Boekenhumor #2: Harry Potter en de Geheime kamer

 

In deze rubriek beschrijven we de stukjes uit boeken waar we hardop om moesten lachen!

1. Harry en Ron zijn op een illegale manier naar school gereisd en worden op het matje geroepen bij professor Anderling:

‘Laten we onze spullen maar gaan halen,’ zei Ron op hopeloze toon. ‘Waar heb je het over, Wemel?’ blafte professor Anderling. ‘Nou, we worden toch van school gestuurd?’ zei Ron. Harry keek snel even naar Perkamentus. ‘Vandaag nog niet, meneer Wemel,’ zei Perkamentus. ‘Maar ik wil wel benadrukken dat jullie een ernstig vergrijp hebben begaan. Ik schrijf vanavond nog een brief aan jullie familie en als jullie hierna nog iets uithalen, zal ik gedwongen zijn jullie inderdaad van school te sturen. Sneep keek alsof zijn verjaardag plotseling was afgelast.

2. Harry en Ron zwerven ’s nachts door het kasteel:

Ze droegen dan wel de Onzichtbaarheidsmantel, maar dat wilde niet zeggen dat ze geen geluid konden maken en er was een heel hachelijk moment toen Ron zijn teen stootte op een paar meter van de plaats waar Sneep de wacht hield. Gelukkig nieste Sneep op vrijwel hetzelfde moment dat Ron vloekte.

3. Ginny vertelt aan Fred en George dat hun (bekakte) broer Percy een vriendinnetje heeft:

‘Daar gaan jullie hem toch niet mee plagen, hè?’ voegde ze er ongerust aan toe. ‘Ik zou niet durven,’ zei Fred, die keek alsof hij plotseling jarig was.

4. Harry en Ron hebben zojuist wisseldrank genomen en zijn nu veranderd in Korzel en Kwast, twee domme jongens uit Zwadderich:

‘We kunnen maar beter gaan,’ zei Harry, terwijl hij zijn horloge losmaakte omdat het in de dikke pols van Kwast sneed, en het in zijn zak deed. ‘We moeten er eerst nog achter zien te komen waar de leerlingenkamer van Zwadderich is. Ik hoop dat we iemand zien die we kunnen volgen…’ Ron staarde Harry aan en zei: ‘je weet niet hoe bizar het is om Kwast te zien nadenken.’

5. Het is Kerstmis en zijn uil Hedwig brengt hem cadeautjes:

Op dat moment kwam Hedwig binnenzweven, met een piepklein pakje in haar snavel. ‘Hallo,’ zei Harry blij toen ze op bed landde. ‘Ben je niet meer boos op me?’ Ze knabbelde liefdevol aan zijn oor, wat een heel wat beter geschenk was dan het cadeautje dat ze had meegebracht en dat van de Duffelingen bleek te zijn. Ze hadden Harry een tandenstoker gestuurd en een briefje waarin ze vroegen of hij tijdens de zomervakantie niet ook op Zweinstein kon blijven.

6. Professor Anderling vertelt dat de examens gewoon doorgaan:

Ron keek alsof hij gehoord had dat hij in het verboden bos mocht gaan wonen.

7. Het schooljaar is voorbij en de leerlingen zijn onderweg naar de trein:

‘Maar je oom en tante zullen toch zeker trots op je zijn?’ zei Hermelien, toen ze uitstapten en samen met de anderen naar het betoverde hek schuifelden. ‘Als ze horen wat je dit jaar allemaal hebt gedaan?’ ‘Trots?’ zei Harry. ‘Ben je gek? Al die keren dat ik dood had kunnen gaan en dat niet gedaan heb? Ik denk dat ze woest op me zijn…’

1 Reactie

  1. gerdiemar
    12 augustus 2017 / 8:19 am

    JKR weet aardig wat bizarre ironie/grimmige humor in haar teksten te vlechten en jij hebt de smakelijke stukjes uit de dikke pil je blogfans op eveneens smakelijke wijze voorgeschoteld. Da’s nog een hele uitzoekerij voor je!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge