamer is nog niet klaar, maar we kunnen onze backpacks tijdelijk in een kluisje stallen. We huren twee fietsen en rijden naar de ‘7-Eleven’. Deze supermarkt kun je overal vinden in Thailand en is echt top! Uit de koeling pakken we allebei een tosti, die ze bij de kassa voor ons in het tosti-ijzer gooien. Na onze lunch fietsen we naar een mega groot park met ontzettend veel tempels. Het is even wennen om aan de linkerkant van de weg te fietsen. Mijn missende linkertrapper maakt het er niet per se makkelijker op, haha. Maar het gaat, het gaat! We kopen een combinatie-ticket waardoor we zes tempels kunnen bezoeken, te beginnen bij Wat Mahathat. Deze tempel is beroemd, omdat er een boom staat waar een boeddha hoofd in de wortels van de bomen te zien is. 

Een aantal uren, zweetdruppels, kilometers en boedha’s later besluiten we een boottocht te huren bij ons hostel. Het is inmiddels 4 uur en deze boottocht duurt 2 uur. Het is heel mooi om de tempels vanaf het water te bekijken. Tijdens de boottocht stappen we drie keer uit en krijgen we steeds even de tijd om rond te kijken. 

Die avond lopen we in tien minuten vanaf ons hostel naar de Night Market. Dit moet wel heel leuk zijn, omdat het ons wel door tien mensen is aangeraden haha. Van 17.00 tot 22.00 verschijnen er op de markt allerlei kraampjes waar de  heerlijkste geuren vanaf komen. We eten een pad Thai, rijst met groente en stukjes papaya (waarvan Thomas dacht dat het een meloen was, die vervolgens lichtelijk teleurgesteld was haha). Ook drink ik een chemisch groene fanta, waarna ik direct besluit dat dit ook de laatste keer is dat ik deze bestel.

We gaan niet al te laat slapen, omdat we de volgende dag alweer doorreizen. Op naar Sukothai!