Bij mijn werk maak ik veel gebruik van papier: toetsen, oefentoetsen, werkbladen etc. Aan het eind van de dag belanden die papieren vaak in mijn tas of in mijn kluisje. En eens in de zoveel tijd is het moment daar om de papieren uit te zoeken.

“Zo, ik leg hier even wat neer hoor!” Net als twee collega’s kijk ook ik verwonderd naar de stapel papier die maar blijft groeien. Wow, hoe veel kan een mens verzamelen in een week tijd… Erg modern is het niet, dus ik spreek met mezelf af dat ik voortaan meer moet digitaliseren. Een groot deel van de stapel bestaat uit toetsbladen die de leerlingen niet mee naar huis mogen nemen, maar die we ook niet meer gaan gebruiken. Ze mogen niet in de handen van leerlingen terecht komen, omdat sommigen de toets wellicht nog moeten inhalen. Zo ontstaat er dus troep in mijn klus, ik kan er gewoonweg niets aan doen.

Eén van de collega’s geeft aan dat we op school een papierversnipperaar hebben. Top! Probleem opgelost: mijn kluisje niet meer zo vol én de toetsen kunnen niet in verkeerde handen terecht komen. Ik loop naar het apparaat met mijn enorme stapel en zet hem aan. Het ding begint enthousiast te piepen. Ik stop er een A4’tje in die direct in de maag van het apparaat verdwijnt. Nog eentje. En nog eentje. En dan verlies ik mijn zelfbeheersing. Ik zie nog in slowmotion voor me hoe ik minstens 20 A4’tjes tegelijk pak en deze in de mond van de machine prop. De machine sputtert wat en spuugt een fontein aan snippertjes in het rond. Shit.

Ik heb nog nooit zo lang gedaan over het opruimen van mijn kluisje. Ook doe ik een schietgebedje dat er geen camera hangt bij de ruimte waar de versnipperaar staat. Het moet er vast heel komisch uitgezien hebben hoe ik op de grond alle snippers probeerde te verzamelen. Meer digitaliseren. Meer digitaliseren.

Sinds september wonen we 1 jaar in ons huis. Ondanks dat we het lekker naar onze eigen smaak hebben opgeknapt, zitten er nog wel wat oude “komt wel”-mankementjes aan het huis.

Zo sloop ik een paar nachten geleden met snikhete handen naar boven, waar Daan al lag te slapen. “Slaap je al?!” Fluister ik keihard. Daan bromt en draait zich naar me toe. “Beetje, wat is er? – mijn achterdeursleutel is in het slot afgebroken, oeps!!”

De scène daarvoor heb ik inderdaad keihard met de sleutel in het slot staan sjorren. Vooral in de winter klemt de deur ontzettend, waardoor de sleutel lang niet altijd meewerkt. Het was dus een kwestie van tijd voordat dit zou gebeuren. “Kan gebeuren!” Zegt Daan lief.

Dat ik nu weet dat ik de achterdeur niet openkrijg is op zich prima. Dat James dit niet weet, maakt het wel wat ingewikkeld. Over het algemeen laten wij onze katjes aan de voorkant eruit. Darcy is dan zo slim om ook aan de voorkant weer naar binnen te gaan, daar zitten we immers vaak en dan kunnen we dus snel opendoen.

James vind het daarentegen heerlijk om achterom te lopen en dan vervolgens tien minuten blèrend voor de achterdeur te staan. Normaalgesproken zwicht ik dan na een tijdje, maar nu sta ik toch echt alweer een tijdje druk voor de deur te gebaren dat ik geen sleutel heb om de deur open te maken. Net nu ik haast heb natuurlijk. “Kun je niet even door het keukenraam springen?”

Vervolgens probeer ik hem met brokjes door het keukenraam te lokken, maar hij staart me hulpeloos aan. “Oké, ik loop nu wel even achterom om je te halen. Blijf je daar? Dan gaan we samen naar de voordeur.”

