“Het is weer tijd voor uw periodieke controle!” 

Aan het einde van de zomer kreeg ik deze mail van de tandarts. Ik maakte een afspraak voor 30 november: afgelopen vrijdag.

Op vrijdags moet ik om 09:00 op stal zijn, dus ik heb mijn afspraak zo vroeg mogelijk gepland: om 08:00. Mocht het dan op de één of andere manier uitlopen, ben ik in ieder geval niet te laat bij de paarden. Vanaf de tandarts is het nog zo’n 10 minuten met de auto naar de paarden, dus dat moet ik toch redden!

Om 08:05 sta ik weer buiten. Hm. Dit is wel erg aan de vroege kant. Zal ik nog even naar huis? Beter van niet, dat is 10 minuten de andere kant op en dan ben ik best wel omslachtig bezig. Ik heb mijn paardrijkleding toch al aan, thuis heb ik nu eigenlijk niet zo veel te zoeken.

Ik besluit om naar de Albert Heijn te gaan: ik zou nog trakteren voor mijn verjaardag! Heel langzaam loop ik door de schappen en op mijn gemakje kies ik de lekkerste koekjes uit. Om 08:20 zit ik weer in de auto. Ik denk erover om alvast mijn rijschoenen en chaps (een soort beenwarmers) aan te doen, maar ik besluit dat ik dit straks bij de paarden gewoon wel zal doen. Oh, ik kan wel even gaan tanken! Ik bedenk welke benzinepomp er het goedkoopst is (10 minuten rijden) en ik hoop vurig dat er nog een auto voor me staat, zodat ik lekker even tijd kan rekken. Helaas 😉 Nouja. Om 08:35 rijd ik met een volle tank verder. Ik ben nu bijna bij de paarden, zal ik er vast heen gaan?

Weet je wat? Ik rij nog even gezellig langs mijn moeder. 

Uiteindelijk is het daar zo gezellig, dat ik om 09:05 uiteindelijk bij de paarden aankom. Hahaha, toch nog te laat. Nou ja. Snel m’n spullen pakken en dan naar stal. Terwijl ik de achterklep omhoog zet, zie ik dat mijn kofferbak wel verdacht leeg is.

OMG. Ik ben gewoon mijn rijschoenen en chaps vergeten. Had ik het toch maar bij de Albert Heijn alvast even bekeken! Pfff, ZO onhandig, die heb ik wel echt nodig tijdens het rijden…

Terug rijden heeft ook geen zin, dan kan ik m’n paard helemaal niet meer poetsen. Grrrr. Gelukkig hebben ze op stal genoeg reservemateriaal en ik vind dan ook een paar spullen die er redelijk mee doorkunnen (hallo cowboylaarzen).

Onze les begint altijd om 10:00, dus om 09:50 maak ik aanstalten om het hoofdstel bij mijn paard in te doen. “Het hoeft nog niet hoor, we beginnen vandaag om 10:15!” OMG. Had ik gewoon wel even nog langs huis kunnen gaan!

Zo zie je maar weer… denk je efficiënt met je tijd om te gaan… Voor de volgende keer check ik alles even dubbel! Gelukkig kon ik er (zonder gaatjes!!) wel om lachen 😉

“Schat, heb jij de hütekase gezien? Ik had nog een half bakje, maar ik zie alleen die volle in de koelkast staan.” Voor de zekerheid check ik de prullenbak, maar daar ligt hij ook niet. Mijn vriend: “nee, geen idee. Hoewel.. ik heb hem vandaag wel ergens zien staan! Even goed denken hoor.” Vervolgens kijken we allebei in slowmotion naar het kruidenrekje (zie foto) en schieten we keihard in de lach. Oeeeps!

De oplettende volger heeft mijn aankondiging via Twitter zondag misschien al gezien:

“O neeeeee, wat dom!!!!” *Belt zus op om dit nieuws te vertellen* #wordtvervolgd #blogvandinsdag #keihardbalen #stiekemwelgrappig (Laura)

In de hashtag zie ik staan dat ik het stiekem wel grappig vond. Op zich vind ik dat nog steeds wel, maar het blijft toch ietwat pijnlijk om over te schrijven… 😉

(…)

Afgelopen week hebben wij een slimme meter laten installeren in onze meterkast. Met een slimme meter kun je de gas- en elektriciteitsstanden op een afstand laten uitlezen, heel handig! Binnen een aantal jaar krijgt iedereen volgens mij zo’n ding, maar dat terzijde.

In onze meterkast hebben wij allemaal schoenenplanken, deze moeten er voor de installatie uit. Mijn vriend heeft dit van tevoren keurig gedaan en heeft de schoenen zolang in de gang opgestapeld (hallo enorme berg schoenen).

Een paar dagen later is de berg nog altijd reusachtig en ik besluit om mijn schoenencollectie eens te gaan sorteren. Om mezelf te motiveren, leg ik er een vuilniszak bij. Met mezelf spreek ik af dat ik de schoenen die ik al lang niet meer heb gedragen, in deze vuilniszak moet doen en deze naar de textielcontainer moet brengen.

Het eerste paar dat in de zak verdwijnt doet een beetje pijn, maar eerlijk is eerlijk: ik draag ze nooit meer en ik kan er misschien iemand anders nog gelukkig mee maken. Op een gegeven moment heb ik de smaak te pakken en de zak wordt voller en voller. Ik geef mezelf een schouderklopje: goed bezig!

