“Maaaaam, mijn jas hangt nog in het pashokje maar nu zit er een mevrouw in!!” O. Ik heb zojuist het jasje bedolven onder acht kledinghangers vol met kleding. Ik doe het gordijn open. “O, gelukkig, ja heeft u nog een jas daar hangen? – Ja, ik dacht dat iemand een jasje niet wilde kopen en het heeft laten hangen, maar het is dus blijkbaar van jou!”

Ik ben met mijn zus in Alkmaar en we zijn lekker aan het winkelen. Onder andere koop ik vier shirtjes, een kilo olijven en een enorm blik feta van 1500 gram. Heerlijk!

Even later word ik door mijn vriend gebeld. “Hoi! Ik ben ook in Alkmaar! – O! Waar zit jij dan? – Op het Waagplein, we zijn wat aan het ete… hee!” Gelach van zijn kant. “Wat is er?!” Hij lacht: “een meeuw ging er zojuist met mijn bitterbal vandoor!”

Ik speur direct de lucht af om te kijken of ik een meeuw met een bitterbal zie vliegen.

Die bitterbal heb ik niet meer gezien, maar ik heb vanavond toch echt eten zien vliegen. Toen ik bíjna thuis was viel de pot feta namelijk vanuit het Sale-tasje bovenop mijn teen. Hahahau!

Ik wil iets typen, maar ik zit chips te eten.

Vanmiddag wilde ik mijn berichtjes checken, maar ik had mijn telefoon op mijn werk laten liggen.

Ook wilde ik achteruitrijden, maar ik was vergeten het stuurslot eraf te halen.

Vanavond wilde ik mijn band plakken, maar de band wilde niet zo.

 

O, en ik wilde dus géén chips eten.

Vanmiddag gingen er toch een paar papa’s tegenover elkaar tekeer! Vier donzige, boze meerkoeten. Met hun veren recht omhoog en hun borst ver vooruit beukten ze elkaar bijna tot paté. De kinders waren het blijkbaar wel gewend: die zwommen rustig rondjes rondom hun badass op-paraplu-lijkende papa’s.

Op station Zaandam stap ik op de trein. Ik ben onderweg naar Amersfoort, waar ik met twee vriendinnen heb afgesproken. Ondanks dat (of misschien juist wel omdat) het zondag is, is het een ontzettende drukte. Ik kies voor de stiltecoupé op de bovenste verdieping van de trein, waar het ook flink bevolkt is. Een man haalt zijn aktetas van de stoel naast hem en dankbaar ga ik zitten. Ik heb uitzicht op het halletje, waar mensen nog steeds instappen en hun coupé kiezen.

Aan de andere kant van het gangpad zit een vrouw die een wat nerveuze indruk maakt. Ze kijkt onrustig om zich heen en staat af en toe ook op van haar plek. Ze loopt dan naar het gangpad, draait zich om en werpt een vluchtige blik op het halletje. Vervolgens gaat ze weer zitten. Een vreemd schouwspel. Op station Zaandam herhaalt ze dit drie keer, totdat de trein begint te rijden. Onderzoekend kijk ik haar aan. Is ze bang dat ze wordt gevolgd? Wacht ze op iemand? Heeft ze misschien een blind date? Mijn fantasie slaat een beetje op hol, totdat ik weer in de realiteit “ssssst, meneer, kunt u misschien ergens anders gaan bellen?” terugval. Een blind date in de stiltecoupé: lijkt me toch niet.

Bekijk bericht