Thuis ben ik verantwoordelijk voor het wegbrengen van het oud papier. Regelmatig wandel ik dan ook 250 meter naar de dichtstbijzijnde papierbak. Deze bak staat voor de kerk, waar ze momenteel een enorme steiger overheen aan het bouwen zijn. Over een maand kun je deze steiger beklimmen voor een prachtig uitzicht over de stad, omdat de kerk dit 500 jaar bestaat. Voor het bouwen van deze steigers moest de oud papier bak plaats maken. Waar normaal de opening van de bak aan de ‘kerkkant’ is, is de opening nu aan de ‘straatkant’. Wanneer een oud papier bak geleegd wordt, wordt hij omhoog getakeld. Onder de bak zit een groot vierkant plateau die er ook wordt uitgetild. Er ontstaat dan tijdelijk een groot vierkant gat in de vloer, totdat de bak er weer in wordt gezet.

Ook vandaag schreeuwt onze eigen papierbak om meer ruimte en besluit ik om naar de papierbak te lopen. Als docent (en ongetwijfeld ook bij andere beroepen) verzamel je in korte tijd vaak veel papier. Weg ermee! Ik prop mijn papier in de papierbak en als ik bijna klaar ben, valt mijn oog op het vierkante plateau onder de papierbak. Er zit een papiertje onder geklemd. Nieuwsgierig lees ik wat erop staat. Bereken de lengte van zijde AC. Dat is toevallig, over de Stelling van Pythagoras hebben wij het ook recent gehad in de les! Zouden er meer wiskundedocenten hun papier in deze container dumpen? Ik kan het niet laten en scheur het papier los. Ik kijk nog eens beter en…. goh. Het is mijn eigen papier die ik vorige maand hier gedumpt heb, toevallig! Blijkbaar probeerde het papiertje te ontsnappen bij het legen van de container, maar tevergeefs. Hard als ik ben, heb ik hem weer in de papierbak gegooid.

Laura, mijn vriend en ik zitten samen in de bibliotheek. We zitten in een ruimte waar het de bedoeling is dat je stil aan het werk bent. Ideaal voor een productief middagje. Mijn vriend is wat later aangeschoven en heeft heel lief lunch voor ons gekocht. Terwijl we van onze bagel genieten, besluit ik om even een filmpje op YouTube te bekijken. Ik doe mijn oortjes in en eet rustig verder. Na een paar minuten tikt mijn vriend me op mijn arm en maakt een gebaar. Ik begrijp hem niet, dus doe mijn oortjes uit. Hij maakt hetzelfde gebaar, maar weer is het me niet duidelijk wat hij bedoelt. “SERVETJE!!!” schreeuwt hij. Ik barst in lachen uit en ook Laura moet keihard lachen. Mijn vriend zet zijn koptelefoon af en kijkt ons vragend aan. “Misschien moet je de volgende keer je geluid even uitzetten als je probeert te communiceren. De hele bieb heeft je gehoord.” Ik reik hem lachend een servetje aan.

Het is donderdagavond en dus koopavond in de stad! We besluiten om heel even naar de winkels te gaan, heerlijk dat die gewoon op loopafstand zijn. “Code roood, code rooood” hoor ik in de woonkamer. M’n vriend heeft een liedje van radio 538 in zijn hoofd en is die volop aan het zingen, haha. Ik trek mijn jas aan, kijk even in de spiegel en zie dat er een plekje op mijn wang zit. Net wanneer ik het plekje wat grondiger wil bestuderen, komt mijn vriend achter me staan om te kijken waarom het zo lang duurt. Hij ziet waar ik naar kijk en begint direct heel subtiel te zingen. “Code roooood, code roooood.” Au, die deed pijn. Wanneer ik hem verontwaardigd erop aanspreek, begint hij hard te lachen. “Dat is een liedje van Coen en Sander! Die zingen dat altijd als het Nederlandse weer een code heeft gekregen.” Nou, dat kan wel zijn, maar de timing is me net iets te pijnlijk, haha. Ik wacht mijn wraak rustig af….. 😉

“Hoi! Hoe laat ben jij thuis denk je?” Omdat het vaak druk is op de weg, heb ik bijna elke dag contact met mijn vriend zodat ik weet hoe laat hij ongeveer thuis is. Op zo’n vrije dag als vandaag vind ik het dan lekker om op tijd te eten en om het eten klaar te hebben staan als hij thuiskomt. (Klinkt goed, toch? Bekijk bericht

(2015) Wanneer mijn vriend de brievenbus opent en de post pakt, hoor ik hem heel hard lachen. “Moet je kijken! Deze brief is geadresseerd aan Tholmas. Zo heet ik toch niet!” Ik kijk naar de brief en begin ook te lachen: ondanks dat het maar één letter scheelt, ziet het er ontzettend suf uit. Mijn vriend ratelt nog wat door. “Hoe moeilijk kan het zijn om een naam goed te schrijven? Wie heet er nou Thólmas?”

Boven maken we de brief open en zien we dat er een pasje in zit. Ik begin weer keihard te lachen: ook hier staat Tholmas op. “Volgend jaar krijg je weer een nieuwe.” …. “Misschien moet ik mijn naam bij de gemeente maar even aanpassen, dan kan ik dit pasje legaal gebruiken.” Toch ben ik wel nieuwsgierig hoe het nou komt dat zijn naam verkeerd geschreven staat. “Log eens in op je account.” Mijn vriend pakt zijn laptop erbij, typt zijn e-mail adres in en logt in op de website. “Welkom, Tholmas.” Mijn vriend staart naar het scherm en klikt op ‘jouw inloggegevens.’

Ik begin wederom weer keihard te lachen en herhaal de uitspraak van mijn vriend: “hoe moeilijk kan het zijn om een naam goed te schrijven?!” Kennelijk had vriendlief er zelf toch wat moeite mee, haha. Hóe dan.