Dan kom ik bij mijn zwarte laarsjes. Ik heb twee paar en één paar draag ik niet meer, omdat de hak eruit is. Ik kan er in feite nog wel op lopen, maar met een holle hak loopt het toch niet zo comfortabel. Hup, weg ermee!

Na zo’n zes paar schoenen is de zak vol en ik ga er direct mee naar de textielcontainer. Opgeruimd staat netjes! Meteen gooi ik ook ons glaswerk, oud papier en plastic weg. Lekker burgerlijk bezig, top!

Die avond ga ik met mijn vrienden naar een feestje en ik verheug me al om mijn opgeruimde schoenencollectie weer te zien en een paar schoenen uit te kiezen. Ik besluit om voor mijn zwarte laarsjes te gaan: de rest van mijn outfit is vrij druk, dus het is wel mooi om donkere schoenen te dragen.

Ik trek het ene laarsje aan en pak vervolgens mijn andere. Terwijl ik hem aantrek, begint me iets te dagen. Hoezo heeft deze een rits…? Mijn laarsjes hebben toch ge… O. O mijn God. O nee. Nee. NEEEEEEE. “NEEEEEEEEE!” roep ik nu ook hardop. Mijn vriend kijkt me vragend aan. “Wat is er??” Ik staar verdoofd voor me uit. “Weet je nog dat ik vanmiddag mijn schoenencollectie heb opgeruimd?” Mijn vriend begint te lachen: “wat heb je nu weer gedaan? HAHA!” Sip kijk ik naar mijn schoenen. “Ik heb per ongeluk van allebei de paren 1 zwart laarsje weggegooid.”

Ik moet er nu weer keihard om lachen, hahahahahahah. Enerzijds baal ik wel: met mijn maat 42 is het soms best wel lastig om mooie, subtiele kleinogende schoenen te vinden (vaak sta ik met het formaat ‘kano’ in mijn hand), maar aan de andere kant vind ik het ook wel weer geniaal. Hoezo heb ik in godesnaam niet goed gekeken welke laarsjes er bij elkaar hoorden?

In ieder geval heb ik nu weer een mooi excuus om nieuwe schoenen te kopen, hihi.

 

Bij een verbouwing hoort puin. Heel veel puin! Omdat de elektra aangepast gaat worden, moeten op alle verdiepingen de gipsplaten eruit. We maken dan ook dankbaar gebruik van de bak die we tijdelijk voor ons nieuwe huis hebben gezet.

De vorige bewoners hadden een vrij aparte smaak. Veel antiek, heel veel hout en bijzondere kleuren bij elkaar. Op bijna elk hoekje van het huis hadden ze bijzondere details toegevoegd. Zo ook een gipsen beeldje met een houtlook die op de trapleuning zat bevestigd. Met de nadruk op zat, haha. 

Omdat er zó veel rotzooi is, hebben we bak één op laten halen en laten vervangen door een nieuwe bak. Vanavond hebben we gepland om de tweede bak te vullen. Na heel wat heen en weer gelopen te hebben – hallo stappenteller! –zie ik het gipsen hoofd in de tuin tussen de spullen liggen. Ik pak hem op, loop naar de bak en zie dat Laura achter de bak bezig is met sjouwen. “Joehoe!” roep ik enthousiast naar Laura, het hoofd voor mij houdend. Een verbaasde vrouw kijkt terug. Haa, oeps, dat was niet Laura. “Eh hoi! Deze gaat weg, interesse?” zeg ik vlug, alsof het helemaal bij mijn scène hoort. Ze moet lachen en bedankt voor de eer ;-).

Soms is het belangrijk om jezelf een beetje te verwennen. Dat kan wat mij betreft op allerlei manieren: een reep chocola, lekker een avondje niksen, of… een lekker stukje kaas kopen bij de kaasboer. Hoe burgerlijk wil je het hebben, hihi. In het dorp waar mijn ouders wonen zit een lekkere kaasboer. Ik ben toevallig bij hen op visite, dus ik besluit om er even heen te fietsen. Het is tegen zessen, maar aan het bordje voor de deur kan ik zien dat hij nog open is. Top!

Het is een wat aparte deur die ik niet één twee drie open krijg. Ik schuif en trek aan de deur, maar hij geeft niet mee. Onhandig kijk ik om me heen, maar er is niemand die mijn geklungel kan zien. Ik probeer nog eens de deur open te schuiven, maar weer lukt het niet. Ik tuur naar binnen om te zien of de winkel echt wel open is. In de hoek van de winkel zie ik een medewerker staan. Goed, toch open dus. Na nog een poging realiseer ik me dat de deur helemaal geen schuifdeur hoeft te zijn. Hoezo ga ik er per definitie vanuit dat het een schuifdeur is? Hoe vaak heeft een winkel een schuifdeur? Nonchalant duw ik de deur open. “Gaat lekker he!” hoor ik de medewerker zeggen. “Ja haha, maar het is gelukt hoor.” Ik kijk de man aan en zie dat hij een wenkbrauw naar me optrekt. Hij is aan het telefoneren en zijn opmerking was overduidelijk niet voor mij bedoeld. Ik voel me een beetje knullig. Ik wacht tot hij de telefoon neerlegt, bestel een geitenkaasje en ga snel weer naar buiten. Gelukkig gaf ‘ie nu wel mee, haha.