De afgelopen nachten ga ik veel te laat naar bed. Vaak zie ik het 01:00 worden voordat ik een keer in actie kom. Ik besluit mijn oude ritme weer op te pakken, wat betekent dat ik om 23:00 naar bed zal gaan. Om 23:00 negeer ik de tijd een beetje, speel ik een spelletje en Skype ik nog even met mijn zus. Lig ik om 00:00 dan eindelijk in mijn warme, zachte en comfortabele bed.. Heb ik mijn beha nog aan!

Terwijl ik voor het Franse stoplicht sta te wachten, steekt er een jongetje in de verte over bij een zebrapad. Hij heeft licht blond haar, draagt een rond brilletje en ik schat dat hij een jaar of zeven is. Met zijn oranje shirt aan lijkt hij best wel een beetje Nederlands. Sterker nog, hij lijkt best wel op mijn vriend in zijn jongere jaren! Het jongetje kijkt mij inmiddels recht aan, hij moet gezien hebben dat ik hem aan het aanstaren ben. Begint ‘ie ineens als een debiel te dansen op het zebrapad! Dit beeld krijg ik dus nooit meer losgekoppeld van de jeugdfoto van mijn vriend.

Op vrijdagavond ben ik naar het theater gegaan. Het was een kleinschalig Frans theater waar vooral wat ouder publiek op afkwam. De eerste voorstelling was erg mooi: een soort poppenspel, waarbij de artiest een pop van een oude man om zijn buik had hangen. Het toneelstuk kende geen dialoog. Wel kwam er op goed getimede momenten een constant gegiechel uit de luidsprekers, wat de humor in het stuk versterkte. De tweede voorstelling was anders, maar ook erg leuk. Een Waalse cabaretier kletste er op los en nam het publiek aan zijn handje mee. Plotseling hoorde ik vlak bij mijn oor weer dat speakergegiechel. Die speaker bleek een blond kapsel, een bril en een mond te hebben die zich na elk grapje keihard opende om een constante bulderlach te produceren.

Op de fiets naar mijn werk vermaak ik me altijd door naar andere mensen te kijken. Zo’n 100 meter verderop zag ik dat er een keurige meneer had gewinkeld bij de bakkerij. De man was een jaar of 70, droeg een mooi, bruin pak en verplaatste zich met een stok. Loopt ie vervolgens naar buiten.. waait z’n baret van z’n hoofd! Die neem ik dus mooi niet meer serieus.

Om energie en vooral ook geld te besparen, zet ik mijn verwarming zo weinig mogelijk aan. Ik trek zoveel mogelijk warme kleding aan om het zo warm mogelijk te hebben. Soms echter, dan vind ik dat ik mezelf mag verwennen door het lekker behaaglijk te maken in mijn kamer. Zet ik eindelijk die verwarming aan… MEURT IE NAAR ROTTE EIEREN!