Komend weekend ga ik gezellig met mijn mentorklas op kamp. Samen met mijn co-mentor en twee andere begeleiders ben ik voor 2 nachtjes in charge of 25 leerlingen. Leuk!

Dit idee is vanuit de leerlingen ontstaan, die tijdens de tweede of derde mentorles al vroegen of we op kamp zouden gaan. We keken elkaar een beetje vertwijfeld aan: zullen we dat doen? Al gauw besloten we: “oké, maar dan moeten jullie het voornamelijk organiseren!”

Inmiddels zijn we bijna een jaar verder en gaat het dan eindelijk gebeuren. De ideeën, uitspraken en gesprekken van mijn mentorleerlingen (14-15 jaar) die er bij het organiseren ontstonden, brachten heel wat nostalgische gevoelens bij mij naar boven. Hier dan ook een lijstje met clichés die je misschien nog wel herkent van je eigen kamp (of van je zoon/dochter, buurmeisje…)!

 

Clichés voorbereiding kamp

– “Mogen we alsjeblieeeeeeft twee nachtjes op kamp? Voor één nachtje hoef ik mijn tas niet eens uit te pakken, weet u wel.”

– “Wat zullen we dan eten?” Vervolgens alle P-gerechten opnoemen.

– Enthousiast geroep: “JA EN WE GAAN OOK EEN DROPPING DOEN!” Zweet op mijn rug. Maar inderdaad, wij gaan dit nu ook doen 😉

– “Zullen wij samen op de kamer?”

– “Mijn vader brengt ons wel hoor!” (heb ik hem aan gehouden)

– “Mag er in jouw vaders auto muziek aan?”

– “OVERLOPEN!!” roepen ze massaal.  Zweet was net opgedroogd.

– Enthousiastelingen: “Ik ben ‘vroeger’ ook op kamp geweest. Wij deden toen dit en dat. – O ja, ik weet ook nog wel wat! – Jaaaaa, dat is leuk!”

– “Ik ben jarig tijdens kamp!!!!!” *noteert*

– “Jongens, wie neemt welke spelletjes mee? – O mevrouw, we kunnen wel gaan weerwolven. Jaaa!”

– “Mogen we ook een kampvuur bij het huis?”

– “Wie weet er nog iets grappigs voor het boodschappenspel? Ik heb nu: tampon, vaatwasserblokje, kerstbal…”

– “YES, ze hebben een vaatwasser!”

– “We kunnen ook paintballen misschien. – Nee joh gek, dat is toch veel te duur. We gaan wel midgetgolfen.”

– “Moeten we al om 9 uur ontbijten? Dan slaap ik nog!”

– “We moeten wel de finale kijken dan hoor!”

– Achterdochtig: “hoe ziet u dat voor u, een bonte avond? Moeten we dan zingen enzo?” *schrijft idee op*

– “Ik heb er echt zooooo’n zin in, mevrouw.”

 

Wordt zeer waarschijnlijk vervolgd met een “clichés tijdens kamp!” 😉  

De boot van Texel naar Den Helder gaat ieder heel uur, de laatste boot vertrekt om 21.00. Vanavond heb ik mijn vriend, Laura en haar vriend uitgezwaaid, zij moesten iets eerder dan ik weer terug naar het vasteland. Bij het uitzwaaien kwam ik een paar leuke situaties tegen.

– Een gezinnetje staat om 18.35 al onrustig op de trap te wachten. De boot was er nog niet eens, maar ze waren zichtbaar bang om de boot te missen.

– Een vrouw zegt haar vriendin gedag. “Ik app je wel als ik veilig thuis ben!” (Hihi, meestal komt zo’n opmerking juist van de andere partij)

– Een man komt aangescheurd, dropt zijn vrouw en racet weer weg. Romantisch.

– Een enorme zwerm meeuwen leeft helemaal op zodra de boot vanuit Den Helder arriveert op Texel: zit er wat lekkers voor ze tussen?