Wijze les uit dit verhaal: direct de sleutel weer laten maken. Een krijsende kat in je armen is toch wel een erg dramatisch schouwspel voor de buren 😉

Met de kerst hebben we op mijn werk een herbruikbare bamboe mok gekregen. Ideaal voor de vele kopjes thee die ik op een dag drink! De buitenkant van de mok heeft een rubbertje waar je hem goed aan vast kunt houden als de thee nog heet is. Ook zit er een rubber dekseltje bij. De binnenkant van de mok is gewoon wit. Althans, dat was zo toen ik hem uit de verpakking haalde.

Op een ochtend sta ik te wachten voor de cooker op mijn werk. Een collega is me voor en maakt nog even snel zijn eigen mok schoon. Als ik aan de beurt ben, haal ik het dekseltje van mijn mok eraf en houd hem onder de cooker. Mijn collega ziet de staat van mijn mok. “Baas boven baas! Ik dacht dat die van mij er erg aan toe was ;-)” Ik haal mijn schouders op en doe net alsof het me niets doet – als ik die mok schoonmaak, zit de thee aanslag er de volgende dag toch weer op.

Toch probeer ik nu bij elke pauze mijn mok zo te verbergen dat niemand hem ziet. Het ziet er inderdaad wel heel smerig uit, haha. Nou ja, mochten de theezakjes ooit op zijn, dan heb ik tenminste nog steeds een theesmaak als ik er alleen maar heet water in doe. Dan bezuinig ik op zowel de kartonnen bekertjes als de theezakjes! Ha. Als dat geen groene gedachte is!

Vandaag worden Dirk en Rover gecastreerd. Uit mijn hoofd denk ik te weten dat ik ze tussen 08.30 en 09.00 naar de dierenarts moet brengen, maar ik weet het niet helemaal zeker. Ik besluit daarom om voor de zekerheid nog even op de website te kijken.  

“Kittens kunnen voor de castratie tussen 08.30 en 09.00 gebracht worden” HA, goed onthouden dus “en moeten nuchter zijn. Dit houdt in dat zij vanaf 18.00 niet meer mogen eten. Water drinken mag nog wel.” Ik krijg het een beetje warm. Precies op het moment dat ik deze zin lees, hoor ik achter mij de katten enthousiast kauwen op hun brokjes.

Een beetje beschaamd bel ik het nummer van de dierenarts. “Dit is het antwoordapparaat van de dierenkliniek. Wij zijn vanaf 08.30 geopend. Voor spoed kunt u bellen naar…” Goh. Ik wacht tot 08.31 en bel dan toch maar op. “Hallo, ja ehh, ik zou eigenlijk nu bij jullie moeten zijn met onze nuchtere katten, maar er is helaas iets misgegaan in de planning met het eten.” De assistent lacht een beetje geforceerd – kan ik begrijpen – en maakt een nieuwe afspraak voor volgende week. Ze kan het niet laten om het gesprek af te sluiten met: “En dan geldt hetzelfde hè! Ze moeten nuchter zijn.” Goed, die was verdiend ;-).

Wanneer we even later bij het restaurant aangekomen zijn, kijken we elkaar even aan. “Haha, gaan we hier echt naar binnen?”

We besluiten van wel. We hebben het restaurant net gevonden, nu gaan we naar binnen ook! We bellen aan (haha ja) en er komt direct een vriendelijk Japans meisje naar de deur gelopen. “Hello, two persons? Follow me!” Enthousiast lopen we achter haar aan en ze gaat ons voor op een trap naar beneden. Al gauw zie ik een spektakel dat ik nog nooit eerder heb gezien. Het is bomvol beneden in het kleine zaaltje. In totaal zijn er 5 tafelbladen die op zo’n 30 centimeter boven de vloer uitkomen. Het lijkt net of de mensen alleen maar rompen hebben, omdat ze met hun benen in een gat onder de tafel zitten. Wat grappig!

De serveerster loodst ons naar een tafel achterin de ruimte waar al een paar mensen zitten te eten. Het is de bedoeling dat we er direct naast gaan zitten, zodat er zo efficiënt mogelijk met de ruimte om kan worden gegaan. Om bij mijn plek te komen, moet een vrouw eerst uit haar ‘gat’ om ruimte te maken. Gelukkig lacht ze vriendelijk naar me en staat ze al op om ruimte te maken. Oké, van die prosecco’s moet ik best een beetje naar de wc, maar ik stel dat wel nog even uit. 

