Vandaag combineer ik twee reisdagen, omdat er op deze dagen net even wat minder gebeurde dan de vorige dagen! Enne… zo zijn we in december ook klaar met de reisblogs, haha 😉 

Van Langavatn naar Egilsstadir

We ontbijten voor de tweede en laatste keer in het leuke gasthuis (guesthouse vind ik toch net wat lekkerder klinken) in Langavatn en gaan vervolgens op pad richting Egilsstadir. In de reisbeschrijving lezen we dat we vandaag een flink stuk in the middle of nowwhere in een soort woestijnlandschap zullen gaan rijden, dus dat we met een volle tank en een voorraad drinken en eten op pad moeten. Okee dan! Bij een tankstation vullen we de benzine aan en slaan we wat lekkers in.

Voordat we in de woestijn gaan rijden, gaan we eerst nog langs Dettifoss, een beroemde waterval in IJsland. Omdat we van gisteren nog wisten dat een bepaald stuk weg niet goed begaanbaar is, besluiten we om een klein stukje om te rijden, waardoor we echt in het uiterste Noorden (bij Husavik omhoog) van IJsland komen te rijden. Het gevolg hiervan is wel dat we even later over een nóg veel groter stuk onverharde weg moeten rijden, oeps… Met onze Renault Clio gaat het allemaal net, maar 40 km door een poreuze weg vol met kuilen (en soms ook echt dikke joekels) is wel een uitdaging. Terwijl ik in strijd ben met de weg, leest mijn vriend rustig verder in zijn e-book, hahaha. Eenmaal bij de waterval aangekomen is onze auto echt niet meer te herkennen: hij was spierwit, nu poepbruin 😉

De waterval is enorm wild en we kunnen heel dichtbij komen, zo gaaf! Er zijn een paar mensen die hier dankbaar gebruik van maken en een selfie blijkbaar belangrijker vinden dan hun leven. Ik zag de krantenkoppen al voor me: ‘stel valt in waterval in IJsland door selfie.’ “Wij gaan hier wel staan!” zeg ik tegen mijn vriend. Ook een prima selfie geworden 😉

Het woestijnlandschap is even later heel mooi, leuk om weer een ander stuk van het land te zien. Vandaag stoppen we onderweg eigenlijk niet zo veel (behalve voor de eeuwige soep van de dag bij een tankstation) en in de namiddag komen we aan in Egilsstadir. We krijgen een losse chalet en slapen hier één nachtje. De ‘tuin’ van onze chalet bestaat uit tuinkabouters in de vorm van de zeven dwergen, haha. In IJsland hebben ze echt iets met sprookjesfiguren, zo grappig! We besluiten om in de lounge van het hotel een Happy Hour biertje te drinken en ’s avonds eten we in het restaurant van het hotel. Ik ga helemaal los op de saladebar #Nederlander #lekkeropscheppen 😉

 

Van Egilsstadir naar Hornafjördur

De volgende ochtend komen we zowaar wat Nederlanders tegen bij het ontbijt (niet te missen, twee super lange mannen) en gaan we weer vroeg op pad richting de volgende overnachting. We rijden eerst nog langs Seydisfjördur, een super idyllisch stadje dat aan het einde van een fjord ligt. Om hier te komen rijden we op een eenrichtingsweg door de wolken. Het stadje ligt in een dal, omringd door allemaal kleine watervalletjes. In het centrum van het stadje ligt een klein meer waar de huisjes heel mooi omheen gebouwd staan, we zijn onder de indruk!

Rond 10:00 rijden we weer terug langs Egilsstadir, waar we bij een echte Amerikaanse diner even stoppen voor een koffie. Jukebox, Elvis Presley poster, rode banken op een zwart-witte tegelvloer: it’s all there! Grappig om die Amerikaanse invloeden terug te zien in IJsland!

In het Oosten rijden we nu flink door de bergen, wat soms best wat spannende tegenligger-taferelen oplevert. In IJsland zijn er heel veel kleine bruggetjes waarbij je maar met 1 auto tegelijk overheen kan. Soms zie je pas last-minute of er een tegenligger aankomt, dat is al een keer bijna misgegaan!

Onderweg moeten we echt super nodig naar de wc, maar er is hier geen tankstation of restaurant te bekennen. Godzijdank staan er af en toe dixies langs de weg en we juichen hardop als we na een tijdje weer een dixie-plek op een verkeersbord zien. Grappig feitje: het was hier heel druk, haha.

We lunchen in Djúpivogur, een schattig havenplaatsje. Wanneer we weer verder rijden richting Höfn, krijgen we voor het eerst een klein stukje van de grootste gletsjer Vatnajökull in zicht, zo gaaf om ineens een witte gletsjertong te zien liggen!

We stoppen nog even in Höfn, waar we prachtig uitzicht hebben op de bergen. ’s Avonds slapen we in Hornafjördur, opnieuw in een houten chaletje. Geen tuinkabouters deze keer, maar wel een prachtig uitzicht op de gletsjers. Top! ’s Avonds verlies ik helaas wel keihard een Yahtzeetoernooi… 😉

De volgende ochtend gaat de wekker om 8 uur en ik doe de gordijnen open om naar het weer te kijken. Grijs en regenachtig, hmm. Mijn vriend belt de walvisorganisatie en helaas is het voor vandaag ook niet mogelijk. Kleine kans op walvissen, grote kans op zeeziekte. Nou ja, dan maar liever niet! Mooi excuus om nog eens ergens anders walvissen te gaan kijken.

Na het ontbijt besluiten we om naar Dimmuborgir te rijden, een mooi lavalandschap bij Myvatn (letterlijk: Muggenmeer). Er lopen hier verschillende wandelroutes en we besluiten sportief om de langste van 8km te doen. Bij de parkeerplaats drinken we eerst nog een koffie voordat we gaan beginnen. Stiekem was dit super ongemakkelijk, omdat ik niet verstaan had dat ik de koffie zelf uit de thermoskan kon tappen. Na zo’n vijf minuten ben ik toen maar eens gaan vragen of het lukte met de koffie en toen wees hij heel droog naar de overduidelijke koffiebar. Oeps! In de rest van IJsland heb ik dit vervolgens ook gezien, moet je even één keer weten, toch?;)

De wandeltocht is super mooi: we lopen over een smal kronkelend paadje door mooie begroeide rotsen en schattige plantjes. Af en toe een schaap, heel idyllisch allemaal! Onze route loopt naar de Hvjerfjall, een prachtige zwarte ‘kegelvulkaan’ met een enorme krater. Op dat moment realiseer ik nog niet helemaal dat deze grote jongen ook echt deel uitmaakt van de ‘wandeling’.

Een klein half uurtje later staan we voor de vulkaan en kijk ik twijfelend naar het bordje: easy path left, difficult path right. Mijn vriend loopt vrolijk de rechterkant op en draait zich om: “kom je?” Ik kijk naar boven en zie mensen ploeteren op het steile pad. Het linkerpad kan ik niet zien. “Zie je die mensen met die witte jassen daar halverwege? Die halen we zo in, voor je het weet zijn we boven!”

Tien minuten later ben ik helemaal bezweet en schieten bepaalde woorden verdacht vaak door mijn hoofd. Op zich ben ik best fit, maar hoe vaak loop je nou echt steil omhoog over een zandpad? Ik voel mijn knieën branden. De witte jassen zijn nergens te bekennen, haha.

Na een kwartier kom ik puffend boven en zie ik dat het de beloning wel waard is: voor ons ligt een enorme zwarte krater, het lijkt wel alsof we op een andere planeet zijn beland! Stiekem voel ik me ook best mans dat wij het moeilijke pad hebben genomen, terwijl een horde mensen ons tegemoet loopt vanaf het makkelijke pad. Even later lopen wij over dit pad weer naar beneden. Ineens had ik het woord “eitje” in mijn hoofd, gek toch? 😉

De rest van de wandeling is weer door een mooi natuurgebied en we komen uit bij Grotogja, een beroemde grot waar ook beelden van Game of Thrones zijn opgenomen (voor de kenners: de grot waarin Ygritte en Jon Snow een nachtje slapen).

Op dat moment is het 13:00 en staan we voor een dilemma. We hebben geen eten meegenomen en kunnen kiezen: of 2 km doorlopen naar Reykjalid, of weer 5 km terug naar de parkeerplaats. We besluiten dat onze honger nog niet zo erg is en wandelen (om Hvjerfjall heen!) terug naar de auto. Om 14:00 komen we hier aan en zien dat er net een busladingen toeristen in de rij is gaan staan voor het restaurant. Shit. Snel rijden we door naar een restaurantje. Een bord soep  heeft nog nooit zo lekker gemaakt!

De rest van de middag relaxen we in de lounge van het guesthouse en drinken we een biertje. Zo’n biertje is duur (7 euro), maar je geniet er dan wel echt van! ’s Avonds eten we bij het guesthouse en gaan we op tijd naar bed voor een volgende reisdag. Doordat we zoveel reizen en zien lijkt het alsof we hier al weken zitten, zo grappig!

Met veel spierpijn word ik wakker, zo’n dagje paardrijden en raften ga je toch wel voelen in de armpjes en beentjes! We ontbijten weer lekker en gaan vervolgens op pad. We stoppen onderweg bij de bordjes die een bezienswaardigheid aangeven. Soms blijven we lui in de auto en lezen we de informatie van een bepaalde steen of rots, maar vaak gaan we er even uit voor een foto. Je komt onderweg genoeg moois tegen 🙂

We zijn nu echt lekker Noordelijk in IJsland en dat is ook wel flink te merken. De regen klettert op onze ramen en buiten staat er veel wind. We vinden het niet zo erg, dit was wel echt hoe we ons IJsland hadden voorgesteld!

Halverwege de dag stoppen we bij Akureyri, één van de grotere steden in IJsland. Om dit even te benadrukken: ze hadden hier zelfs een sushirestaurant! Helaas was de lunchdeal hier al van afgelopen en zou het een duur grapje worden. Bovendien zijn we nu op doorreis en is het een beetje zonde van de tijd om lang te lunchen. Naar de Subway dan maar, weer eens wat anders dan een tankstationlunch!

In Akureyri bezoeken we het kerkje en een mooie botanische tuin. Vervolgens rijden we door naar een plek waarvan mijn verstand eigenlijk zei dat we hier maar niet heen moesten gaan, maar waarvan mijn nieuwsgierigheid het toch won! Mijn schoonmoeder en schoonzus gaven namelijk al aan dat het niet de moeite zou zijn…

Na zo’n 10 minuten rijden komen we aan bij ‘Christmas village’, waar twee winkels een enorme toeristische trekpleister vormen. Heel grappig om hier in augustus rond te kijken! Stiekem vind ik het hier wel fantastisch en luister ik met plezier naar de kerstliedjes in het IJslands. In de winkel verkopen ze kneuterige kerstspulletjes en ik word er helemaal blij van haha. Ondanks dat het hier behoorlijk koud is (op zich dus best Kerstig), zien we veel mensen met een ijsje lopen. Respect!

Na zo’n 10 minuutjes hebben we het inderdaad wel gezien en rijden we verder naar de volgende attractie: De Godafoss, een enorme waterval. Onderweg hiernaartoe bel ik even met Dorinde en we kletsten even bij. Grappig hoe enorm verschillend onze vakanties zijn!

Even later komen we aan bij de waterval, die lekker wild is. Na wat geklauter kunnen we mooi dichtbij kijken. In heel IJsland kom je onderweg zoveel watervallen tegen dat dit bijna normaal wordt. Zo’n grote jongen blijft natuurlijk wel gaaf om te zien!

Vervolgens rijden we verder in een stukje niemandsland en rond 16:00 komen we aan bij het volgende guesthouse in Klambrasel/Langavatn, een enorm schattige plek met een paar vrijstaande hutjes. We mogen zelf kiezen in welk hutje we willen verblijven en we kiezen uiteindelijk voor de warmste ;). Leuk, want daar lopen op dat moment allemaal schapen omheen, haha. Vervolgens lezen we wat in de lounge en maken we een gezellig praatje met de gastvrouw. We vertellen dat we die avond nog een walvistocht gaan doen in Husavik. Ze raadt ons aan om de organisatie even te bellen, omdat de tochten van vandaag allemaal zijn geannuleerd vanwege het onstuimige weer. En inderdaad, ook onze tocht zou vanavond niet doorgaan. Jammer! Wel kunnen we voor de volgende ochtend reserveren, duimen dat dit dan wel zal lukken!

Op aanraden van de gastvrouw rijden we ’s avonds alsnog naar Husavik om daar lekker te eten. We komen terecht in een soort huiskamertje waar we ontzettend lekker hebben gegeten. Er zaten hier veel locals, dat zegt altijd genoeg!

’s Avonds hebben we nog even gerelaxed in het guesthouse en zijn daarna gaan slapen. Op naar de volgende dag, met hopelijk een walvistocht!

Na ons eerste nachtje in Laugarbakki hebben we vandaag een dag vrij. Maanden geleden hebben we in Nederland al bedacht hoe we dit zouden opvullen, namelijk met een combi-excursie van paardrijden en raften. Tijdens het boeken was ik stiekem best verrast dat mijn vriend openstond voor een paardrijtochtje!