– Gillende meisjes vanaf de boot bij het zien van alle meeuwen: bang om ondergepoept te worden!

– Zodra de boot aangemeerd is op veerhaven Texel, willen de mensen diréct instappen. De passagiers die juist uit willen stappen komen er bijna niet langs. De boot wacht echt wel op jullie hoor jongens, laat ze even uitstappen! 🙂

Wow, zouden die mensen gaan verhuizen? Té veel bagage.

– Een man staat wild te zwaaien naar zijn vrouw, maar die ziet het helaas niet. Sneu.

– Een man en een vrouw rennen om 18.59 keihard naar de boot. “Ga jij tussen die deur staan!” … “Kom nou!!” Ze hebben het gered, gelukkig.

– De mensen die om 19.02 aan kwamen scheuren hadden minder geluk.

– Ineens wil iedereen elkaar uitzwaaien, zodat je stiekem helemaal niet ziet naar wie je nou staat te zwaaien.

– Om 19.00 ziet het parkeerterrein nog zwart van de auto’s, om 19.05 is het compleet uitgestorven.

Ik ben in de afrondende fase van mijn studie en ben momenteel bezig met mijn scriptie. Tijdens het maken van dit monster komen er heel wat gedachten naar boven. Ik ben benieuwd of ze herkenbaar voor je zijn!

 

– Ik had hier echt eerder aan moeten beginnen.

– Mijn literatuurlijst heeft één bron. Hoe zielig, haha. Die gaan we even aanvullen.

– Wáárom moeten mensen altijd van die tussenvoegsels hebben in hun naam? Ik vergeet steeds of je nou ‘Vries, De’ of ‘De Vries’ moet typen.

– Zouden ze een bron uit 1994 nog bestempelen als ‘recent’?

– Wie gaat dit óóit lezen?! #zelfmedelijden

– “Als ik hierna ooit nog een groot verslag moet maken ga ik het heel anders aanpakken”

– Ah gelukkig, het regent. Verplicht binnen zitten :).

– Bij een teveel aan woorden worden alle bijvoeglijke naamwoorden geschrapt.

– “Over tien minuten mag ik weer een kopje koffie.”

– Ik heb medelijden met mijn beoordelaars. Je zou maar tien van deze jongens na moeten kijken!

– Wanneer het eind in zicht is besef je dat het stiekem toch best leuk is.

– Tien minuten later snap je niet hoe je dat óóit hebt kunnen denken

– Chocola maakt alles beter.

– Heel veel plannen maken voor ‘na de scriptie tijd’.

– Boodschappen doen was nog nooit zo leuk!

Lees jij nog wel eens oude blogposts terug? Waarschijnlijk niet! Elke maand publiceren wij in een terugblik-blog the best of last year. Deze maand: juni 2017!

 

3 juni

La vie d’une tante

“Tante Laura, wil jij zo alsjeblieft nog een verhaaltje voorlezen?” Mijn neefje staat naast me en kijkt me vragend aan. “Dat is goed, lieverd. Als jij zo na het douchen keurig met je pyjama in bed zit, kom ik een verhaaltje voorlezen. We spreken dan wel af dat je gaat slapen als het verhaaltje uit is, goed? – Ja, dat is goed.”

Tien minuten later kom ik boven en zit meneer er klaar voor. “Zo, welk boek heb je uitgekozen? – Deze!” En hij wijst naar Waar is Wally. De slimmerd.

Een hartstikke leuk boek natuurlijk, maar ‘nog even gauw voorlezen’ is er op deze manier niet bij. We sluiten een compromis dat we Wally drie keer moeten vinden (oké oké, plus de tovenaar) en dat we dan stoppen. Gelukkig zijn tantes van mijn generatie ook met Wally opgegroeid (“pssst, ik zie ‘m al hoor!”) en kunnen we het boek na zo’n 10 minuten weer dicht doen. “Slaap lekker!”

