Na twee dagen in de complete rust gaan we verhuizen binnen Koh Samui. Het eiland heeft een omtrek van ongeveer 80 km, dus het is nog best een grotert. Een taxi brengt ons in drie kwartier naar ons nieuwe hotel. Wat een heerlijke reisdag haha, instappen en uitstappen en klaar! 

Ons nieuwe hotel heet Coco Palm Beach Resort en het is net zo relaxt als het klinkt. Met een golfkarretje worden onze backpacks 100 meter verder voor onze deur gedropt. We hebben een eigen huisje met veranda en met een beetje improvisatie hebben we uitzicht op zee (als je je hoofd 90 graden draait en een verrekijker gebruikt die dwars door palmbomen heen kan kijken). We krijgen een ontzettend smerig welkomstdrankje, maar hee, het gaat om het gebaar :).

Op dag 1 van aankomst lunchen we bij het hotel. Mijn eerste curry met zeezicht! Vervolgens rennen we de zee in (je krijgt het best warm van pittig eten) en vermaken we ons met zwemmen, lezen en het doen van een tukkie. Het voelt heel gek om na al die volgepropte dagen vrijwel niets te doen. HEERLIJK! 

De dag erna beginnen we wederom rustig aan. Die middag huren we een scooter bij een Fransman (er zijn heel veel mensen uit Frankrijk en Duitsland in dit plaatsje!) en bezoeken de paar highlights van het eiland. De big buddha is hier niet zo groot als de buddha’s die we in Bangkok hebben gezien, maar de ligging van de buddha is wel spectaculair. Er is een prachtig uitzicht over het eiland te zien. Het vliegveld ligt er direct naast, waardoor er zo nu en dan mega laag een vliegtuig overheen vliegt. De monniken die de buddha “bewaken” kijken niet op of om, terwijl het contrast tussen de rust en de herrie niet groter had kunnen zijn. Geinig. 

We mogen de scooter 24 uur lenen voor €5. Zo fijn hoe €5 je zoveel vrijheid kan geven hier :). 

De dag erna gaan we snorkelen. De flyer vertelt ons dat we om 08:15 opgehaald worden en om 09:30 met de boot naar het snorkelgebied gaan. “Haha, dat is een reis die langer duurt dan de reis vanaf onze vorige locatie”. Na een uur zitten we met drie Chinezen en drie Australiërs in het busje en zijn we bijna bij de boot. Vijf minuten voordat we er zijn moeten we allebei heel hard lachen: we zijn zojuist langs het huis gereden waar we eerder hadden gelogeerd. Vooruit dan maar.

Vorig jaar hebben we in Indonesië gesnorkeld en dat was adembenemend mooi. Het koraal had alle kleuren van de regenboog en er waren onwijs veel verschillende vissen te zien. Hier op Koh Samui is het uitzicht onderwater iets minder spectaculair helaas. Het koraal is vrijwel kleurloos en ziet er een beetje doods uit. Wel zijn er veel vissen! Onze gids heeft een grote zak brood mee en gooit de stukjes brood uiteraard zo dicht mogelijk bij de snorkelaars. Best creepy, die happende mondjes zo dichtbij. Dit jaar hebben we een goPro mee en daar hebben we dankbaar gebruik van gemaakt onderwater!

Het Chinese echtpaar heeft heel schattig hun eigen “gereedschap” mee. Waterschoenen, lange zwembroek, lang shirt, duikbril en een apart snorkelding. Hun snorkel gaat niet over hun neus heen, waardoor ze die onderwater steeds moeten dichtknijpen. Lijkt me enigszins oncomfortabel, maar goed. 

Ook tijdens de lunch komt er van alles tevoorschijn uit hun tas: een sjaal om hun hoofd mee in te wikkelen en een paraplu. Vader gaat tijdens de lunch even de zee in en het ziet er komisch uit: een Chinese volwassen man, helemaal ingepakt in deze hitte, compleet met roze paraplu. 

Die namiddag genieten we van cocktails (ok, ik, Thomas geniet van een biertje) aan het strand bij ons hotel. Het is de laatste “echte vakantiedag”, morgen reizen we terug naar Bangkok.

Vandaag wordt een intensieve reisdag: we gaan van de noordelijkste provincie Chiang Rai naar het zuiden. In Nederland kun je prima van het noordelijkste puntje naar het zuidelijkste puntje met de auto rijden. In Thailand is dat echt onmogelijk om in een dag te doen. Veel toeristen kiezen voor een route met een nachtbus of nachttrein, maar daar kiezen we dit jaar niet voor.

Om 07:30 worden we in Chiang Rai met de taxi opgehaald. Onze buren moeten ook naar het vliegveld, dus we delen de taxi. Op Schiphol moet je minimaal 3 uur van te voren aanwezig zijn, in Thailand is dat echt niet nodig. Even voor achten stappen we het vliegveld binnen. Nadat we onze backpacks hebben laten controleren, gebeurt er iets bijzonders. Het drukke vliegveld verandert in een oase van rust. Er klinkt muziek en iedereen stopt met lopen. De hele scene duurt net een minuutje en na afloop van de muziek zie ik een paar mannen een mini buiging maken. Vervolgens gaat iedereen weer door met waar hij mee bezig was. Het is vandaag ‘Mothersday’, de verjaardag van de koningin. Bijzonder om dit korte momentje ter ere van de koningin mee te maken!

Niet veel later zijn we ingecheckt en hebben we nog ruim een uur voordat we gaan boarden. We bestellen een koffie (1+1 gratis vanwege de feestdag, nog goedkoper dus!) en wachten tot we het vliegtuig in kunnen. 

De vlucht van Chiang Rai naar Bangkok duurt iets langer dan een uur. Naast me zit een ijdele Thaise. In het begin probeerde ik nog even opzij te leunen zodat mijn arm niet in haar selfie zou verschijnen, maar na een minuut stop ik daarmee. Tijdens de hele vlucht is mijn linkerarm wel honderd keer op de selfie gezet, wat een eer! Ik vind het mooi dat sommige meiden zich totaal niks aantrekken van de omgeving. Zelf zou ik me ietwat ongemakkelijk voelen als ik een uur naar mezelf zou gaan kijken. 

In Bangkok halen we onze bagage van de band en lopen vervolgens naar de volgende incheck balie: op naar de volgende vlucht naar Surathani. Ook deze vlucht duurt iets meer dan een uur. Tijdens deze vlucht krijgt mijn arm wat minder aandacht: de stoel naast me is leeg.

Wanneer we aankomen in Surathani krijgen we een sticker op ons shirt. We hebben van tevoren een deal geboekt zodat we vanaf het vliegveld met de bus naar de ferry worden gebracht. De hele dag reizen is toch best vermoeiend, dus ik besluit mijn ogen even dicht te doen. De lekkende airco in de bus maakt het wel wat lastig, bij elke hobbel krijg ik wat water over me heen. Regenseizoen everywhere!

De ferry brengt ons naar Koh Samui, een overtocht van bijna twee uur. Aan de overkant worden we opgehaald door een taxi die ons naar ons huisje brengt. Het huisje staat in the middle of nowhere en daar hebben we ook wel even behoefte aan! Het is vijf minuten lopen naar het strand waar – op een paar honden na – niemand te zien is. Top! 

De eigenaar geeft ons de sleutel van een van zijn scooters, zodat we de volgende dag lekker kunnen gaan toeren. En dat doen we dan ook. Het strand vlakbij ons huisje is mooi om te zien, maar er liggen wel veel stenen. We rijden naar een strand waar zwemmen makkelijker gaat. Wanneer ik het water in plons, voel ik me ontzettend gelukkig. Aan dit eiland kan ik wel wennen!

“Thank you, Bye!” We checken uit bij het hotel in Chiang Mai en regelen een tuktuk naar het busstation. De bus die we geboekt hebben vertrekt om 10:00. Het is 3 a 4 uur rijden, dus we komen mooi op tijd aan in Chiang Rai. 

Bij het busstation staat geen rij bij het loket, zodat we onze bustickets direct op kunnen halen. De vrouw tikt onze gegevens in en begint naar haar scherm te turen. En te turen. Hmmm, dat duurt wel lang zeg. Ik kijk Thomas wat onzeker aan als ik zie dat de vrouw een collega erbij roept. Na wat gebrabbel in het Thais kijkt ze ons weer aan. “Eh, your ticket is for yesterday.” Hahaha, nee toch.. En inderdaad, op onze reservering zien we de datum van gisteren staan. “Do you want to book a bus for today? The first bus that is available leaves at 15:00.” Mijn horloge wijst uiterst vrolijk naar de huidige tijd: 09:16. Top. We kopen de kaartjes en installeren ons op een paar stoeltjes. Er is helaas geen ruimte waar je je backpack bewaakt achter kunt laten, dus we besluiten om en om een rondje te gaan lopen. Wanneer Thomas weer aan de beurt is voor een rondje, ontdekt hij een McDonald’s vlakbij. Airco!! 

