Met nog twee minuten voordat mijn trein gaat, stroomt de metro met een noodgang leeg. Onbewust wurm ik me tegelijkertijd met een vrouw door de opening van de deur. Wankelend komen we op het perron terecht en we balanceren half leunend tegen elkaar tussen de mensenmassa. Het is vast géén gezicht. Glimlachend kijk ik haar aan en zeg: “zo, dat is nog eens een potje evenwicht zoeken hè?!” De vrouw lacht en antwoordt: “nou hè! Gelukkig is jouw jas lekker zacht.”

Zóóó veel leuker dan al dat chagrijnige gesnauw om ons heen!

“Wow, gast, moet je daar eens kijken!” Ik sta in de metro naast twee jongens die heel verbaasd naar rechts kijken. Zo’n gevalletje verdorie, hoe ga ik nu subtiel mijn hoofd naar rechts draaien om te gluren wat er aan de hand is? Mijn nek brandt ervan. Ik overleg de opties met mezelf: óf ik doe alsof ik ook precies op dat moment naar buiten wilde kijken en ik heb er vrede mee dat de jongens weten dat ik ze stond af te luisteren, óf ik blijf hier staan waar ik sta en ik zal het nooit weten.

Twee seconden later

Wow ja! De jongens hadden gelijk. Er staat een gedrocht in de metro. Een monsterlijk figuur, één die het verdient om hardop bekeken te worden.

Het meisje heeft haar Halloweenlook mooi gemaakt, compleet met grote pruik, zwarte spookjurk en een gezicht met daarop een spinnenweb geschilderd. So worth it om mijn trots opzij gezet te hebben.

Tja, de meesten mensen zouden bij dit programma vast andere gedachten in hun hoofd laten afspelen, maar ik kan alleen maar denken aan dat ik sowieso de hik zou hebben als ik zo’n microfoontje omkrijg tijdens het spelen.

Twintig seconden eerder

Met een verwilderde, fanatieke blik kijk ik naar de (thuis)bingokaart in mijn hand. Ik zit aan de buis gekluisterd en zit klaar met een pen in mijn hand. De eerste koffer gaat open en daar rolt het eerste bingo-getal op het scherm. Ja! Goed! Jottem. De tweede nu. Óók goed! Ik juich binnensmonds.

Dan gaat het mis. Zo’n hikgedachte sleept me er dan doorheen, weetjewel. En zo’n brok’je’ chocola gaat er dan ook wel in.

Achteraf

Ik had het ook kunnen weten, hoor. Ik was keihard te laat voor de eerste getallen. Ik zat dus net gewoon een beetje te bluffen, want ik spoelde met mijn ogen dicht terug naar het moment dat de eerste koffer geopend werd.

“Jij hebt meer eelt op je handen. – Echt niet, jij.” Zo begon het. In de trein.

Inmiddels zijn mijn vriend en ik zes haltes verder en hebben we de anatomie van de nagel uitgebreid bestudeerd. Zo hebben we elkaars nagels grondig beoordeeld, hebben we geleerd wat de functie van een nagelriem is en weten we voortaan dat zo’n uitstekend pulkje rondom je nagel ook echt een naam heeft. Sidewall hangnail.