“Mevrouw? Uw zoon ligt in het ziekenhuis” – Ardennen dag 3

“Eh, ik denk dat ik naar het ziekenhuis moet…”

Een leerling komt met zijn pijnlijke arm naar ons toegelopen. “Vanmiddag ben ik gevallen met paintballen en ik heb zo’n last van mijn pols. Ik ben bang dat het gebroken is.” Een collega staat op: “het is te laat om nog naar de dokter te gaan, we moeten maar direct door naar het ziekenhuis. Laura, jij spreekt goed Frans: ga jij mee?”

Na zo’n 30 minuten rijden door het Ardense landschap komen we aan bij een plaatselijk ziekenhuis. “Waar kunnen we ons melden?” Op monotone toon ratelt de receptioniste haar verhaal op: “daar de deur door, na de lange gang naar links, vervolgens weer door de deur en dan naar rechts.” Goh, wat een praktische indeling. We dwalen door de gangen en komen uiteindelijk bij het inschrijfloket aan.

Zo’n tweeënhalf uur later lopen we weer naar buiten. Ze hebben een foto gemaakt: de pols is zwaar gekneusd en zit nu in het gips. Wat een avontuur!

Rond 21:00 komen we weer aan op de camping, mooi op tijd om zo weer mee te doen met de volgende activiteit. Even later verzamelen we weer: “jongens, we gaan een fakkeltocht doen. In verband met de droogte kunnen we alleen geen fakkels gebruiken, dus jullie moeten je zaklamp meenemen.” Het is inmiddels flink donker geworden en we beginnen de tocht in het bos. Het is spannend en indrukwekkend om daar met onze zaklampjes te lopen.

Wanneer we rond 00:00 weer terug zijn op de camping, horen we plotseling een mega knal, gevolgd door een enorme witte flits. In één klap is alles donker op de camping en in het bergdorp. Leerlingen kijken verschrikt om zich heen en roepen ongerust: “wow, zag je dat?!” Het past helemaal bij de sfeer van de fakkeltocht, waarbij we ook een paar spookverhalen hebben gehoord over jammerende vrouwen wiens geesten nog altijd in de bergen dwalen…

Een half uur later doet alles het gelukkig weer en iedereen gaat braaf naar bed! Chill.

(…)

Op donderdagochtend verzamelen we weer vroeg. Mijn groep gaat vandaag eerst paintballen en daarna gaan we een grottentocht doen. Met de bus worden we afgezet bij het paintballterrein. We trekken allemaal onze outfit aan en beginnen met het eerste spel. Mijn collega en ik hebben de teams gekozen en we verspreiden ons in de bosjes. “Let op,” legt de instructeur uit. “Als je af bent, hou je je paintballgeweer omhoog en kom je terug naar de safe zone. Daar wacht je tot iedereen terug komt.”

Drie minuten later loop ik beschaamd alweer terug naar de safe zone. Keihard afgeknald op mijn been. “Mevrouw, dat ging wel erg snel hè!” Haha ja. Het potje duurt nog ruim tien minuten en stiekem geniet ik er ook wel van om de leerlingen zo rond te zien sluipen.

Even later beginnen we aan ronde 2. De jongens (7 stuks inclusief mijn collega) tegen de meiden (13 stuks inclusief ik). Na vier minuten word ik weer afgeknald, door mijn collega deze keer. Hij schiet in de lach: “gaat lekker, Lau!” Gelukkig heb ik mijn PR wel verbroken ;). De leerlingen hebben lol en langzaam druipt iedereen weer af naar de safe zone. 

’s Middags gaan we naar een indrukwekkende grot voor een heus “speleologie”-avontuur. Als je dit niet kent: zoek het maar eens op! De afbeelding bij deze blogpost geeft trouwens ook een goed beeld, al ken ik de man (Hans, aldus Google) niet persoonlijk, haha. Vooraf krijgen we te horen: “mocht je last hebben van claustrofobie, dan moet je even goed nadenken of je wel mee wilt. Probeer het eerst maar een stukje, dan kun je altijd nog terug.” Na het testrondje besluiten een paar leerlingen om niet naar binnen te gaan. Wij gaan wel verder. We hebben allemaal een mijnlampje op ons hoofd, die we zachtjes laten schijnen. We liggen op ons buik en hebben de enkels van onze voorganger vast. Zo kruipen we door de nauwe, natte grot. Op een gegeven moment zegt de begeleider: “oké jongens, we gaan nu de lampjes uitzetten en we gaan het eens een tijdje zonder licht proberen.” Ploeterend en zwoegend (en ook best met bonkend hart!) kruip ik verder.

Na een uur komen we weer buiten. We kijken lachend naar onze kleding: we zijn helemaal bruin en besmeurd van het water op de grond. “Hoeveel meter denken jullie dat we hebben afgelegd?” De leerlingen roepen door elkaar: “500! – Nee, 700!” De instructeur schud lachend zijn hoofd. “We hebben zo’n 30 meter gekropen, in een uur tijd.” Wow, wat was dit indrukwekkend!!

Het is de laatste avond en we sluiten af met een barbecue en een kampvuur. Hier en daar horen we de leerlingen smoezen: “vannacht, 02:00 he!”

Wordt vervolgd! 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge