Sinds september wonen we 1 jaar in ons huis. Ondanks dat we het lekker naar onze eigen smaak hebben opgeknapt, zitten er nog wel wat oude “komt wel”-mankementjes aan het huis.

Zo sloop ik een paar nachten geleden met snikhete handen naar boven, waar Daan al lag te slapen. “Slaap je al?!” Fluister ik keihard. Daan bromt en draait zich naar me toe. “Beetje, wat is er? – mijn achterdeursleutel is in het slot afgebroken, oeps!!”

De scène daarvoor heb ik inderdaad keihard met de sleutel in het slot staan sjorren. Vooral in de winter klemt de deur ontzettend, waardoor de sleutel lang niet altijd meewerkt. Het was dus een kwestie van tijd voordat dit zou gebeuren. “Kan gebeuren!” Zegt Daan lief.

Dat ik nu weet dat ik de achterdeur niet openkrijg is op zich prima. Dat James dit niet weet, maakt het wel wat ingewikkeld. Over het algemeen laten wij onze katjes aan de voorkant eruit. Darcy is dan zo slim om ook aan de voorkant weer naar binnen te gaan, daar zitten we immers vaak en dan kunnen we dus snel opendoen.

James vind het daarentegen heerlijk om achterom te lopen en dan vervolgens tien minuten blèrend voor de achterdeur te staan. Normaalgesproken zwicht ik dan na een tijdje, maar nu sta ik toch echt alweer een tijdje druk voor de deur te gebaren dat ik geen sleutel heb om de deur open te maken. Net nu ik haast heb natuurlijk. “Kun je niet even door het keukenraam springen?”

Vervolgens probeer ik hem met brokjes door het keukenraam te lokken, maar hij staart me hulpeloos aan. “Oké, ik loop nu wel even achterom om je te halen. Blijf je daar? Dan gaan we samen naar de voordeur.”

Wijze les uit dit verhaal: direct de sleutel weer laten maken. Een krijsende kat in je armen is toch wel een erg dramatisch schouwspel voor de buren 😉

Ik typ dit nu de avond ervoor en ik weet natuurlijk stiekem al dat ik mijn wekker heus nog wel een paar keer zal snoozen. De dagen waarbij ik uit bed spring zijn schaars: wanneer we op vakantie gaan, een Eftelingdag en wie weet volgend jaar wel op onze trouwdag!

Vandaag is het 14 februari, Valentijnsdag. Als docent op een middelbare school altijd grappig om mee te maken. Al wekenlang hangen er valentijnsposters door de school. Morgen lopen leerlingen vast ongemakkelijk met hun rozen te zeulen en worden er schattige briefjes aan elkaar gegeven. (Tja, of appjes). De dag dat Google rood kleurt, de enorme lading aan nieuwe valentijnsfilms op Netflix en de restaurantjes die vol zitten met kleffe stelletjes, hihi.

Vandaag is ook de dag dat mijn voorjaarsvakantie begint, jippie! Laat die wekker maar komen, vanavond eten wij gezellig en romantisch samen en luiden we (mijn, sorry schat) vakantie in.

Valentijn ze!

Wanneer we even later bij het restaurant aangekomen zijn, kijken we elkaar even aan. “Haha, gaan we hier echt naar binnen?”

We besluiten van wel. We hebben het restaurant net gevonden, nu gaan we naar binnen ook! We bellen aan (haha ja) en er komt direct een vriendelijk Japans meisje naar de deur gelopen. “Hello, two persons? Follow me!” Enthousiast lopen we achter haar aan en ze gaat ons voor op een trap naar beneden. Al gauw zie ik een spektakel dat ik nog nooit eerder heb gezien. Het is bomvol beneden in het kleine zaaltje. In totaal zijn er 5 tafelbladen die op zo’n 30 centimeter boven de vloer uitkomen. Het lijkt net of de mensen alleen maar rompen hebben, omdat ze met hun benen in een gat onder de tafel zitten. Wat grappig!

De serveerster loodst ons naar een tafel achterin de ruimte waar al een paar mensen zitten te eten. Het is de bedoeling dat we er direct naast gaan zitten, zodat er zo efficiënt mogelijk met de ruimte om kan worden gegaan. Om bij mijn plek te komen, moet een vrouw eerst uit haar ‘gat’ om ruimte te maken. Gelukkig lacht ze vriendelijk naar me en staat ze al op om ruimte te maken. Oké, van die prosecco’s moet ik best een beetje naar de wc, maar ik stel dat wel nog even uit. 

De serveerster legt ons uit hoe hun concept werkt en we kiezen verschillende sushi’s uit om samen te delen. Heerlijk, I love sushi. Éen tip geef ik je wel mee: bestel nooit groene ijsthee in een Japans restaurant als ze vervolgens vragen: “with or without sugar?” Ik: “no sugar please!” Vervolgens krijg ik een stroperig groen drankje in mijn handen gedrukt. Het smaakt naar matcha (je houdt ervan of niet) en ik trek een gezicht: bah, niet mijn ding. Daan nipt van zijn biertje en biedt me af en toe meelijwekkend een slokje aan. Gelukkig heb ik heerlijke sushi’s om de smaak wat te blussen.