Aangezien het een autorit van zo’n anderhalf uur is en we om 10:00 bij de paarden worden verwacht, stappen we na een flink ontbijt lekker vroeg de auto in. We rijden van Laugarbakki naar Vermahlid, waar de wolken laag in de bergen hangen en er wel een regenbuitje aan zit te komen. “Heb jij je regenbroek mee? Nee, jij?” Hahaha, super dit. “Nou ja, op zich we zijn over 12 uur alweer thuis… ;)”

De paardenstal ligt in een mooie vallei en zo’n 50 IJslanders staan op de heuvel te grazen (de paarden dus, hahaha). De vertrouwde paardenlucht komt me tegemoet en ik heb er echt zin in! Uiteindelijk zijn we met nog twee Duitse meisjes met z’n vieren, met een gezellige Noorse gids. Behalve ik is iedereen beginner, waardoor we een rustig tochtje van twee uur zullen maken. Het leuke van IJslanders is dat ze naast stap, draf en galop nog twee extra gangen hebben, waarvan de Tölt het meest bekend is. De paarden rennen dan op zo’n manier, dat je eigenlijk op een soort stoel zit dat helemaal niet hobbelt.

Op een gegeven moment vraagt de gids ons of we een stukje in Tölt willen proberen. Het is alsof de paarden op dat moment een code afspreken: ze schieten er plotseling keihard (in galop!) vandoor. Voor de beginners moet dit echt doodeng zijn geweest, zelf vond ik het natuurlijk wel stoer! De gids zet haar paard even later handig voor de losgeslagen paardjes en kan ze weer weer tot bedaren brengen. Gelukkig is iedereen blijven zitten! Mijn vriend vond het stiekem ook wel cool: “nu kan je me nooit meer beginner noemen ;)” Uiteindelijk gebeurt dit op de berg nog een keer, de paarden hebben er overduidelijk zin in. Onze tocht sluiten we af met een stukje door het water en (“anyone afraid of heights“? – eh ja ik, maar ik zeg lekker niks ;)) zo’n dertig meter langs een eng richeltje met een ravijn naast ons. Wat zijn die IJslanders stoere, onbevreesde paarden!

Voordat we gaan raften, hebben we nog zo’n tweeënhalf uur de tijd om te lunchen. Mijn lunch bestaat uit een warme chocolademelk met een flinke berg patat: soms is het wel eens lastig om hier iets vegetarisch te vinden. Vaak lunchen we bij een tankstation, daar zit meestal een wat betaalbaarder restaurantje bij. Voor een gemiddelde lunch betalen we zo’n 25 euro met z’n tweeën.

Op de raftlocatie worden we als groep van 19 mensen bij elkaar gezet, wij zullen straks over drie rafts verdeeld worden. De gids, Ryan, is een enorm vrolijke hippie uit Nieuw-Zeeland en maakt er echt wat gezelligs van. Na de uitleg, het omkleden in de juiste kleding (drysuit, laarsjes, hoofdkapje, muts, handschoenen, reddingsvest) en een kort busritje naar de West Glacier River, stappen we een klein uur later de raft in. Mijn vriend en ik zitten samen met een Duitse familie bij een Nepalese gids en het is hartstikke gezellig. Het raften is spectaculeir tussen de vele rotsen, bergen en mooie watervallen. Af en toe komen we een paar suïcidale schapen tegen, echt: wat moeten ze precies op dat dunne richeltje terwijl er daaromheen genoeg veilig gras is?!?

We zijn een goed team en luisteren goed naar de instructies van de gids: “Forward!! Backward! Everybody down!! Left forward, now STOP!!” We zoeven door de rivier en worden kleddernat, lachen! Halverwege stoppen we en beloven de gidsen ons een kleine verrassing. Ze maken een ton open en halen daar allemaal bekers uit. De Nieuw-Zeelander wijst vervolgens naar een warmwaterbron: “hier kun je kokend water pakken. Kom daarna langs ons voor een schepje chocoladepoeder.” Dit was zo leuk! Heerlijk kneuterig met z’n allen aan de chocolademelk tussen de klotsende rivier. Even later mochten we nog even zwemmen (zoutzakgevoel wanneer je weer ‘opgetakeld’ moest worden) en na zo’n twee uur raften was ook dit avontuur klaar. ’s Avonds eten we een lekkere vegaburger bij een benzinestation en we zijn rond 9 uur weer in het hotel. Wat een toffe dag!!