Ik lees mijn boek uit en zit op een kwart van het volgende boek wanneer de bus arriveert. Door een mazzeltje kunnen we met een bus eerder mee. (Niet iedereen is op komen dagen waardoor er plekken vrij zijn gekomen. Zouden ze misschien dezelfde strakke actie als wij hebben gehad? Hahaha).

Chiang Rai is de meest noordelijke provincie van Thailand. Op de plekken waar we tot nu toe geweest zijn, viel het reuze mee met de regen. In Chiang Rai waren we toch wel heel blij met meneer Poncho. Het fijne daarvan is dan wel weer dat de natuur echt zo mooi is.

We blijven drie nachten in Chiang Rai. Van dag 0/1 is niet zo veel meer over, dus we besluiten een restaurantje vlakbij ons (super schattige) hotel te zoeken. In onze poncho (want: streetfood) genieten we van een heerlijke maaltijd. Het blijft bizar dat je hier in Thailand voor 4 euro met zijn tweeën kunt eten en drinken. 

Volgens de folder worden we de volgende dag om 08:00 opgehaald bij ons hotel. Om 07:40 (ze zijn hier altijd super vroeg lijkt het wel) wordt er dan ook op onze deur geklopt door een vrolijke Thai. We zijn de eerste die opgehaald worden, vandaar dat hij wat eerder is. Samen met deze Thai, een Amerikaan, een Taiwanees, twee Fransen, een Brit, twee Italianen en een Roemeense bezoeken we als echte toeristen vele highlights. We bekijken de witte en blauwe tempel, the black house, een monkeycave, the golden triangle (drielandenpunt met Laos, Myanmar en Thailand), een opium museum en een oude tempel. Een pittige dag, maar wel heel chill om overal naartoe gebracht te worden.

Ook de volgende dag zijn we de hele dag weg: we gaan een trekking doen in de bergen. “Denk je dat we poncho’s mee moeten?” … “Ja, doe maar voor de zekerheid!” Beste. Beslissing. Ever. Al snel nadat we de klim omhoog maakten, begint het keihard te regenen. We moeten soms langs best smalle riggeltjes en ik moet moeite doen om niet allerlei noodscenarios op te dreunen, haha. Het uitzicht vanaf de bergen is onwijs mooi. Juist met die donkere wolken van de onweersbui heeft het ook wel wat, weer eens wat anders dan een strakblauwe lucht. Na afloop van de trekking plonsen we in een warm water pool. Heerlijk. Ondanks dat het echt niet koud is in de regen, is het toch wel fijn om na een aantal uur de natte kledders uit te trekken. Bij gebrek aan schone kleren moesten de kledders daarna helaas wel weer aan, haha. Ik denk ook dat het de enige keer was – en wordt – dat ik de airco in de auto uit heb gezet ;-).

We sluiten de dag af op een markt die elke zaterdag op de hoofdstraat van Chiang Rai plaatsvindt. Zooo veel kraampjes met kleding, eten, kleding, eten en smoothies! Ook bekijken we een lichtshow van een gouden klok die midden op een rotonde in de stad staat. De klok doet elke avond om 19:00, 20:00 en 21:00 zijn ding, het heeft iets weg van de Efteling, super grappig.

Wanneer we weer in het hotel zijn pakken we alvast onze spullen in: de volgende dag vertrekken we namelijk naar Koh Samui.

We hebben inmiddels 2 nachten in Chiang Mai geslapen en gaan vandaag iets heel leuks doen: op bezoek bij een elephant farm. In Thailand maken nog steeds veel te veel toeristen een ritje op de rug van een olifant. (Bij sommige plekken zullen de olifanten vast goed verzorgd worden, maar we hebben ook al een plek gezien waar de olifanten geen vrije ruimte hebben en waar ze er ongelooflijk slecht uitzien. De elephant farm die we vandaag bezoeken is een opvang voor de olifanten die vroeger (veel te vaak) toeristen op hun rug hebben gehad. 

