Het is dinsdagochtend 08:00 en de wekker gaat. We zijn deze week op Texel en vandaag komen er twee vriendinnen langs die een nachtje blijven slapen! Om half 9 staat de eerste voor de deur en om 10 uur halen we nummer twee van de boot. Gezellig! We kletsen wat bij en besluiten om daarna naar het juttersmuseum te gaan. In die negen jaar dat we nu op Texel komen, zijn we hier nog nooit geweest. En dat terwijl het het grootste juttersmuseum van de wereld schijnt te zijn!

Na het museum (inderdaad best groot, een aanrader als je op Texel bent!) fietsen we door naar het centrum van De Koog, waar we bij een bakker lekker even wat lunchen.

’s Avonds gaat mijn vriend weer naar huis en met de meiden gaan we naar het strand. We hebben het over van alles en nog wat. Zo gaat het gesprek die avond ook over oogafwijkingen. Één van de vriendinnen vertelt dat ze een oogafwijking van -9 heeft, kenonne! “Als je mijn bril ’s ochtends verstopt, dan maak je mij dus echt niet blij! Wanneer ik hem niet op mijn nachtkastje kan vinden, ben ik gewoon echt blind.” Dorinde antwoord lachend dat ze dat wel eens wil meemaken.

Bekijk bericht

 

Disclaimer: bericht kan wat schreeuwerig zijn. Beschrijving van uiterst realistische situatie. 

“Neeee!! O Neeeee. Shit! O mijn god!” Mijn hart klopt in mijn keel en ik ben me echt dóód geschrokken!

(30 minuten eerder)

Bekijk bericht

Tomaten vind ik heerlijk. Door de salade, door de pasta, door de couscous, in de soep, in een hartige taart of in een ovenschotel. Ik kan eigenlijk geen enkele bereiding van tomaten bedenken die niét lekker is. Ik neem ze ook wel eens in een zakje mee, lekker voor onderweg!

Precies die gedachte had ik twee weken geleden toen ik een paar cherrytomaten in een zakje in mijn rugzak stopte. Die eet ik later vandaag wel op.

Anderhalve week later kwam ik terug van mijn eerste vakantie: een weekje Texel. Bij het tillen van mijn rugzak vond ik wel dat er iets een klein beetje zurig rook, maar we hadden die dag ervoor rode wijnazijn gekocht en deze zat in een tasje in mijn rugzak. Niets aan de hand dus.

Bekijk bericht

Het is donderdagochtend en ik ben aan het werk. Op het kantoor hebben we airconditioning, maar vandaag is het buitengewoon warm. Mijn collega staat voor de airco en ze geeft aan dat ze er niks van begrijpt. “Hij staat op 21 graden, dat is normaal.” Ze loopt van de airco weg en samen kijken we naar het (systeem)plafond, waar een plaat ontbreekt. “Was dit al zo? Of heeft er iemand gisteravond aan de airco gezeten?” We halen onze schouders op en zetten alle deuren tegen elkaar open om nog wat tocht te creëren.

Ondanks dat er in de ruimte een apparaat staat dat nogal veel warmte afgeeft, is het best een tijdje vol te houden zo. Toch is de hitte op een gegeven moment niet meer te harden en ik haal er een collega bij. “Zou jij zo even naar de airco bij ons willen kijken? Hij staat gewoon op 21, wat normaalgesproken al aan de frisse kant is. Er ontbreekt ook een plaat uit het plafond, we weten niet of dit nou al zo was.” De collega belooft dat hij er zo aankomt. Ondertussen is het voor mij tijd om te pauzeren en ik loop even naar boven voor een kopje thee.

Na een kwartier kom ik weer terug en zie ik dat de collega net van een ladder afstapt. Hij heeft even in het plafond gekeken, maar daar is niks geks te zien. Hij loopt naar de airco en schiet direct in de lach. “Dames, misschien is het een idee om de airco AAN te zetten?” Goh. Probeer dan eens intelligent te kijken 😉

Het is 02:00 en het is stil op het terrein. Hoezo is het stil op het terrein? Het is kamp en de leerlingen zijn allemaal rond de 15 jaar.  Tevreden besluit ik dan ook maar om richting mijn bed te gaan. Zachtjes sluip ik langs de tenten, waar ik de leerlingen zwaar hoor ademen. Wat een chill begin zeg!

Even later gooi ik een muntje van 50 cent in het kastje van mijn douche. Zorgvuldig heb ik al mijn kleren in het uiterste hoekje op het bankje geduwd, maar direct zie ik dat dit geen enkel verschil maakt. Een méga straal komt uit de douche, zo eentje waarbij je het door de miezerige spetters direct ijskoud hebt. Ik hups op mijn tenen, wachtend tot het water warm wordt. Op mijn slippers staat inmiddels een laagje water. Ah well, kamperen heet dat.

Na mijn mini-shampoo boven mijn hoofd te hebben leeggeknepen, ontspan ik door het warme water. Ik heb zin in deze week! Rond 02:20 stap ik de caravan binnen en binnen vijf minuten slaap ik. Truste!

(…)

Bekijk bericht