De serveerster legt ons uit hoe hun concept werkt en we kiezen verschillende sushi’s uit om samen te delen. Heerlijk, I love sushi. Éen tip geef ik je wel mee: bestel nooit groene ijsthee in een Japans restaurant als ze vervolgens vragen: “with or without sugar?” Ik: “no sugar please!” Vervolgens krijg ik een stroperig groen drankje in mijn handen gedrukt. Het smaakt naar matcha (je houdt ervan of niet) en ik trek een gezicht: bah, niet mijn ding. Daan nipt van zijn biertje en biedt me af en toe meelijwekkend een slokje aan. Gelukkig heb ik heerlijke sushi’s om de smaak wat te blussen.

Na een kwartier gaan de mensen naast ons weg en ik grijp mijn kans om naar de wc te gaan. Onderweg lach ik nogmaals om het schouwspel, het heeft toch echt wel wat om zo met z’n allen op een kluitje te eten!

Na anderhalf uur zijn we klaar en even later staan we weer op de straten van Soho. Het is er ondertussen gezellig druk door het uitgaanspubliek en mensen zoeken restaurantjes om te eten. Wanneer we langs een Aziatisch restaurant lopen, blijf ik nieuwsgierig staan. Wéér zo’n apart schouwspel: de ramen zijn volledig beslagen en er valt echt niet naar binnen te kijken. Buiten in de rij staan zo’n 20 mensen te verkleumen en ze hebben allemaal een menukaart in hun handen. Wow, dat eten moet wel erg lekker zijn!

We gaan terug met een rode dubbeldekkerbus (ze zijn tegenwoordig wel elektrisch, hahahaha) en komen na een vermoeiende maar topdag weer terug in het hotel. Onze buurvrouw heeft nog steeds lol, maar ze houdt zich op een burgerlijk tijdstip koest. Top. Welterusten!

Zondag

Op zondagochtend worden we uitgerust wakker. Op naar een nieuwe dag! We pakken onze spullen, checken uit en laten onze bagage bij het hotel achter. Onderweg ontbijten we weer lekker (mmm, die Chai Latte kan ik elke dag wel drinken!) en vervolgen we onze weg naar het British museum.

Dit museum is gratis en is echt een tip! Nadat we onze tassen hebben laten controleren, komen we binnen in de enorme hal. We lopen naar de bordjes om een paar afdelingen uit te kiezen. We willen graag naar de mummies en besluiten daar als eerst heen te gaan. Zo’n beetje alles wat met geschiedenis te maken heeft, vind je wel terug in dit museum. Heel indrukwekkend!

Na het museumbezoek gaan we onderweg naar Camden Town, één van mijn favoriete plekken in Londen. Het is een streetfood market en je kunt hier heeeeerlijk eten. Vanaf het museum is het een wandeling van een half uur, geen straf met dit heerlijke weer! Camden Town Market ligt een beetje verscholen in een wat alternatievere wijk, waar je bijvoorbeeld veel tattooshops en ‘Vans’-winkels ziet. De markt ligt aan een schattig haventje en er liggen ook wat bootjes. Daan en ik kijken onze ogen uit en mijn maag knort enthousiast. We besluiten uiteindelijk om bij een Colombiaans eettentje wat te halen. We bestellen allebei onze maaltijd, waarin we van alles wat krijgen: knoflookrijst, boontjes, heerlijke aardappelen, guacamole, pompoenpitten, sla… (zie foto!) “Do you want red chili? – Yes please!” O mijn god, ik heb mijn mascara van mijn wimpers gehuild. Zooo pittig. En ik kan best wel wat hebben! Hier heb ik maar geen selfie van gemaakt, haha.

“Kom, ik weet wel een toetje!” We delen samen een roze donut met sprinkles, zooo lekker. Yes.

We besluiten om hierna terug te gaan naar het hotel om daar in de lounge nog wat te drinken. Vervolgens stappen we in de taxi naar Kings Cross om weer terug te gaan naar Nederland. Nog even langs Perron 9 3/4 en dan is onze mini-vakantie weer voorbij.

Een geslaagd, gezellig weekendje weg!!