Vergeleken met ons vorige huisje hebben we nu zeeën van ruimte. Om onze woonkamer iets minder op een balzaal te laten lijken, besluiten we om naar een tuincentrum te gaan om een mooie grote plant uit te zoeken. Het is nog best een uitdaging om een plant te vinden die niet giftig is voor katten, maar uiteindelijk hebben we er één gevonden!

Na het betalen besluiten we op advies van de caissière dat we de plant goed zullen inpakken tegen de kou. Bij de inpaktafel vinden we een grote rol plastic. We gaan in de weer met het plastic en al gauw krijgen we vanaf de zijlijn – ongeveer 30 meter verderop – ongevraagd advies van een medewerkster. “Die plant moet je ff wegzetten hoor, zo gaat het natuurlijk niet lukken.” De vrouw hangt wat op haar stoel bij de balie en heeft blijkbaar besloten dat wij nu haar pakkie an worden. “Iets meer plastic moet je doen hoor! Nog meer! Nog meer! Ja zo.” Prima, dan maken we maar gebruik van haar diensten. Ik snijd het plastic af terwijl Thomas een poging doet om het plastic er omheen te doen. “Ja zo lukt dat niet hè lieve schat, je moet het plastic oprollen als een panty.” De vrouw roept nog steeds van haar honk en ik begin het steeds komischer te vinden. Uiteraard lukt het voor geen meter. In our defence: die plant is bijna 2 meter hoog! De vrouw kan het niet meer aan en komt vanachter haar toonbank vandaan. “Kijk lieverd, zo doe je dat.” Ik ben benieuwd hoe vaak ze deze scène al heeft gehad, haha.

Een paar minuten later krijgen we de plant zonder hulp de auto in. We kunnen het heus wel.

“Dor! Kom je er zo uit?” roept Thomas vanuit de keuken. Ik lig nog lekker in bed terwijl vriendlief het ontbijt klaarzet. Ideaal! Ik stap mijn bed uit en loop naar de badkamer. Wanneer ik klaar ben op de wc, sta ik op en druk ik op de doortrekknop. “Shit!” Niet letterlijk thank god, de doortrek heeft er namelijk geen zin in. Na nog wat pogingen geef ik het op en roep ik Thomas erbij. Na wat schroefwerk besluiten we dat we eerst gaan eten en dat we daarna kijken of we het op kunnen lossen. Op de ontbijttafel staan heel schattig een kopje koffie en een kopje thee klaar, maar ik durf er nog niet te veel van te drinken, haha. De wc beneden zit er namelijk nog niet in, waardoor we het echt van de plee boven moeten hebben. Na het ontbijt gaat Thomas weer boven kijken en maak ik me nuttig door Laura te appen om te vragen of ze thuis is – voor noodgevallen – en zoek ik de openingstijden van de bibliotheek op. Je moet wat. 

“Dor!!” roept Thomas na enige tijd. Ik herken enthousiasme in zijn stem. Opgelucht ga ik naar boven en aanschouw ik een zojuist doorgetrokken wc. Echt, sta even bewust bij het feit dat je wc het doet, je warm kunt douchen en dat je verwarming het doet. We had it all last year ;-).

 

Met oud en nieuw kopen Thomas en ik altijd een eindejaarslot. Twee halfjes dit jaar, kansen spreiden! Natuurlijk hebben we met ons huis en de katjes al de loterij gewonnen – klef 😉 – maar toch.

“Wil je een gokje wagen met deze oranje knop zodat je een nieuw lot kunt winnen?” Vraagt de verkoper aan Thomas. Thomas stroopt nog net niet zijn mouwen op en vraagt of hij al mag drukken. “Nou, lees eerst even de voorwaarden.” Thomas hoort het niet en vraagt opnieuw: “kannie?” Ik wijs Thomas lachend op het papiertje dat erbij ligt. “Je mag alleen drukken als je nu ook een januari lot koopt.” Tot zo ver Thomas zijn enthousiasme, haha.

(Nog in ons oude appartement)

Ik doe de deur open en ben positief verrast: géén katten die voor de deur staan te wachten en géén kattenspeeltjes die naar buiten vallen. Een scène die zich de afgelopen weken dagelijks heeft afgespeeld. Het is bijna verdacht. “Jongens! Zijn jullie er wel?” Wanneer ik bovenaan de trap ben zie ik twee slaperige gezichtjes. “Morning.” Net wanneer ik ze een complimentje wil geven over hun nette gedrag, zie ik ze liggen. Drie mandarijnen. Minstens tien meter verwijderd van de fruitschaal waar ze vanmorgen nog inlagen. Foei.

“Ik ga winnen hoor jongens!” roept Laura enthousiast. Ze is gezellig bij ons op visite en we zijn druk bezig met een spelletje Kolonisten van Catan. Terwijl ik de dobbelstenen pak en mijn eigen kaarten bestudeer, begint Thomas zijn kaarten terug in de doos te leggen. “Wat doe jij nou?” Thomas kijkt verbaasd naar de eveneens verbaasde Laura. “Je hebt gewonnen toch?!” Ah, verkeerd verstaan ;-). Nadat Thomas zijn kaarten weer terug heeft gepakt en we zijn uitgelachen, bouw ik nog gauw een stad. Je weet maar nooit.

Een kwartier later bouw ik triomfantelijk mijn laatste dorpje. ZO, tien punten, ha! Laura kijkt een beetje beteuterd. Ook Thomas heeft meer punten dan zij kunnen scoren.