Soms is het belangrijk om jezelf een beetje te verwennen. Dat kan wat mij betreft op allerlei manieren: een reep chocola, lekker een avondje niksen, of… een lekker stukje kaas kopen bij de kaasboer. Hoe burgerlijk wil je het hebben, hihi. In het dorp waar mijn ouders wonen zit een lekkere kaasboer. Ik ben toevallig bij hen op visite, dus ik besluit om er even heen te fietsen. Het is tegen zessen, maar aan het bordje voor de deur kan ik zien dat hij nog open is. Top!

Het is een wat aparte deur die ik niet één twee drie open krijg. Ik schuif en trek aan de deur, maar hij geeft niet mee. Onhandig kijk ik om me heen, maar er is niemand die mijn geklungel kan zien. Ik probeer nog eens de deur open te schuiven, maar weer lukt het niet. Ik tuur naar binnen om te zien of de winkel echt wel open is. In de hoek van de winkel zie ik een medewerker staan. Goed, toch open dus. Na nog een poging realiseer ik me dat de deur helemaal geen schuifdeur hoeft te zijn. Hoezo ga ik er per definitie vanuit dat het een schuifdeur is? Hoe vaak heeft een winkel een schuifdeur? Nonchalant duw ik de deur open. “Gaat lekker he!” hoor ik de medewerker zeggen. “Ja haha, maar het is gelukt hoor.” Ik kijk de man aan en zie dat hij een wenkbrauw naar me optrekt. Hij is aan het telefoneren en zijn opmerking was overduidelijk niet voor mij bedoeld. Ik voel me een beetje knullig. Ik wacht tot hij de telefoon neerlegt, bestel een geitenkaasje en ga snel weer naar buiten. Gelukkig gaf ‘ie nu wel mee, haha.

Het is vrijdagochtend en ik ben onderweg naar paardrijden. Gisteravond heb ik al een Whatsappje gekregen dat de weg naar stal afgesloten is in verband met wegwerkzaamheden, maar dat we aan de verkeersleiders kunnen vragen of ze ons er alsnog door kunnen laten.

Ruim op tijd zet ik mijn auto naast de verkeersleiders neer en ik draai mijn raampje naar beneden. “Goedemorgen! Ik ben onderweg naar stal, dat is daar verderop. Zou ik er misschien nog langs kunnen? – Goedemorgen meissie. Dat is goed, je kunt je auto verderop in de berm parkeren. Als je stapvoets achteruit rijdt, met je alarmlichten aan, kun je je auto mooi bij de andere auto’s neerzetten.” Ongelovig staar ik de man aan. “Achteruit?” De man glimlacht breed. “Dat kun jij!” Vervolgens legt hij uit dat dit nodig is vanwege de asfaltering. “Jullie kunnen vanmiddag dan direct wegrijden zonder te keren op het nieuwe asfalt.” Vooruit dan maar. Ik kijk even achterom om een inschatting te maken en zet mijn alarmlichten aan.

Na zo’n twintig seconden voel ik me echt belachelijk. Het is een stuk van zo’n 200 meter, vol met bochten en aan weerszijden water. Waarom moet ik dit in godesnaam achteruit doen? Oké, het verhaal van het asfalt klinkt logisch, maar ik kan toch ook wel wat verderop nog even keren? Na zo’n 2 minuten slingerend achteruit rijden kom ik uiteindelijk aan bij de berm, waar andere auto’s ook achteruit geparkeerd staan. Grinnikend stap ik uit en loop ik het erf op. “Moest jij ook achteruit? – Ja, pffff.” Gelukkig, ik ben niet de enige. Één voor één komen we allemaal aan en bespreken we deze gebeurtenis. “Ik slingerde bijna de sloot in. – Ik ging zo langzaam. – Dit voelde echt super nutteloos!”

