Pling! He bah, straks even tanken. Even later rijd ik de oprit van het tankstation op en gooi mijn auto vol met benzine. “Pomp 4, alstublieft” zeg ik beleefd. De man knikt en kijkt me aan met een – ja duh, er staat maar één auto dus ik weet heus wel welke pomp je hebt, maar ik blijf beleefd – gezicht. De meneer noemt het bedrag en ik geef aan dat ik wil pinnen. Op het pinautomaat hangt een briefje: contactloos pinnen ————–>. In die seconde dat ik mijn pinpas naar het automaat zwaai, heb ik geen ‘tijd’ meer om mijn beweging te corrigeren. Ik plak mijn pinpas bovenop het automaat en.. er gebeurt niets. “Bijna.” Zegt de man droogjes. “Oh ja, ik zag al een pijltje staan.” Hij glimlacht vriendelijk naar me, maar zijn ogen kijken me aan of ik achterlijk ben. “Staat er niet voor niks he, dat pijltje. Aan de zijkant moet je hem houden.”  Ik probeer het luchtig te houden en ‘giechel’ dat ik vast niet de enige ben. De man giechelt niet terug. “U bent de eerste.” Ik voel dat het tijd is om weer te gaan. “Tot ziens!” roep ik vrolijk, wetende dat de kans vrij klein is, haha ;-).

 

Het is heel wat jaren geleden dat ik samen met Laura, mijn ouders en kennissen van mijn ouders op een kermis in de buurt van ons dorp ben geweest.

(…..)

Laura en ik hebben zojuist touwtje getrokken en mogen allebei een prijsje uitzoeken. Ik vind het altijd lastig om te kiezen: zo veel leuke dingen om te ‘winnen!’ Mijn vader besluit om een handje te helpen. Thuis hebben we op de koelkast een magnetisch dartbordje, waarbij ik regelmatig pijltjes gooi. En dan vind ik het heel leuk om alle punten steeds bij elkaar op te tellen. Toch is zo’n magnetisch bordje niet alles: de pijltjes vallen regelmatig van hun positie af. Enthousiast roept mijn vader dan ook: “kijk Dorinde, daar hangt een dartbord! Daar kunnen we verder mee oefenen.” Ik twijfel en kijk nog eens naar alle prijsjes. “Nee.” Zeg ik beslist. “Ik wil handboeien.”

Achteraf voelde ik me een beetje schuldig: zo veel leuker om samen met mijn vader te oefenen met darten en rekenen dan het steeds maar opnieuw gevangen nemen van handen. Later is het gelukkig toch nog goed gekomen: geen politieagent, maar een wiskunde docent ;-).

Vandaag heb ik met vrienden afgesproken in Eindhoven om weer eens bij te kletsen. We kennen elkaar van de opleiding in Maastricht en hebben op een plek ‘ergens halverwege’ afgesproken. Het is fantastisch weer en daarom gaan we heerlijk op een terrasje buiten zitten. De tafel waar we met zijn allen kunnen zitten staat nog in de schaduw, maar we zien dat de zon bijna achter de gebouwen tevoorschijn komt. Top!

Terwijl ik aan het vertellen ben hoe het met me gaat, schuif ik mijn stoel naar achteren. Op straat lopen mensen langs die me lachend aan kijken. Nog net op tijd zie ik dat ik absoluut niet kan gaan zitten: er is zojuist een stoelpoot verdwenen in de put die in de stoep van de straat zit. HAHA.

Mocht je ‘geschrokken’ zijn van de titel, die geldt hier dus alleen letterlijk en niet figuurlijk! 😉

Het is ochtend en Laura en ik zitten aan de ontbijttafel met mama en papa. Ik ben blij, want ik eet een broodje hagelslag. En in het pak hagelslag zitten allemaal funnie’s, joepie! Op mijn broodje ligt dus een enorme berg hagelslag, want ik moest en zou een funnie op mijn broodje krijgen. Zorgvuldig snijd ik steeds een stukje van mijn boterham, de funnie laat ik nog intact. Dan gaat de deurbel. Een kennis van papa en mama staat voor de deur. “Zo, zit jij lekker aan de hagelsag?” Vraagt hij vriendelijk aan me. Ik knik enthousiast. “Wat is dat?” Hij wijst naar de funnie. “Dat is een funnie!” Hij wordt nieuwsgierig. “Zijn ze lekker?” Ik knik nogmaals enthousiast. En dan gebeurt het. Hij pakt de funnie op en stopt hem in zijn mond. “Zo, lekker zeg!” Ik begin heel hard te huilen. Dat had hij niet zien aankomen. De meneer kon ook niet weten dat het de laatste funnie in het pak was en dat hij zojuist mijn laatste voorraad had aangetast. Oei.

Een week later staat de meneer weer voor de deur. Drie keer raden wat hij als cadeautje heeft meegenomen…. 😉

N.B. Dit verhaal speelt zich ongeveer 20 jaar geleden af ;-).

Na onze ietwat onhandige actie van vorige week – de katten waren absoluut niet nuchter op het moment dat ze dat wel moesten zijn – hebben wij ons leven gebeterd. Met nuchtere, protesterende katten stap ik de auto in. Dirk en Rover zitten allebei in een eigen reismandje, omdat ik het na vijf minuten heb opgegeven om ze samen in een mandje te proppen. Dan maar iets minder gezellig voor ze.

Op de één of andere manier zit er bij het ene mandje geen hengsel aan de bovenkant, waardoor ik ze niet tegelijk bij de kliniek naar binnen kan tillen. Nadat ik Rover met mandje en al op een stoel in de wachtkamer heb gezet, leg ik uit dat ik de andere kat ook even ga halen. Nadat ik ook Dirk op een stoel heb gezet, loop ik naar de balie. “Goedemorgen!” De assistente loopt naar de katten toe om ze mee te nemen naar de ruimte achter. “Goh, waarom zit deze verkeerd om?” Ze wijst naar Dirk. Ik kijk naar Dirk en begrijp absoluut niet wat ze bedoelt. “Verkeerd om?” Ze knikt. “Ja, waarom zit hij anders om?” Ik kijk nog eens naar de jongens. Ze kijken allebei terug. Hoezo verkeerd, ze zitten toch allebei met hun hoofd naar voren? En wat maakt dat überhaupt uit? “Ja, het hengsel zit nu aan de onderkant. Hij ligt in de deksel.” Ik begin heel hard te lachen. “Oh oeps ehh, ja we vinden blauw mooier aan de bovenkant.” Ze lijkt mijn ‘grapje’ niet helemaal te begrijpen. Ook goed. Ik grinnik nog wat in mezelf.

Nadat de katten naar achteren zijn gebracht, graai ik in mijn jaszakken. Normaal gesproken vergeet ik de kattenpaspoorten (ja, echt) mee te nemen, maar nu heb ik er een keer wél aan gedacht! Ik haal ze uit mijn jaszak en leg twee vaccinatieboekjes op de  toonbank. De vaccinatieboekjes waarin staat welke prikken Thomas en ik hebben gekregen voor onze reis naar Indonesië. HAHA.

Na al dat geblunder door mij is de castratie gelukkig wél goed gegaan. Ook zijn ze nu gechipt, dus binnenkort mogen ze dan eindelijk naar buiten!