We beginnen de dag bij ‘Poo Poo Paper’: een bedrijf dat van olifantendrollen (wat een joekels trouwens!) papier maakt. Gekleurd paper, notitieboekjes, wc-papier, you name it. We krijgen een korte rondleiding waarbij we zelf ook een drol mogen kleuren met een verf, lol. De poep wordt eerst schoongemaakt en gedroogd, waarna er een hele lichte drol overblijft. Het bestaat vooral uit vezeltjes en het heeft wat weg van stro.

Na de rondleiding worden we in een busje naar de farm gebracht. We krijgen een outfit aan en gaan allereerst naar de babyolifantjes. Wat een schatjes! We mogen ze voorzichtig aanraken (vooral de mini’s zijn best kwetsbaar) en later sproeien we ze onder met een tuinslang. Ze genieten er zichtbaar van, een mooi gezicht. We krijgen lunch (Pad Thai) en daarna gaan we de olifanten voeren. In een schuur staan kisten vol met bananen en bamboestukjes. We krijgen allemaal een tas vol met bamboe en bananen, die we daarna steeds weer kunnen vullen. Thomas en ik krijgen een ‘eigen olifant’, een reusachtig dier van zo dichtbij :-). De bamboe en bananen gaan er goed in. We beginnen heel bescheiden met één (ongepelde) banaan tegelijk, maar krijgen al gauw door dat mevrouw een wat hoger tempo heeft. Die slurf blijft maar naar ons toekomen! Gelukkig mogen we de tas bijvullen en doen dat dan ook regelmatig. Het jongste olifantje hier is 6 maanden, de oudste is 67. Olifanten kunnen wel 80 jaar worden en zijn maar liefst 2 jaar (!) in verwachting van hun baby.

Het laatste onderdeel van de dag is het wassen van de olifanten. Deze activiteit is niet voor mensen met smetvrees. Terwijl je de olifant lekker aan het soppen bent, drijven er regelmatig wat van die enorme drollen langs, haha! Na afloop kunnen we douchen en ik ben blij dat ik schone kleren mee heb genomen. Wauw, dit was echt zo’n leuke en bijzondere activiteit! Natuurlijk worden de olifanten nu nog steeds als toeristische attractie gebruikt, maar wel op een heel andere manier. Ze worden met liefde verzorgd, krijgen genoeg te eten, worden gewassen en hebben bewegingsruimte. 

De volgende dag staan we vroeg op, want we hebben onze dag weer volgepland. Om 12.15 worden we opgehaald voor een fietstocht en daarvoor willen we graag de Wat Doi Suthep bekijken, een mooie tempel op 1000 meter hoogte in de bergen, op 11 km van Chiang Mai. Een ‘red car’ brengt ons omhoog (respect voor de wielrenners!!) en we zijn duidelijk niet de enige. We hebben op onze reis al heel wat tempels gezien, waardoor we – hoe erg het ook klinkt – niet meer zo snel onder de indruk zijn. Wat wel ontzettend mooi is, is het uitzicht vanaf de tempel. Wauw! Na ons bezoek nemen we de red car naar beneden en hebben we even de tijd om te relaxen voordat we aan de fietstocht beginnen.

De fietstocht is één van de mooiste fietstochten die ik heb gemaakt. Doordat het nu regenseizoen is, is de natuur hier prachtig! We bezoeken een Lepra dorp, waar vroeger de Lepra-patiënten naartoe werden gebracht. Er wonen er nu nog maar een paar. Ook bezoeken we het bijbehorende museumpje, waar prinses Diana ook ooit is geweest. Onze Thaise gids is hier (terecht) heel trots op. We bezoeken nog een tempel, waar we de ‘catfish’ eten mogen geven. Wanneer we een paar korrels voer in het water gooien, verandert de rustige vijver met enkel een paar schildpadjes in een woeste vijver met ENORM veel van die vissen. Stiekem vind ik de schildpadden veel schattiger en ik maak er een sport van om juist hen te voeren, haha. 

Aan het eind van de fietstocht bezoeken we een Thaise school. De kindjes zijn zo lief en willen allemaal knuffelen en high fives uitdelen. Ze leren Engels op school en we worden heel schattig geïnterviewd door de kinderen. 

Die avond gaan we naar een ‘Ladyboy’ show. Het is hilarisch en de dames/mannen hebben er zichtbaar veel lol in. Ik hoop maar dat dit echt zo is en dat ze dit niet acteren. Ze worden gelukkig goed betaald en onze fietsgids vertelde ons eerder die middag dat hij goed bevriend is met een paar ‘ladyboys’. “Zolang ze in de spotlights kunnen staan, zijn ze gelukkig!” Verzekerde hij ons. Dat hopen we dan maar :-). 