Na een tijdje komt er iemand anders aan gelopen. “Ik rij hier al twee dagen en ik mocht gewoon vooruit hoor.” Iemand anders hoort ons ook en zegt: “oeps, ik denk dat dit mijn schuld is. Vanmorgen vroeg stelde ik voor om alvast achteruit te rijden, waarschijnlijk heeft hij dit voor de gein volgehouden bij jullie allemaal!” We barsten allemaal in lachen uit. “Goh, die man zal zich wel dood gelachen hebben, hahaha.”

Wanneer ik ’s middags weer langs de verkeersleider rij, draai ik mijn raam opnieuw open. “Zo, jij hebt wel gelachen hè vanmorgen? Ga eens op je kop staan, anders rij ik over je voeten heen!” Oké oké, dit laatste zei ik maar niet hardop;) Glimlachend wenst hij me een fijn weekend. Stiekem ben ik hem dankbaar voor weer een leuk blogje 😉

Wees eens eerlijk: had jij achteruit gereden? Het was ’s morgens vroeg en zijn beredenering klonk heel logisch. Er stonden allemaal grote machines en alle andere auto’s reden ook allemaal achteruit. Probeer ik mezelf er nu alsnog onderuit te praten, ja hè? 😉

Mijn vriend en ik hebben een huis gekocht! Afgelopen vrijdag hebben we de sleutel gekregen en we zijn er ontzettend blij mee :). Er moet een hoop gebeuren, waaronder het plaatsen van een nieuwe keuken en een nieuwe badkamer. Voorlopig zijn we er dus wel even zoet mee. Net nadat we de sleutel hebben gekregen bij de notaris, halen Laura en ik een statafel op bij familie. Handig voor bij het klussen, zodat je toch een soort tafel hebt om wat aan te drinken of te eten. Nadat we de statafel in de auto hebben gelegd, vraagt Laura of ik nog even mee ga. Ze moet een marktplaats pakketje brengen bij een jongen in hetzelfde dorp. “Prima!”

Sinds dit schooljaar werk ik op een andere school. Deze school is veel dichterbij mijn huidige (en straks nieuwe!) woonplaats, waardoor het qua reistijd een hoop scheelt. Een ‘nadeel’ daarvan is dan wel weer dat je leerlingen in het wild tegen kunt komen. We parkeren voor de deur van de jongen en bellen aan. Ik grap nog even tegen Laura dat het wel heel toevallig zou zijn als er nu een leerling van me open zou doen. Ze stelt me gerust door de voor- en achternaam van de jongen te noemen: die ken ik inderdaad niet.

Even lijkt het alsof er niemand thuis is, maar dan gaat uiteindelijk toch de deur open. Een jonge jongen doet de deur open en.. je raadt het al: het is een leerling van me. Het broertje van! Daar had ik nog niet over nagedacht, haha. We leveren af wat we af moeten leveren en gaan dan weer terug naar mijn huis. In het vervolg moet ik niet alleen de voornamen van leerlingen onthouden ;-).

 

Op Twitter kun je met weinig woorden (tegenwoordig weer wat meer!) een mini-anekdote kwijt. Vaak zijn deze berichtjes net te klein voor een volwaardige blogpost, maar samen vormen ze wel een leuk geheel! De afgelopen week Twitterden wij het volgende:

1. “Wat is dat?” Ik wijs naar een vaag grijs stipje op de muur. Het moment dat je vriend zich bijna tegen de muur drukt om in te zoomen. Horror. “Een spin.” #allebeigeenlenzenin #washetdestiekemerdtochbijnagelukt #glasenpapier #doeispin (Laura)

2. En dan dit hè. Ik: “geef toe, jij vind het toch ook chiller dat die spin nu buiten is?” Vriend: “mij maakt het niet uit hoor.” #pffff #suuuuure #oknoudanbenikhetwatje (Laura)

