“Ah shit, ze is er wel.”

“Ben m’n boek vergeten.”

“Cool, ik snap het!”

“Dat stond niet op magister hoor!”

“Echt, hadden we huiswerk?!”

“Fakk, we hebben die week 3 toetsen!”

“Geen idee hoor mevrouw, ik kan toch geen Frans.”

“Heeft u de cijfers al?”

“Ik maak mijn huiswerk thuis wel.”

“Jajaja, ik ga al aan het werk.”

“Kan ik hier een foto van maken?”

“Lol, ik heb het echt helemaal verkeerd gedaan.”

“Mogen we iets eerder weg, mevrouw?”

“Nouweeh ik snap het niet hoor.”

“Oooo, dát zei u!”

“Pas op, telefoon weg. Ze komt eraan!”

“Qu’est-ce que c’est en néerlandais?”

“Raymon heeft mijn pen afgepakt, mevrouw!”

“Stilllllll, anders moeten we langer blijven!”

“T stinkt hier! Heeft hier net een brugklas gezeten ofzo?!”

“U wilt toch ook naar huis, mevrouw?”

“Volgende keer heb ik echt mijn boek mee hoor!”

“Welke bladzijde?”

“Xnaphetniet.”

“Yes, kahoot!’

“Zet u het huiswerk op magister?”

Bekijk bericht

(Tijdens de basisschool) Al een paar jaar zit ik op pianoles. Om de week, op de dinsdagmiddag. Mijn zus gaat op de andere week. Elke keer als het ‘mijn’ beurt is, word ik lichtelijk nerveus. De pianojuf kan best streng zijn en ik ben niet bepaald een natuurtalent. Ik kan het best hoor, melodietjes spelen en het goede ritme aanhouden. Het klinkt allemaal best leuk en ik heb er op zich ook wel plezier in. Maare… noten lezen… oei oei oei. Ik bak er niks van. Op de één of andere manier komt het maar niet in mijn hoofd. Toegegeven: ik heb er nooit echt een flinke studie van gemaakt, maar het blijft gewoon een beetje onlogisch in mijn hoofd. Flink gebluf dus altijd.

“Vandaag gaan we met een nieuw liedje beginnen! Probeer maar.” De horror. Dat het zweet je uitbreekt. Welke noot is dit ook alweer? Eh, wacht ik ken de C. Die zit daar. Even tellen, één, twee, drie, vier omhoog.. Ok dan is dit de G. Op goed gevoel mik ik op de eerste toets. De pianojuf knikt bemoedigend. Ok, het begin gaat goed. Een beetje herhaling, veilig bij de G. Ik speel verder en het gaat best redelijk, totdat het liedje verandert en de noten ineens omhoog schieten. Ik heb geen tijd om te tellen en ik beweeg mijn vingers een paar toetsen naar rechts. Het klinkt nergens naar. Nog een paar keer probeer ik het opnieuw, maar ik val behoorlijk door de mand. “Stop maar, Laura! Ik speel het wel even voor…” Pfieeuw, gered. Naspelen kan ik wel. “Denk je om de vingerzetting?” Afkeurend kijkt ze hoe ik met mijn vingers over de toetsen rommel. “Twintig minuten per dag oefenen hè, doe je dat netjes?”

Thuis speel ik die avond als een malle. Twee weken later stap ik weer zwetend op de fiets.

Bekijk bericht

Na de les ligt er nog een blauwe brillenkoker op een tafel. Ik weet niet meer precies wie er gezeten heeft, dus ik besluit de hele klas een mailtje te sturen via Magister. Om de details zo goed mogelijk over te brengen, meld ik ook de naam van het merk in mijn bericht.

Bonjour la classe,

Ik heb gisteren een blauwe brillenkoker van Niki Minn gevonden. Is deze van één van jullie?

Groetjes,

Madame Den Boer

 

Niet veel later krijg ik een berichtje terug:

Nee. Er zit geen Niki Minn in onze klas.

Bekijk bericht

Zo, daar zitten we dan. Kamperen op bed. Voordat de ‘vloerman’ kwam, heb ik nog even snel een wc-rol (vooruitziende blik!), de waterkoker, theezakjes, een beker en een zak chips boven gebracht. Ook legde ik de brugklastoetsen op bed. Lekker een avondje nakijken.

Mijn vriend zit momenteel in het buitenland voor zijn werk, dus met ‘we’ bedoel ik de katten en ik. De vloer staat in de nabewerkingsolie en we mogen er vanavond niet meer op lopen. Doordat we boven geen deur voor de trap hebben, moeten de katten noodgedwongen in een kamer worden opgesloten omdat ze anders gaan stempelen.

Uiteraard wordt het allemaal heel interessant voor de katten wanneer ze iets niet mogen. Als een stel pubers zitten ze voor de deur te miauwen, zeurend dat ze naar beneden willen. Niks ervan. Ga maar met de wc-rol spelen. Mama moet nakijken.

Bekijk bericht

Sinds we in ons nieuwe huis wonen, zit onze kat Darcy ineens op schoot. In al die 5 jaar heeft hij dat nooit heel boeiend gevonden, maar nu ineens springt hij op mijn knie. Een moment om te koesteren zo op deze zondagochtend.

Om 10:30 veer ik op van de bank. Knorrend en mopperend gaat Darcy van mijn schoot. Ik leg hem uit dat ik mijn tanden moet poetsen, omdat ik zo weg moet. Wanneer ik de trap richting de badkamer oploop, heb ik nog niets door. Ook niet wanneer ik de slaapkamer inloop. Je verwacht het gewoonweg niet.

Ineens hoor ik een zwakke ‘mieuw’ vanuit de slaapkamer. Oei, het lijkt er verdacht veel op dat dit geluid bij het raam vandaan komt. En jahoor, daar zit hij. James, mijn andere kat. Buiten op het richeltje van ons slaapkamerraam. BUITEN, terwijl hij al 5 jaar binnen leeft. Sufferd. Lichtelijk paniekerig kijkt hij mij aan en ik probeer kalm te blijven. Hoewel mijn hart in mijn keel bonkt, realiseer ik dat ik hem eerst moet ‘redden’. Ik zet het kiertje van het raam waardoor hij naar buiten is geklommen nog wat verder open en wurm mijn arm door het raam. James voert inmiddels een ongemakkelijke omkeermanoeuvre uit en ik weet hem even later bij zijn nekvel te grijpen. Ik trek hem naar binnen en geschrokken kijk ik hem aan. De staart van zoonlief is inmiddels zo erg opgezwollen, dat het me verbaast dat hij nog recht kan lopen.

Pas over een paar weken mogen de katten naar buiten. Voorzichtig, aan een lijntje. Ik heb James alvast goed de verkeersregels uitgelegd en aangegeven dat hij geen stunts meer mag uitvoeren waar mama de kriebels van krijgt. Hij leek het begrepen te hebben en rende vervolgens achter zijn bolletje aluminiumfolie aan. Prioriteiten.

Bekijk bericht