 

8 juni

Het 8e uur Frans

Leerling, zuchtend: “mevrouw, dit kan ik echt niet hoor. Ik zou echt niet weten hoe je dit moet vertalen!”

Ik: “Nou nou, wat een zelfvertrouwen. Bij welke zin ben je?”

Leerling: “Ik moet zeggen: nee bedankt. Non is nee, dat weet ik, maar wat is nou weer bedankt?”

Ik, lachend: “Je weet niet hoe je moet bedanken in het Frans? Ik doe maar net of ik dat niet gehoord heb. Denk eens aan die chocola met een M?”

Leerling: “O, oja. Dus: non… milka?”

*Veegt op*

 

16 juni

Ik baalde gewoon dat ze nu al uitstapten 😉 

Twee dames van 80 zitten naast mij in de trein. “Kijk, we komen nu aan op station Zaandam. Zie je die nieuwe stijl? Al die gekleurde Zaanse huisjes, ik vind het maar niks. De kleuren zijn veel te fel. Wat vind jij?” Haar vriendin antwoordt vrolijk: “o, nee ik vind het juist heel mooi! Ik vind de kleuren helemaal niet schreeuwerig, hoor.” Vriendin: “Ja, maar jij hebt je zonnebril op!”

En een lol dat ze vervolgens hadden! 😉

 

26 juni 

“Ga jij maar naar binnen!”

Vaak als je in de winkelstraat loopt, zie je bij een aantal kledingzaken een paar mannen voor de deur staan. Niet per se omdat ze extra lang van het weertje willen genieten, maar vooral omdat ze zich no way in die drukte willen begeven. Ik vroeg me af of deze situatie ook wel eens omgekeerd was. Zie je wel eens vrouwen buiten staan, terwijl de mannen de zaakjes binnen regelen?

(10 minuten later)

“Hee kijk, een bruidspaar!” Omdat het stadhuis in de winkelstraat zit, zie je regelmatig een mooie bruid (en bruidegom of course) voorbijlopen. Zie hier het antwoord. Terwijl vriendlief de Blokker inliep om wat huishoudelijke producten te kopen, stond ik buiten met een paar andere dames ongegeneerd naar het bruidspaar te koekeloeren.

Afgelopen dagen is “het kwik enorm omhoog geschoten” en dat zorgt voor een hoop herkenbare situaties!

  • “Waar is m’n nagellak?!” De winterse voeten moeten nodig worden bijgewerkt.
  • Geldt ook voor de benen trouwens, korte broek in wintervacht is not done.
  • Nét iets te laat je zonnebrandcrėme opsmeren. Alwéér een T-shirt afdruk zichtbaar op m’n lijf.
  • Ineens probeer je wat minder te snoepen om toch nog bikini proof te worden.
  • Ijsjes zijn natuurlijk een uitzondering! Hoe meer ijsjes hoe beter.
  • Toch maar vast inschrijven voor de komende sportlessen ;-).
  • In de supermarkt verkopen ze alleen nog maar BBQ-vlees.
  • De parken staan blauw van de wegwerp BBQ’s.
  • Geen plekje meer te vinden op de terrasjes.
  • ”We moeten wel wat zomers eten vanavond.” Salades en broodjes!
  • Proberen te fluiten op grassprietjes. Ging vroeger toch beter!
  • Angstig draai je de parasol open, welke diertjes zouden zich de afgelopen winter schuil hebben gehouden in de parasol?
  • Op de grachten stikt het van de mannen in bootjes met ontbloot bovenlijf met nét iets te harde muziek.
  • Tijdens de wandeling door het park slik je 347 muggen in.
  • Weigeren om een jas aan te trekken. En vervolgens natuurlijk niet toegeven dat het een heel klein beetje koud is.
  • File op de weg naar het strand!
  • Fantaseren over de zomervakantie.