Na een kwartier gaan de mensen naast ons weg en ik grijp mijn kans om naar de wc te gaan. Onderweg lach ik nogmaals om het schouwspel, het heeft toch echt wel wat om zo met z’n allen op een kluitje te eten!

Na anderhalf uur zijn we klaar en even later staan we weer op de straten van Soho. Het is er ondertussen gezellig druk door het uitgaanspubliek en mensen zoeken restaurantjes om te eten. Wanneer we langs een Aziatisch restaurant lopen, blijf ik nieuwsgierig staan. Wéér zo’n apart schouwspel: de ramen zijn volledig beslagen en er valt echt niet naar binnen te kijken. Buiten in de rij staan zo’n 20 mensen te verkleumen en ze hebben allemaal een menukaart in hun handen. Wow, dat eten moet wel erg lekker zijn!

We gaan terug met een rode dubbeldekkerbus (ze zijn tegenwoordig wel elektrisch, hahahaha) en komen na een vermoeiende maar topdag weer terug in het hotel. Onze buurvrouw heeft nog steeds lol, maar ze houdt zich op een burgerlijk tijdstip koest. Top. Welterusten!

Zondag

Op zondagochtend worden we uitgerust wakker. Op naar een nieuwe dag! We pakken onze spullen, checken uit en laten onze bagage bij het hotel achter. Onderweg ontbijten we weer lekker (mmm, die Chai Latte kan ik elke dag wel drinken!) en vervolgen we onze weg naar het British museum.

Dit museum is gratis en is echt een tip! Nadat we onze tassen hebben laten controleren, komen we binnen in de enorme hal. We lopen naar de bordjes om een paar afdelingen uit te kiezen. We willen graag naar de mummies en besluiten daar als eerst heen te gaan. Zo’n beetje alles wat met geschiedenis te maken heeft, vind je wel terug in dit museum. Heel indrukwekkend!

Na het museumbezoek gaan we onderweg naar Camden Town, één van mijn favoriete plekken in Londen. Het is een streetfood market en je kunt hier heeeeerlijk eten. Vanaf het museum is het een wandeling van een half uur, geen straf met dit heerlijke weer! Camden Town Market ligt een beetje verscholen in een wat alternatievere wijk, waar je bijvoorbeeld veel tattooshops en ‘Vans’-winkels ziet. De markt ligt aan een schattig haventje en er liggen ook wat bootjes. Daan en ik kijken onze ogen uit en mijn maag knort enthousiast. We besluiten uiteindelijk om bij een Colombiaans eettentje wat te halen. We bestellen allebei onze maaltijd, waarin we van alles wat krijgen: knoflookrijst, boontjes, heerlijke aardappelen, guacamole, pompoenpitten, sla… (zie foto!) “Do you want red chili? – Yes please!” O mijn god, ik heb mijn mascara van mijn wimpers gehuild. Zooo pittig. En ik kan best wel wat hebben! Hier heb ik maar geen selfie van gemaakt, haha.

“Kom, ik weet wel een toetje!” We delen samen een roze donut met sprinkles, zooo lekker. Yes.

We besluiten om hierna terug te gaan naar het hotel om daar in de lounge nog wat te drinken. Vervolgens stappen we in de taxi naar Kings Cross om weer terug te gaan naar Nederland. Nog even langs Perron 9 3/4 en dan is onze mini-vakantie weer voorbij.

Een geslaagd, gezellig weekendje weg!!

“Oké oké, ik ga wel mee naar boven!” Ik ben nu al zover richting de toren van de St Paul’s Cathedral geklommen dat ik nu ook wel wil doorzetten. Puffend klimmen we de trap op en komen uit bij een mooi uitzichtpunt. Godzijdank zijn de hekken enorm hoog en durf ik hier goed om me heen te kijken. Het is prachtig weer en we kunnen heel ver kijken. Zo zien we The London Eye, The Gherkin, The Tower… leuk om zo een eerste indruk van de stad te krijgen! “Durf je nog verder?” Daan kijkt me uitdagend aan en kijkt daarna naar boven. “Eh nee. Maar let’s go.” Binnenin het laatste torentje klimmen we op smalle gietijzeren trapjes die spiraalvormig de lucht ingaan. Gatsie. En dan hebben ze ook nog zo’n plateau met doorkijkraampje, zodat je helemaal naar de begane grond van de kerk kan kijken, OMG. En ik kijk dan ook hè, zo ben ik dan ook wel weer. PFFFF. Boven was het geloof ik best mooi, maar ik heb mij alleen maar beziggehouden met de uitgang vinden. Ik werd bemoedigend toegelachen (en uitgelachen) en ik heb op mijn beurt een klein jongetje ook gerustgesteld: “I’m just like you, we can do this.” 

