“Mijn nieuwe koffiezetapparaat is echt heel chill!” app ik naar Laura. Een paar weken geleden heb ik een nieuwe aangeschaft en tijdens de laatste loodjes van mijn studie maak ik er dankbaar gebruik van. De koffie is nog niet zo lekker als in een café, maar al vele malen beter dan oploskoffie of mijn filterkoffie. Na tig keer proberen blijft het moeilijk om de goede verhoudingen filterkoffie te onthouden, haha. Na het appje naar Laura loop ik naar het apparaat om hem vast aan te zetten. Ik zoek een smaak uit, plaats de cup in het houdertje en zet hem aan. Nadat de koffie in mijn glas zit, open ik een klepje om de cup er weer uit te halen. Het klepje valt in mijn koffie en het spat alle kanten op. Goh. Tot zover mijn goede reclame, haha.

Door die titel krijg ik direct weer zin in kerst, maar daar moeten we nog heel even op wachten! De titel verschilt slechts één woord van het liedje van Andy Williams, maar geeft toch wel een hele andere betekenis. Het is weer tentamentijd.

Ik denk serieus dat ik vandaag één van de meest saaie dagen van mijn leven heb gehad. Morgen (voor jullie vandaag) staat er een tentamen over de geschiedenis van de wiskunde op me te wachten. Geschiedenis is niet écht mijn ding, dus ik ben ontzettend dankbaar dat het een open boek tentamen is :-). Ondanks dat ik dus niet alle getallen uit mijn hoofd hoef te leren, duizelen de jaartallen me alsnog.

Om toch even te ontspannen van al het geleer en gelees, besluit ik om boodschappen te gaan doen. Ik ga expres lopend, zodat mijn tochtje net iets langer duurt. Ik neem de omgeving heel goed in me op, zodat ik echt even niet bezig ben met de tentamenstof. Heerlijk, die vogelgeluidjes. Onderweg kom ik een ijssalon tegen waar een aantal mensen heel tevreden een ijsje aan het eten zijn. Ik glimlach, totdat ik het uithangbord van de ijssalon lees. Ambachtelijk schepijs sinds 1948. Tot zo ver mijn ontspanning. Direct spoken er weer allerlei jaartallen door mijn hoofd. Dat was vijf jaar na de dood van Hilbert! 40 jaar na de geboorte van Kurt Gödel! 43 jaar later konden de Chudnovsky broers met hun computer 1011196691 decimalen van pi benaderen! (Ok, die laatste misschien niet helemaal precies. Maar toch!).

Het is mijn laatste tentamen van de opleiding. Ik moet nog een paar dossiers inleveren en een eindgesprek voeren, maar daarna ben ik een bevoegde wiskunde docent! 🙂

Ik geloof dat ik bijna een serie kan gaan schrijven. De avonturen in de parkeergarage ;-).

Soms vind ik het zo aandoenlijk om te zien hoe bepaalde mensen autorijden. Zo rijd ik in een slakkengangetje achter een auto in de parkeergarage, op weg naar de uitgang. Het tempo zit er absoluut niet in, maar vooruit. Hij zal wel nooit in de parkeergarage staan. Wanneer we bijna bij de uitgang zijn, doet de man zijn knipperlicht aan om mij duidelijk te maken dat hij rechtsaf wil slaan – op zich de enige mogelijke route, hihi. Zie je wel, hij komt vast nooit bij een parkeergarage. Ontzettend langzaam rijdt hij op de slagboom af. Hij zoekt vast zijn kaartje. Hij stopt voor de slagboom, die vervolgens automatisch opengaat. Huh. Deze meneer heeft een vergunning voor de garage! Volgende keer zal ik mijn vooroordelen voor me houden. Wel ga ik de volgende keer dat ik hem in de garage tegenkom uitleggen dat hij zijn knipperlicht buiten juist wél moet gebruiken – dat was hij schijnbaar even vergeten. Safety first 🙂

“Doe mij maar een pizza quattro stagioni alstublieft.” Mijn vriend en ik zijn een weekendje in Apeldoorn en hebben besloten een hapje te gaan eten bij de pizzeria. Het is fantastisch weer en daarom absoluut geen straf om in de binnentuin van het restaurant te zitten.

Na twintig minuten arriveren onze pizza’s. Goedkeurend bekijk ik de mijne. “Grappig, niet elke pizzeria doet ansjovis op de quattro stagioni.” Mijn vriend kijkt me met een vies gezicht aan: hij houdt duidelijk niet van ansjovis. Toch kijk ik wat verbaasd terug. “Dat recept met die zalm en pasta is toch ook met ansjovis? Die vind je wel lekker toch?” Hij schudt woest zijn hoofd. “Nee joh, dat is geen ansjovis!” Ik haal mijn schouders op en begin aan mijn pizza.

Na een paar minuten vraag ik of mijn vriend een hapje wil. Ik heb een stukje voor hem afgesneden. “Hier zit geen vis op, daar kun je best een stukje van nemen!” Mijn vriend kijkt nu wat verward. “Vis? Daar heb ik geen problemen mee hoor, die had je er best op mogen laten zitten. Maar als iets géén vis is, dan is het wel ansjovis!” Om zijn verhaal kracht bij te zetten, wijst hij naar mijn artisjok. Ik proest het uit van het lachen. Artisjok en ansjovis, almost the same thing 😉

Ik ben onderweg naar huis en besluit om nog even langs de supermarkt te rijden. Ik haal mijn boodschappen, reken ze af en loop terug naar mijn auto. Wanneer ik bijna ingestapt ben, zie ik een klein meisje achter mijn auto spelen. Haar moeder, die haar eigen boodschappen aan het inladen is, kijkt me wat angstig aan. Ik maak haar duidelijk dat ze absoluut niet bang hoeft te zijn dat ik over haar meisje heen ga rijden en dat ik wel even wacht. “Bedankt!” roept ze naar me als haar dochter twintig seconden later bij busje van de vrouw staat. Ik zwaai naar haar en start mijn auto. Ik rijd een meter achteruit en trap dan weer op de rem, omdat de auto aan de andere kant van de vrouw achteruit is gereden. De vrouw was zo met haar dochter bezig, dat ze niet doorhad dat de achterklep van haar busje wat onhandig uitsteekt. De auto naast haar, ook een busje, is er zojuist tegenaan gereden. De schade blijkt gelukkig mee te vallen. Een rubberen dopje ligt op de grond, verder is er niets te zien. De vrouw kijkt me opnieuw verontschuldigend aan, maar ik ben allang blij dat slechts het rubberen dopje de dupe is geworden van deze situatie. Die twee minuten in ruil voor bloginspiratie vind ik een goede deal 😉 Enne, wijze les: kijk dus altijd uit je doppen 😉