“Hoo!” Ik hoor mezelf een kreetje uitslaken en ik kijk in mijn achteruitkijkspiegel. Niks aan de hand gelukkig, wel even beter opletten de volgende keer.

Na een paar minuten sta ik voor een stoplicht te wachten en de motorrijder die achter me reed, komt naast me staan. Hij klopt op het raam en ik schrik van deze actie. Oldskool draai ik mijn raam omlaag en ik zeg hem gedag.

“Hoi, je remlichten doen het niet meer.” Ik schrik van deze opmerking, dat is nog eens gevaarlijk! Ik bedank hem vriendelijk voor het doorgeven: zo kan ik actie ondernemen.

Inmiddels is de garage gebeld en staat de afspraak gepland. Stiekem duim ik natuurlijk dat er alleen een draadje is losgeschoten bij de hoge drempel waar ik zojuist overheen vloog.

Na een gezellige verjaardag van mijn oma rijden mijn zus, haar vriend en ik ’s avonds weer naar huis. Ook zetten we twee nichtjes onderweg af. Omdat we met twee auto’s zijn, hebben we de volgende logistiek bedacht: de vriend van mijn zus en ik zetten nichtje 1 af bij het station, Dorinde rijdt met het andere nichtje achter ons aan en vervolgens rijden we samen door naar het adres van ons andere nichtje.

“Hier naar rechts hè!!” Oeps, afslag gemist. Mijn nichtje schiet in de lach: “ach, mijn trein vertrekt pas over 10 minuten, dat red ik nog wel.” Dorinde rijdt een paar auto’s achter ons en we zien haar wel richting het station rijden. Die wacht daar vast wel op ons.

Na een paar honderd meter komen we bij een rotonde waar we weer kunnen keren. Wanneer we bijna bij het station zijn, zien we Dor onze kant op sturen. Ik gebaar flink met mijn armen om haar duidelijk te maken dat ze even moet wachten, maar ze manoeuvreert de auto al de weg op. Wanneer ze ons ziet, kijkt ze ons lachend en vragend aan.

Snel zetten we ons nichtje af bij het station en gaan we weer dezelfde kant op. Omdat we de weg niet helemaal weten, hopen we dat Dorinde ergens aan de kant staat te wachten. We rijden richting de rotonde en op hetzelfde moment schieten de vriend van mijn zus en ik keihard in de lach. “HAHAHAHA, kijk, daar rijdt ze nog steeds hoor! Op de rotonde! Geniaal!!” Op het moment dat ze de bocht weer om zou moeten komen, blijft de rotonde leeg. “O, het was gewoon een willekeurige zwarte auto.”

Even later meeten we maar op een makkelijke afspreekplek 😉

Laura en ik spelen een potje 60 seconds, waarbij het doel van het spel is om zo veel mogelijk vragen goed te beantwoorden binnen één minuut. Heb je een vraag goed, dan mag je een stapje naar voren op het bord. Heb je een vraag fout, dan moet je naar achteren. Heb je werkelijk geen idee, dan mag je blijven staan.

Bij het beantwoorden van de vragen ben je lichtelijk afhankelijk van de voorlezer. Geregeld schreeuwen we dan ook over en weer: “praat eens duidelijker! Ar-ti-cu-le-ren! Niet zo snel! Sneller!”

Ik ga goed, ik sta 8 vakjes voor op Laura en ik ben weer aan de beurt. “Hoeveel is twee maal twee maal vier?” vraagt Laura. “Zestien!” Ik ga een vakje naar voren. “Hoofdstad van Groningen?” Weer mag ik een vakje naar voren. “Wat is het beroep van Toetanchamon?” In de flow die ik nu te pakken heb, wil ik mijn antwoorden zo snel mogelijk roepen, zodat ik zo veel mogelijk vakjes naar voren mag. “MUMMIE!” Krijs ik dan ook om snel weer door te kunnen naar de volgende vraag. Helaas was Laura na mijn toch niet zo correcte antwoord niet in staat om meer vragen voor te lezen ;-).

In de stad is het feest, het is koningsnacht! Waar op de meeste plekken vooral spulletjes en troepjes met Koningsdag worden verkocht, gebeurt dat hier juist de avond ervoor. Samen met Laura en mijn vriend loop ik door de winkelstraat. Na het zien van al die leuke spullen bij de kraampjes besluiten we om geld te gaat pinnen. Terwijl we bij de pinautomaat staan, kletsen we ondertussen over de “schatten” waar we naar op zoek gaan.

In mijn telefoonhoesje bewaar ik zowel mijn pasjes als mijn cash. Nadat ik mijn pincode heb ingetoetst en heb aangeklikt hoeveel geld ik wil opnemen, maak ik mijn hoesje alvast open om het geld er zo in te kunnen stoppen. In één oogopslag zie ik dat er iets niet klopt. Ik krijg bijna een hartverzakking. “Huh! Waar is mijn pinpas?” Net wanneer ik die laatste vraag heb uitgesproken, begint het apparaat super droog te loeien dat ik m’n pas er weer uit kan halen. “Oh ja duh, daar was hij.” Het mag duidelijk zijn dat ik tegenwoordig niet zo vaak meer pin, haha. 

(2015) Wanneer mijn vriend de brievenbus opent en de post pakt, hoor ik hem heel hard lachen. “Moet je kijken! Deze brief is geadresseerd aan Tholmas. Zo heet ik toch niet!” Ik kijk naar de brief en begin ook te lachen: ondanks dat het maar één letter scheelt, ziet het er ontzettend suf uit. Mijn vriend ratelt nog wat door. “Hoe moeilijk kan het zijn om een naam goed te schrijven? Wie heet er nou Thólmas?”

Boven maken we de brief open en zien we dat er een pasje in zit. Ik begin weer keihard te lachen: ook hier staat Tholmas op. “Volgend jaar krijg je weer een nieuwe.” …. “Misschien moet ik mijn naam bij de gemeente maar even aanpassen, dan kan ik dit pasje legaal gebruiken.” Toch ben ik wel nieuwsgierig hoe het nou komt dat zijn naam verkeerd geschreven staat. “Log eens in op je account.” Mijn vriend pakt zijn laptop erbij, typt zijn e-mail adres in en logt in op de website. “Welkom, Tholmas.” Mijn vriend staart naar het scherm en klikt op ‘jouw inloggegevens.’

Ik begin wederom weer keihard te lachen en herhaal de uitspraak van mijn vriend: “hoe moeilijk kan het zijn om een naam goed te schrijven?!” Kennelijk had vriendlief er zelf toch wat moeite mee, haha. Hóe dan.