Ik geloof dat ik bijna een serie kan gaan schrijven. De avonturen in de parkeergarage ;-).

Soms vind ik het zo aandoenlijk om te zien hoe bepaalde mensen autorijden. Zo rijd ik in een slakkengangetje achter een auto in de parkeergarage, op weg naar de uitgang. Het tempo zit er absoluut niet in, maar vooruit. Hij zal wel nooit in de parkeergarage staan. Wanneer we bijna bij de uitgang zijn, doet de man zijn knipperlicht aan om mij duidelijk te maken dat hij rechtsaf wil slaan – op zich de enige mogelijke route, hihi. Zie je wel, hij komt vast nooit bij een parkeergarage. Ontzettend langzaam rijdt hij op de slagboom af. Hij zoekt vast zijn kaartje. Hij stopt voor de slagboom, die vervolgens automatisch opengaat. Huh. Deze meneer heeft een vergunning voor de garage! Volgende keer zal ik mijn vooroordelen voor me houden. Wel ga ik de volgende keer dat ik hem in de garage tegenkom uitleggen dat hij zijn knipperlicht buiten juist wél moet gebruiken – dat was hij schijnbaar even vergeten. Safety first 🙂

“Hallo? U spreekt met Laura. Ik heb bij jullie een digitale cadeaubon besteld en deze vervolgens naar een vriendin gemaild. Ze heeft deze mail echter nooit ontvangen. Kunt u mij helpen?” Na vervolgens wat vragen beantwoord te hebben (“nee, hij staat ook niet in haar spam-box”), vraagt de vrouw: “kunt u mij uw adres doorgeven?” Ik noem mijn postcode en huisnummer. “Op dit adres staat een andere naam, kan dat kloppen? – O, ik ben vorig jaar verhuisd. Waarschijnlijk staat mijn oude adres nog in mijn account!” Vervolgens geef ik mijn oude adres, maar ook daar kan de vrouw niks op vinden. “Geeft niet!” zegt ze lachend. “Gebeurt heel vaak. Geef me je e-mail-adres maar.” Oké, dat kan niet misgaan. Ik spel mijn e-mail-adres (“ja, met de M”) en ik hoor het haar intikken. “Laura? Ook deze lukt niet…” We zijn al twee minuten in gesprek en nog geen steek verder. Inmiddels voel ik mijn wangen rood worden. Nee hè, moet ik nu serieus mijn jonge-meisjes-e-mailadres gaan spellen? “Oké mevrouw, eh.. waarschijnlijk staat hij nog op mijn allereerste e-mailadres. Vergeef me alsjeblieft, het is nogal gênant, haha.” De vrouw reageert bulderend: “zeker met heel veel x’jes of lofjoe ofzo? Geeft niks kind, ik heb ook een dochter. Spel maar raak!” Uiteindelijk lukt het ons om de bon te traceren. Nadat ik ophang, wijzig ik direct mijn accountgegevens. Dit gaat me niet meer gebeuren 😉

“Doe mij maar een pizza quattro stagioni alstublieft.” Mijn vriend en ik zijn een weekendje in Apeldoorn en hebben besloten een hapje te gaan eten bij de pizzeria. Het is fantastisch weer en daarom absoluut geen straf om in de binnentuin van het restaurant te zitten.

Na twintig minuten arriveren onze pizza’s. Goedkeurend bekijk ik de mijne. “Grappig, niet elke pizzeria doet ansjovis op de quattro stagioni.” Mijn vriend kijkt me met een vies gezicht aan: hij houdt duidelijk niet van ansjovis. Toch kijk ik wat verbaasd terug. “Dat recept met die zalm en pasta is toch ook met ansjovis? Die vind je wel lekker toch?” Hij schudt woest zijn hoofd. “Nee joh, dat is geen ansjovis!” Ik haal mijn schouders op en begin aan mijn pizza.

Na een paar minuten vraag ik of mijn vriend een hapje wil. Ik heb een stukje voor hem afgesneden. “Hier zit geen vis op, daar kun je best een stukje van nemen!” Mijn vriend kijkt nu wat verward. “Vis? Daar heb ik geen problemen mee hoor, die had je er best op mogen laten zitten. Maar als iets géén vis is, dan is het wel ansjovis!” Om zijn verhaal kracht bij te zetten, wijst hij naar mijn artisjok. Ik proest het uit van het lachen. Artisjok en ansjovis, almost the same thing 😉

Mijn vriend is een weekendje naar Sevilla met zijn neef, wat betekent dat de katten en ik het rijk alleen hebben. Ondanks dat het best irritant kan zijn (lees: katten op je benen, niet kunnen omdraaien, warm), vind ik het altijd heel gezellig om ze bij me te laten slapen.

De volgende ochtend word ik vroeg wakker, waarschijnlijk van een beweging van een van de katten. Ik richt me een beetje op om te zien waar ze zijn. James ligt bij mijn voeteneind, Darcy is nergens te bekennen. Zal wel naar beneden gelopen zijn. Omdat ik wil weten hoe laat het is, draai ik me om om mijn telefoon te pakken. Één seconde later klopt mijn hart in mijn keel. Darcy zit me op ongeveer 1 cm van mijn hoofd intens blij aan te kijken dat ik wakker ben.

Ik ben onderweg naar huis en besluit om nog even langs de supermarkt te rijden. Ik haal mijn boodschappen, reken ze af en loop terug naar mijn auto. Wanneer ik bijna ingestapt ben, zie ik een klein meisje achter mijn auto spelen. Haar moeder, die haar eigen boodschappen aan het inladen is, kijkt me wat angstig aan. Ik maak haar duidelijk dat ze absoluut niet bang hoeft te zijn dat ik over haar meisje heen ga rijden en dat ik wel even wacht. “Bedankt!” roept ze naar me als haar dochter twintig seconden later bij busje van de vrouw staat. Ik zwaai naar haar en start mijn auto. Ik rijd een meter achteruit en trap dan weer op de rem, omdat de auto aan de andere kant van de vrouw achteruit is gereden. De vrouw was zo met haar dochter bezig, dat ze niet doorhad dat de achterklep van haar busje wat onhandig uitsteekt. De auto naast haar, ook een busje, is er zojuist tegenaan gereden. De schade blijkt gelukkig mee te vallen. Een rubberen dopje ligt op de grond, verder is er niets te zien. De vrouw kijkt me opnieuw verontschuldigend aan, maar ik ben allang blij dat slechts het rubberen dopje de dupe is geworden van deze situatie. Die twee minuten in ruil voor bloginspiratie vind ik een goede deal 😉 Enne, wijze les: kijk dus altijd uit je doppen 😉