3. Water in de waterkoker, ondertussen ontbijt maken, water inschenken, zakje erin. Wat trekt die thee toch slecht…. Na zo’n minuut voel ik even aan m’n beker. #oeps #ijskoud #waterkokernietaangezet #opzichdoeikditpas15jaar (Laura)

4. Soms denk ik wel eens: “als mijn vriend mij nu zou zien dansen, zou ik zo weer single zijn.” Niet op de stoute, foute manier, maar gewoon ontzettend lelijk. Hahahahaha. #boeie #leukemuziek #swingeeeeen (Laura)

5. Lees ik deze tweet ‘uiterst onzeker’ voor aan mijn vriend, zegt hij: “als ik het zou moeten uitmaken voor al die keren dat ik jou lelijk heb zien dansen….” #thankshun (Laura)

6. De hele avond zijn ze flink aan het rondrennen, maar als je op het púnt staat om naar bed te gaan, komen ze allebei op schoot liggen. #kittens #overwegenomopdebanktegaanslapen #pastechtniet #maarzezijnzoschattig (Dorinde)

7. Na het douchen vind ik het altijd fijn om mezelf in de douchecabine af te drogen. Dat gaat altijd goed. Net besloot de douche echter om nog even wat druppels op mijn rug af te vuren, nét nadat ik helemaal droog was. #youdidthisonpurpose (Laura)

8. Eerste les met een klas. “Mevrouw, bent u vaak ziek?” #hopenopuitval #attent (Dorinde)

9. Net wanneer ik een slokje dubbelfris neem, benoemt mijn vriend vrolijk dat het pak goed was tot januari. Terwijl ik met tegenzin doorslik, pak ik de verpakking erbij. “11 oktober” lees ik -opgelucht- voor. #januariopzijnkop #thankgod (Dorinde)

10. Shit, 9234 stappen. #netgeentienduizend #fitbit #straksevenmetmijnarmgaanzwaaien #wandelenimiteren (Dorinde)

Het is donderdagochtend en ik ben op weg naar mijn werk. Ik heb vandaag het eerste uur vrij, een prima begin van de dag! Op een gegeven moment kom ik op een weg waar ik 30 km/u mag rijden omdat het binnen de bebouwde kom is. Een mooi, bosrijk stukje waar ik zonder tegenzin in een slakkengangetje relaxt doorheen rij.

Plotseling wordt mijn rustige moment bruut verstoord door een enórme spin die zich op mijn motorkap heeft laten vallen. Direct gaat er een rilling door me heen: grote spinnen zijn mijn ding niet zo. Hij kruipt langzaam vooruit op mijn motorkap en dan… Oh nee… Oh shit… begint hij op mijn voorruit te klimmen. Heel langzaam trekt hij zichzelf omhoog en vol walging kijk ik (met een schuin oog op de weg) toe hoe hij steeds meer op ooghoogte terechtkomt. Even overweeg ik om de ruitenwissers aan te doen, maar dat vind ik wel heel wreed. Dit dikkie kan er ook niets aan doen dat ik precies onder de boom langsreed waar hij zich zo nodig van af moest laten vallen. Ieeeeehl.

Op een gegeven moment is de spin zo ver gekropen dat hij op mijn dak verdwijnt. Pfieew, ik kan weer even rustig adem halen. Vervolgens begint de volgende horror: want uhhhl, straks valt hij er af, precies voor mijn neus! Rillend zit ik in de auto en probeer ik niet al te hard te remmen. Wat een griezelrit is het ineens geworden!

Wanneer ik bij school ben uitgestapt, kijk ik goed om me heen of ik de spin niet toevallig in de attack modus zie zitten, maar het valt gelukkig alles mee. Niet te vinden. Het idee dat hij zich misschien onder mijn auto heeft verstopt, druk ik weg. Overdrijven kan ook…

Toch ben ik op de terugweg intens dankbaar dat de bomen niet aan de linkerkant van de weg staan. Ik hoef er pas volgende week weer langs, nu heb ik rust. Fijn weekend!