Vanuit Sukothai nemen we de bus naar Chiang Mai, een reis van 6 uur. We vertrekken om 09:50, dus het is niet echt nodig om de ogen dicht te doen. (Het lukt alsnog prima hoor, daar niet van!) Rond lunchtijd stappen we uit bij een restaurantje waar we de tijd krijgen om naar de (geïmproviseerde) wc te gaan en om wat te eten. Ik ben ontzettend blij met de uitvinder van de verfrissingsdoekjes, haha. 

Na nog een paar uur vermaak met boeken, een serie en een Rubiks Cube komen we aan op de busterminal van Chiang Mai. Direct nadat we uitstappen worden we dankbaar onthaald door taxichauffeurs, tuktuks en bestuurders van ‘red cars’. Deze red cars deel je met meerdere personen, waardoor je slechts 30 Baht per persoon betaalt. Een nadeel hiervan is dan wel weer dat je niet precies op de plek van bestemming wordt afgezet. Gewapend met Google maps in de hand houden we goed de locatie van ons hotel in de gaten. Zodra je vlakbij de plek bent waar je wilt uitstappen, kun je op de stopknop drukken. (Niet schrikken van het geluid, het klinkt alsof een woedende eend je te grazen wilt nemen, haha).

In het hotel worden we verwelkomt door een jongen met de naam “Tattoo” en een andere medewerker waarvan we het geslacht moeilijk te bepalen vinden. Later komen we erachter dat er in Chiang Mai zogenaamde ‘ladyboy shows’ gegeven worden, misschien heeft deze hotelmedewerker wel een dubbelleven…. ;-).

Chiang Mai is de op een na grootste stad van Thailand en heel populair onder de toeristen. We krijgen hier regelmatig het idee dat heel Nederland leeg is gelopen en iedereen hier naar toe is gekomen. Die avond dwalen we langs de vele marktkraampjes en halen we daar ook wat te eten. Net wanneer we een hap van onze Pad Thai en Samosa’s willen nemen, begint het keihard te hozen. Omdat we dondersgoed weten dat we in het regenseizoen reizen, hebben we 4 poncho’s meegenomen. Het is dan natuurlijk wel handig om ze ook daadwerkelijk mee te nemen. Met een verlangend gevoel denk ik aan mijn nachtkastje waar mijn gele vriend braaf ligt te wachten tot ik hem ga gebruiken.  We maken er daarom maar een sport van om een kraampje te zoeken met een degelijk zeil bovenop. We zagen zojuist een kraampje met een slap plasticje, waar de plassen elke minuut vanaf gehaald moesten worden door er met een bezem onder te ‘prikken’. Levensgevaarlijk voor loslopende toeristen die net op dat moment onder de straal doorliepen, haha.

De volgende dag gaan we bij een bekend restaurantje een smoothie drinken. Zooo lekker! Ook besluiten we om nog even extra toeristisch te doen door het 3D museum of art te bezoeken. Met de app van het museum komen de schilderijen en muurschilderingen ‘tot leven’, waardoor je hele grappige foto’s kunt maken. Leuk voor een uurtje en ideaal wanneer het regent!

Omdat we de vorige kookcursus n Bangkok heel leuk (lees: lekker) vonden, besluiten we er nog eentje te doen. We boeken de ‘evening cooking class’ bij bedrijfje Basil. Het leuke van deze kookworkshop is dat we eerst de markt op gaan en uitleg krijgen over de ingrediënten. Ook kun je per gang kiezen uit drie gerechten, waardoor je gegarandeerd alles lekker vindt. Vooral de Tom Kha soep vind ik onwijs lekker: kokosmelk met groenten, champignons en kip. We doen de kookworkshop samen met een oudere Koreaanse vrouw, een vrouw uit de Filipijnen en een meisje uit Canada. De Koreaanse vrouw kan niet zo goed Engels praten, wat hele schattige taferelen oplevert met veel gebaren en gegiechel. Na de kookworkshop worden we heel relaxt weer voor onze deur afgezet: lopen met die volle buiken is echt niet te doen, haha. Niet lang erna gaan we slapen, want de volgende dag wacht er weer een leuke activiteit op ons!