 

Na een prima nachtje staan mijn vriend en ik rond half 8 op om te gaan ontbijten. Bij het ontbijt zijn er naast de standaard broodjes en beleg ook lekkere kaasjes, wafels, koekjes, een soort olie waarvan ik niet snap wat de bedoeling is, kaviaar, haring en Skyr te vinden. Lekker, echt IJslands!

Na het ontbijt checken we uit en rijden we nog even langs de kerk van Reykjavik. De vorm van deze kerk is gebaseerd op een Drakkar (vikingsboot) en ziet er een beetje uit als een enorm orgel. Binnenin schijnt er ook een enorm orgel te staan. Cool! Helaas waren de deuren niet open, dus ik moet ze maar op hun woord geloven 😉 Bij een supermarktje kopen we vervolgens heel random wat gefrituurde zeewier (smaakt naar sushi!) en gaan vervolgens op pad!

Onze eerste stop is bij een heel grappig landgoed dat ‘Rock ’n Troll’ heet. Het is een prachtig stukje natuur waar je ook een trollenwandeling kunt maken. Overal op de route staan trollenstandbeelden opgesteld, heel leuk om te zien! Het verhaal gaat dat ze ’s nachts actief zijn en verstenen bij de eerste zonnestralen. Daarnaast kunnen ze niet tegen kerkgeluid en eten ze mensen, het liefst kinderen. Het was dus best spannend om met zo’n trol op de foto te gaan 😉

Niet ver hier vandaan stopten we bij Deildartunguhver, de grootste hete bron van IJsland. Het water spuit hier flink de lucht in en is zo’n 100 graden. Sinds een paar jaar is het toerisme op IJsland enorm gegroeid, voornamelijk doordat de serie Game of Thrones hier opnames heeft gehad. Hierdoor zijn er nu overal door het land splinternieuwe (design)hotels en restaurants bijgekomen, waaronder ook op deze plek. Van de buitenkant ziet het er vaak wat sober/pauper uit (volgens mij is dat om zoveel mogelijk de natuur te respecteren en niet uit te blinken met gekke kleuren of vormen), maar vanbinnen is het vaak heel mooi.

Na een lekker kopje koffie (hashtag tuttig, hashtag burgelijk, ik kan de toets op het toetsenbord weer eens niet vinden, hahaha) vervolgt onze weg naar de watervallen Hraunfossar en Barnafoss. Vooral Hraunfossar is heel cool, omdat de waterval onder een lavaveld vandaan lijkt te komen. Ik ben hier lekker toeristisch bezig geweest met mijn selfiestick haha, wat een prachtige plek!

Hierna zijn we weer gaan rijden. We wisselen elkaar een beetje af, zodat we allebei goed  naar buiten kunnen kijken. Onderweg stoppen we een paar keer als we een mooi bordje zien of als er ergens meer dan 4 auto’s geparkeerd staan, haha. Het is zo rustig hier, bijna geen toerist te zien! Waar de Nederlanders normaal overal te vinden zijn, lijken we hier sterk in de minderheid. We komen nu vooral Duitse gezelschappen tegen.

Rond drie uur komen we aan in ons hotel in Laugarbakki, dit ligt al flink in het Noorden van IJsland. Het hotel (ook een voorbeeld foeilelijk van buiten, mooi van binnen) ligt in the middle of nowwhere en staat flink op de tocht: ik ben blij dat ik mijn koffer volgeladen heb met fleece truien. Wel een top uitzicht! We ploffen heel even neer op bed en stappen vervolgens weer in de auto om een rondje te rijden over het schiereiland Vatsnes. Het rondje blijkt best wel een ronde (wat is het vergrootwoord van rondje?) te zijn, we hadden dit een beetje onderschat, oeps! Dit komt vooral door het feit dat het een onverharde weg is. Toch is het wel heel mooi en we rijden langs een vuurtoren, een plek waar zeehonden zwemmen en een gave rots in de zee dat lijkt op een prehistorisch dier.

Met vuurrode, moeie wangen komen we om zes uur weer aan in het hotel, waar we een tafel hebben gereserveerd. Ik eet een paddenstoelenrisotto, goed eten hier hoor! Na het eten kruip ik achter de hotelcomputer en schrijf ik mijn eerste reisblog. Vervolgens lees ik nog wat en kruip ik op tijd in bed. Wat een mooie en afwisselende dag! (Fun fact: mijn vriend en ik hebben hier chronisch muziek van Lord of the Rings in ons hoofd. Het is hier zo filmisch!)