Een schone herinnering

Samen met mijn zus loop ik naar binnen bij een heerlijk sushirestaurant in Amstelveen. We hebben om half acht gereserveerd en we zijn belachelijk stipt. Bij binnenkomst gniffelen we allebei om het object bij de entree. Er staat een set schoenborstels, wat de hal een sjieke look geeft. We lachen om de herinnering die er bij ons naar boven borrelt.

[2014] Met vriendinnen zijn we op vakantie in Kroatië. We zitten in een heerlijk vakantiehuisje op een gezellig vakantiepark in Poreč. Om ons huisje te bereiken, moeten we eerst door het hotelgedeelte waar ook de receptie zit. En schoenborstels.

Één van onze vriendinnen loopt er enthousiast op af. “Kijk! Hier kun je je schoenen poetsen, dat is leuk.” Blij steekt ze haar smetteloze, nieuwe schoen onder een borstel, die meteen als een malle begint te draaien. De borstel maakt een zoemgeluidje, waardoor het een luxueus schouwspel wordt. Na een paar seconden trekt ze haar voet weer terug. Verwachtingsvol staren we naar haar schoen. “O” mompelt ze. “Hmm.” We kijken allemaal naar haar niet meer zo schone schoen en barsten in lachen uit. 

“Goedenavond, we hebben een tafel gereserveerd om half acht!”

Story of my “I’m gonna make some cookies”-life

Het is 21:15 en ik heb zin in iets lekkers. Ik trek de keukenkastjes open om te kijken of we nog iets lekkers hebben. Uiteraard. Toch heb ik meer zin in zoetigheid dan een handje chips of een lading nootjes.

Ik pak het potje met koekjesmix uit de kast en lees de gebruiksaanwijzing. “Giet de inhoud van het potje in een beslagkom en voeg hier 1 ei en 40 gram boter aan toe.” Ik weet niet hoe gauw ik alles in de kom moet mikken: ik heb écht zin in deze koekjes. De oven heb ik ondertussen aangezet en ik lees de volgende stap op het instructieblaadje. “Maak van het deeg een bal en kneed hier 20 evengrote bolletjes van. Leg de bolletjes op de bakplaat en maak ze een beetje plat.”

Een paar minuten later staar ik zwijgend naar elf sneue vlarkjes op de bakplaat. De koekjes zijn allesbehalve evengroot en zien er allerminst smakelijk uit. Toch ruikt het heerlijk en vol goede moed zet ik de bakplaat in het midden van de oven.

Na dertien minuten gaat de kookwekker en haal ik de koekjes uit de oven. Eigenlijk heb ik er al geen trek meer in. Ik ben zelfs een beetje misselijk geworden. Oei, dat ‘ach, ik offer er een paar op’-stuk deeg was toch wel lekker.

Let’s go for a swim

Samen met drie kinderen op een vlot joel ik naar mijn onderwaterzwemmende vriend: “hup, hup, je kan het!” De jongens en het meisje stoten elkaar aan: “wow, zie je dat? Hij gaat het helemaal redden tot aan de overkant!”

Ik ben blij dat kinderen tegenwoordig nog steeds op deze manier vermaak zoeken en lekker een avondje naar het zwembad gaan. Jammer alleen dat hun spanningsboog dan weer nét te lang is en ze mij vervolgens vragend aankijken of ik mijn vriend ga nadoen. Eh nee.

Op het castingbureau van Assepoester

“Als boze stiefzus moet je ontzettend scheel kunnen kijken en tegelijkertijd kunnen brullen bij het passen van het glazen muiltje. O en je moet grote voeten hebben.”

Eitje.

Blogogen

Elke dag kijk ik goed om mij heen: gebeurt er iets grappigs? Is er iets geks aan de hand? Kan ik hier misschien een blogpost van maken?

Het leuke aan mijn blog is dat ik vreemde situaties niet meer ongemakkelijk vind: ik heb er juist lol in. Als er nu iets geks gebeurt, denk ik niet meer van: “ojee, en nu?”, maar vormen de woorden zich meteen in mijn hoofd voor de volgende blogpost.

Ik schrijf dit nu op een dubbelgevouwen A4’tje in de trein. Mijn boek en iPod heb ik bewust niet meegenomen, zodat ik de wereld om mij heen goed kan waarnemen. Je weet maar nooit wat er gebeurt!

Helaas zit ik nu in een lege treincoupé.

Gelukkig stapt er bij de volgende halte een jongen met een skateboard in. Met een sprinkhaan als huisdier. De conducteur deed een gek hupsje toe hij het groene insect zag zitten op de rugzak van de jongen.

En ik maar schrijven op dat A4’tje!