“Proost!” Op hoop van zegen stoot ik mijn glas bier een beetje schuin naar links, hopend op het herkenbare geluid van rinkelende glazen. Scheef. “Even kijken, zo dan?” Ik mik het glas een beetje meer omlaag. Kling! Hebbes.

Mijn vriend en ik zijn net in de polonaise binnengekomen bij Ctaste: een geweldig leuk restaurant in het donker met alleen maar blinde mensen in de bediening. Onze High Beer is zojuist begonnen en we eten vrolijk maar onwennig van ons eerste amusehapje. Mochten er camerabeelden van worden gemaakt, dan moet het echt hilarisch zijn om te zien hoe mensen vol overtuiging naast hun bord prikken, of juist met hun vinger midden in de amuse graaien.

Bekijk bericht

Bij het voorbereiden op de colleges ben ik dus blij wanneer de literatuurlijst 2 van de 10 blaadjes beslaat: scheelt weer leeswerk! Ondertussen realiseer ik me natuurlijk heus wel dat ik na elk verplicht artikel steeds weer een stapje dichterbij het docentschap kom.

Wanneer ik naar mijn zojuist gelezen artikel (over modeling en andere docentenhandelingen) staar, zie ik lachend dat ik er qua mentaliteit eigenlijk al wel ben.

Ik heb onbewust een letter tussen ‘mo’ en ‘deling’ gepriegeld.

Twee heren zitten vanmorgen al vroeg in de trein. Direct zie ik dat het broers van elkaar zijn: ze hebben allebei dezelfde oogopslag en lachen op een bepaalde manier. Ik word vrolijk van ze.

“Hier, moet je deze zien!” Samen buigen ze zich over het scherm van één van hun mobieltjes. “O ja, dat weet ik nog wel! Haha dat was echt een prachtig moment.” Grinnikend bekijken ze nog meer foto’s. “Ja en deze, weet je nog hoe hard we daarom gelachen hebben? Ik ben zo blij dat we dit op foto hebben!” De jongste broer zucht weemoedig. “Die goeie ouwe tijd.”

Mijn beurt om zachtjes te grinniken. Ik denk dat de jongens zo’n 10 en 12 jaar zijn.