“Het ruikt hier echt naar zweetoksels!” Mijn vriend blèrt vanuit de woonkamer en verontwaardigd draai ik mijn hoofd naar hem om. “Zweetoksels van hoeveel dagen oud?” Hij haalt zijn neus op. “Minstens een maand!”

Ja oké, het ruikt inderdaad vrij weeïg, zo’n half potje komijnpoeder dat ik per ongeluk in de pan met eten heb laten vallen.

Ruim twee weken heb ik nu lactosevrij (oké, ijsjes uitgezonderd) gegeten om te kijken of ik minder last zou krijgen van mijn darmen. Mijn lactosevrije periode (akkoord, met een paar slagroomslippertjes) heb ik ingelast sinds mijn bezoekje aan de huisarts vlak na Bali. Ik merkte dat ik regelmatig last kreeg van mijn buik en daarom besloot ik om melkproducten even te vermijden. (Op wat chocola na, natuurlijk).

ANYWAY..

Bekijk bericht

Vanavond hebben mijn zus en ik op het wielerparcours in Amsterdam Sloten rondgewandeld, kijkend naar haar vriend die daar 75 km aan het trappen was. Elke vier à vijf minuten kwam de grote groep wielrenners langszoeven en zochten we steeds het rode shirtje van onze topper. Vanuit het perspectief van de wielrenners moet het ook een leuk zoekplaatje geweest zijn: na elk rondje waren wij weer wat meters verder gewandeld om ze vervolgens weer opnieuw aan te moedigen.

Het was een mooie avond in een geweldig stukje groen bos. De wielrenners hebben goed hun best gedaan en wij hebben lekker gelopen. En de complete geschiedenis van Pino op Wikipedia gelezen.

Ik ben mijn handen aan het wassen in de riante toiletruimte van het Van der Valk restaurant. De inrichting is er altijd luxueus en het ruikt er heerlijk. Subtiel open ik mijn mond om te kijken of er een stukje basilicum tussen mijn tanden is blijven steken.

Op dat moment komt er een ouder dametje naast me staan en wast giechelend haar handen. Ik kijk vriendelijk opzij en ik zie dat haar stokoude moeder (niet te missen!) aan komt waggelen en naast haar komt staan. Samen bekijken ze de sjieke kraan en zoeken ze de sensor voor het water.

Mijn handen zijn droog en ik loop richting de grote spiegel, mijn laatste halte voordat ik het restaurant weer inga. Ik check of ik mijn shirt netjes in mijn broek hebt gestopt en of mijn haar nog een beetje gezellig zit. Dit allemaal op een subtiele manier: het blijft toch altijd een beetje awkward om jezelf helemaal op te doffen in een openbaar toilet.

Op dat moment komt de eerste vrouw naast me staan. “Heerlijk hè meis, kijken of alles er nog goed bij staat en hangt.” Ze begint flink aan haar rok te sjorren en met haar haren te schudden. “Doe mij ook zo’n spiegel thuis!” Haar moeder komt er ook weer aan en ik geef ze glimlachend de ruimte.