Beneden aangekomen zak ik met mijn trilbeentjes even neer op een stoel. Hier heb ik precies uitzicht op het doorkijkraampje bovenin waar ik net ook angstig doorheen gekeken heb. Geinig, al die hoofdjes die dan even verschijnen. We vervolgen onze route door de kerk en lopen naar beneden naar de Crypte, waar graftombes van historische Britten te zien zijn. “Hahaha, kijk, ze hebben ook een Crypt Café.” En inderdaad, even later zit er tussen de graftombes een mini-restaurantje. Lol.

Nadat we de uitgang door zijn en mijn super waardevolle schaar (t.w.v. €0,60) weer hebben opgehaald, wandelen we richting The Millennium Bridge. (Die ene brug uit Harry Potter deel 6!) We stoppen halverwege de brug, maken een hele lelijke selfie omdat we tegen de zon in kijken (geheel gepland overigens, juist pronken met de zon!) en lopen daarna weer terug. We willen aan deze kant blijven, omdat we eerst naar The Tower of London gaan.

We wandelen langs The Thames en komen een klein half uurtje later uit bij The Tower of London. We laten ons verleiden tot Fish (de chips laten we achterwege) en gaan daarna het museum in. We vinden de Middeleeuwen en kastelen allebei heel leuk en gaan van toren naar toren. We zien een wisseling van de wacht voor het gebouw van de kroonjuwelen en spotten deze knoeperds natuurlijk ook in levende lijve. Leuk om hier weer te zijn! Daan is sinds zijn middelbare school niet meer in Londen geweest, zelf ben ik er een paar jaar geleden (toen ik in Frankrijk woonde) nog geweest. Heel leuk om hier nu samen te zijn en nieuwe herinneringen te maken.

Zoals:

Bij het Shakespeare theater een man zien optreden met een vuurspuwende tuba (ja echt. Ik heb er filmpjes van), clichéfoto’s maken voor The Tower Bridge en lunchen aan de Thames. Daarna doorwandelen langs the London Eye (we hoeven hier allebei niet in), door naar Westminster Abbey en the Big Ben (in de steigers), gevolgd door Buckingham Palace. We zitten inmiddels op zo’n 20 km en de voetjes beginnen aardig moe te worden. We beginnen te brainstormen (haha ik echt niet hoor, ik wacht gewoon op het juiste moment) over ons avondprogramma en voorzichtig peil ik: “heb je zin in sushi vanavond? Eerst ergens in een pub wat drinken en dan in Soho bij een sushirestaurant dineren?” Daan antwoordt godzijdank met the magic word: “welja!”

We lopen via the National Gallery en Trafalgar Square richting Picadilly Circus (dit lijkt een beetje op Times Square in New York!) en zoeken daar in de buurt een pub waar we onze moeie voeten even wat rust gunnen. Waar iedereen zich installeert voor een rugby wedstrijd (hahaha, lachen: de pub stroomt binnen no time vol), pakken wij allebei ons boek erbij en gaan lekker wat lezen. “Als mensen denken dat dit onze eerste date is, ziet het er wel wat sneu uit hè? ;)” Terwijl ik midden in mijn verhaal zit, word ik af en toe afgeleid door juichende en klappende mensen. Geïnteresseerd (of een poging tot) staar ik dan naar het scherm. Goh, 5 punten. Net kregen ze 3 punten. Hoe werkt deze sport in Godesnaam?

Daan haalt een nieuw rondje en komt vervolgens met twee glazen prosecco en bier terug. Ik kijk hem vragend aan. “Happy hour!” Ik zie mezelf straks al jodelend door Londen hinkelen, maar voor nu vind ik het helemaal goed. En het smaakt ook goed!

Nadat we uitgelezen zijn en trek beginnen te krijgen, lopen we richting het sushirestaurant. Inmiddels is het donker geworden en de billboards en theaters hebben grote en schreeuwerige teksten. Gaaf, het leeft hier echt!

Wanneer we even later bij het restaurant aangekomen zijn, kijken we elkaar even aan. “Haha, gaan we hier echt naar binnen?”

Wordt vervolgd!

Na onze drukbezochte tweede open avond op school ben ik zojuist om 23:00 thuisgekomen. Het was een gezellige avond met enthousiaste kinderen (en ook wel een paar van die “ik-háátte-Frans”/”trauma-aan-mijn-docent-van-toen”/”je-ne-parle-pas-français”-ouders) die kwamen kijken. Zoals altijd hebben wij de voorstelling van Les trois petits cochons opgevoerd en het was wederom een succes. “Wow, kunnen ze dit echt na twee maanden Frans?!”

Om 22:20 stapte ik moe maar voldaan in mijn auto en begon ik aan mijn terugreis. Straks nog even een verslag van Londen schrijven, gaat het me lukken? Nadat ik vervolgens een halve minuut braaf voor een knipperend oranje stoplicht heb staan wachten totdat het groen zou worden, besloot ik van niet, hahaha. Zie aanstaande zaterdag! Welterusten!!