Weilandwandeling

“Mmm!” Ik snuif de lucht op. “Het ruikt hier naar krentenbrood!” Mijn vriend loopt naast me en antwoordt lachend: “Mest bedoel je.” We hebben elkaar toen best een beetje verwonderd aangekeken.

Gefeliciteerd mam!

Samen met mijn zus en mijn moeder zit ik in een knus ontbijthuisje aan het strand, ter ere van mama’s verjaardag. Het is reuze gezellig en we zijn lekker aan het bijpraten. Voordat de serveerster de menukaarten heeft gebracht, legt mijn moeder een foldertje van een Turks restaurant voor ons neer. “Ik weet dat het nog een beetje vroeg is, maar vanavond gaan we hier eten bestellen en dan kunnen jullie alvast een gerecht uitkiezen! Geef het straks maar door in een berichtje.” We stoppen het foldertje in de tas en bestellen ons ontbijt.

Bekijk bericht

In de categorie “je moet minstens twaalf sperziebonen!”

Verveeld staar ik naar de krieltjes op mijn bord. Liggen ze dan. Zo mooi en rond van vorm: afgetraind om de weide wereld in te trekken. Toch liggen ze er maar roerloos bij. En ik word geacht ze nú op te eten.

Weet je wat ik doe? Ik gooi ze gewoon allemaal overboord en dan ren ik er hard achteraan. Elk krieltje dat ik vind, stop ik dan in mijn mond. De rest geef ik steeds weer een zetje, want na een flinke rolpartij smaken ze toch het lekkerst.

Streng kijk ik James aan. “Zie je mij al gaan? Ik eet toch ook gewoon netjes uit mijn bord? Achter eten aanhollen, zo heb ik je toch niet opgevoed?” James kijkt me des te hoopvoller aan. Ik zucht: “dit kan toch geen gewoonte worden, lieverd?” Toch zwicht ik weer bij zijn smekende blik. Vooruit dan maar. Ik strooi de kattenbrokjes door de kamer en trap zo het potje sjoelen van vanavond af.

Fronzend bij de kassa

Er staan drie mensen voor me in de rij bij de supermarkt. Getraind scant de caissière de producten en vraagt steeds keurig: “wilt u het bonnetje?”

Twee mensen willen het bonnetje.

Nu ben ik aan de beurt. Ik steek mijn pinpas in het apparaat en toets mijn pincode in. Mijn “ja graag” op de routinevraag ligt op het puntje van mijn tong en popelt om de show te stelen. Tot mijn stomme verbazing vraagt de vrouw me echter niets en print gewoon de bon voor me.

Waarom stelt ze mij deze vraag niet? Zie ik eruit als een bonnenverzamelaar? Heb ik een “ja graag”-blik?

Wanneer ik die avond thuis een foto maak van de kassabon en de cashback-producten op de site van Scoupy invul om mijn geld terug te kunnen vragen, valt het kwartje.

Kunt u mij eigenlijk wel helpen?

In de klas stel ik me voor als stagiaire en leg ik uit dat ik nu voornamelijk nog zal observeren, maar dat ik straks ook lessen zal gaan overnemen.

Als de les al een tijdje bezig is, krijgen de leerlingen de tijd om voor zichzelf te werken. Een leerling heeft een vraag en kijkt mij aan wanneer ik er naartoe loop. Bezorgd: “eh, spreekt u wel een beetje Frans, mevrouw?”