Samen met mijn zus en haar vriend ben ik bij mijn ouders thuis. Mijn moeder heeft heel schattig wat souvenirs van de vakantie in Duitsland uitgestald op tafel. We krijgen een fles wijn, wat lekkere delicatessen en leuke etensbakjes voor de katten. Ook ligt er een heel schattig plat doosje bij, waarbij ik (oprecht!) enthousiast reageer: “Oh leuk, billendoekjes!”

Het zijn dus geen billendoekjes. Mijn moeder kijkt wat beteuterd en zegt: “Eigenlijk is het meer een opbergdoosje voor tomaatjes of kaas of zo.”

Na een gezellige middag en avond in Leiden met vrienden te hebben doorgebracht, stappen mijn vriend en ik weer in de trein richting huis. We reizen heel chique in de eerste klas, mede mogelijk gemaakt door mijn lieve schoonfamilie met interessante actiekaartjes. Het is gewoon aandoenlijk hoe erg we genieten van deze luxe rode stoelen.

Naast het comfort en de ruimte, is de rust die er heerst natuurlijk een bijkomend voordeel. We hebben nu de coupé voor onszelf en dat is best lekker na zo’n avondje in een druk bierencafé te hebben gezeten. (Ik ben me ervan bewust dat mijn Ouwe-Lullenreputatie een beetje begint te ontstaan bij het schrijven van deze laatste zin).

Bekijk bericht

We kennen allemaal de stationsfiets. Zo eentje met kapotte lampen, vastzittende versnellingen en een ketting waar je eigenlijk mee kunt touwtjespringen. Deze oude tweewieler wordt vaak omgedoopt tot ‘het barreltje’ op het moment dat je een nieuwe, knappe fiets hebt geregeld. Toch blijft de band met je stationsfiets een bijzondere, want hij brengt je ’s ochtends altijd maar mooi naar het station. Trouw staat hij dan in weer in wind tussen de andere stationsfietsen te bibberen, wachtend tot jij na een lange dag je moeie lijf weer op het krakende zadel hijst en hij je weer naar huis mag brengen. Zo hoort het tenminste.

Mijn stationsfiets heeft vandaag helaas toch echt zijn laatste adem uitgeblazen. Drie kinderen stopten abrupt met hun buitenspel om mijn wel héél erg rammelende roestbak met lekke, denderende band met open mond na te staren, wensend dat ze decibeldempende earplugs in hun oren hadden.

Na een gezellige reünie van mijn oude basisschoolklas in een hip restaurant in het dorp, fiets ik met een voldaan gevoel weer naar huis. Het was gezellig om iedereen na twaalf jaar weer even te spreken en herinneringen met elkaar te delen.

Bekijk bericht

“Het ruikt hier echt naar zweetoksels!” Mijn vriend blèrt vanuit de woonkamer en verontwaardigd draai ik mijn hoofd naar hem om. “Zweetoksels van hoeveel dagen oud?” Hij haalt zijn neus op. “Minstens een maand!”

Ja oké, het ruikt inderdaad vrij weeïg, zo’n half potje komijnpoeder dat ik per ongeluk in de pan met eten heb laten vallen.