“Hoo!” Ik hoor mezelf een kreetje uitslaken en ik kijk in mijn achteruitkijkspiegel. Niks aan de hand gelukkig, wel even beter opletten de volgende keer.

Na een paar minuten sta ik voor een stoplicht te wachten en de motorrijder die achter me reed, komt naast me staan. Hij klopt op het raam en ik schrik van deze actie. Oldskool draai ik mijn raam omlaag en ik zeg hem gedag.

“Hoi, je remlichten doen het niet meer.” Ik schrik van deze opmerking, dat is nog eens gevaarlijk! Ik bedank hem vriendelijk voor het doorgeven: zo kan ik actie ondernemen.

Inmiddels is de garage gebeld en staat de afspraak gepland. Stiekem duim ik natuurlijk dat er alleen een draadje is losgeschoten bij de hoge drempel waar ik zojuist overheen vloog.

Wanneer ik de parkeergarage inrijd, zie ik dat er een auto vóór me ook een plekje aan het zoeken is. Hij of zij neemt de tijd en ik rijd er geduldig achteraan. Langzaam gaan we de eerste bocht in. Nog steeds geen plekje. Volgende bocht. Nee, nog steeds geen plek. Wanneer we bijna het rondje weer rond zijn, verschijnen er na de bocht ineens drie lege plekken naast elkaar. Vlakbij de uitgang ook nog eens, top! De persoon voor me stuurt – heeel langzaam – de auto het eerste plekje op. Wanneer de auto eindelijk staat, kan ik er zelf ook naast gaan staan. Nieuwsgierig kijk ik naar rechts om te zien wie er in de auto zit. Een stokoude man (met stok!) stapt aan de passagierskant uit en loopt naar de voorkant van de auto. Hij begint de bestuurder te coachen: “kom maar Jan, ja, nog een klein stukje.” Schattig. De auto stond inderdaad 40 cm van de muur af, maar ik vraag me af of die extra 15 cm nou écht het verschil heeft gemaakt.

Ondertussen ben ik bezig om mijn zware tas en boodschappen uit mijn auto te sjouwen. Wanneer ik al mijn spullen bij elkaar heb, sluit ik mijn auto af en loop ik richting de uitgang waar de mannen nu ook naartoe sjokken. Bij een geparkeerde auto blijven ze even staan. “Nou, dit was pas een lastig plekje zeg.” De man wijst met zijn stok naar een auto die krapjes geparkeerd staat. “Hebben we toch maar goed voor elkaar gekregen.” Tevreden lopen ze verder, de mannen.

Fijn dat er naast alle bumperklevers en wegpiraten ook nog wat rustige mensen op de weg te vinden zijn ;-).

Na een lange werkdag ga ik nog even naar de supermarkt. Hop, snel de winkel in, die volle schooltas hoef ik niet helemaal mee zeulen. Doelgericht de boodschapjes pakken (vanavond wordt het pasta penne met zalm en broccoli) (en het brood en de boter waren op) (en brie is ook lekker). Dan door naar de kassa. Twijfelen of ik een tasje moet pakken. Nee, het past allemaal wel in mijn armen. Na het afrekenen met de spullen naar de auto strompelen. VALT PRECIES DE PASTA, het enige product dat echt kan breken. De boodschappen op de bijrijderstoel dumpen en dan lekker naar huis.

En dan hè. Dan komt de echte struggle. Ik heb de auto voor de deur geparkeerd, hooguit twee meter lopen. WAAROM vind ik het dan nodig om alles in één keer mee te nemen? Waarom niet twee keer lopen? Jas om mijn schouders knopen, handtas aan mijn schouder, schooltas op mijn rug, losse boodschappen in mijn armen. Er bij de voordeur achter komen dat ik de huissleutel nog niet uit mijn handtas heb gepakt. Brood mag even leunen op de vensterbank (ieuw, spinnenweb). Sleutel gevonden, moeilijk pielen om hem in het slot te krijgen omdat de broccoli en zalm niet handig in mijn hand liggen.

Eindelijk binnenstappen, katten als een idioot aan het miauwen waarom het zo lang duurt. Sjok sjok, tussendeur open, struikelen over de katten en dan eindelijk de tafel bereiken, waar ik alles met een flinke PLOF op smijt. Ernaar kijken en mezelf afvragen waar ik eigenlijk mee bezig ben met m’n nepefficiëntie.

Twee dagen geleden zat ik bij Laura in de tuin. “Ik ga even de kliko bij de weg zetten!” Laura loopt naar hun overvolle kliko toe en begint het zware ding weg te slapen. Ik krijg direct een binnenpretje wanneer ik terugdenk aan vroeger…

(15 jaar geleden)

“Dooor, kun jij de bruine bak even halen?” Het is weer zo ver, het konijnenhok moet worden verschoond. De bruine bak staat bij mijn ouders in de voortuin en moet even omgereden worden, een ritje van zo’n 50 meter. Laura en ik zijn om de beurt de ‘pineut’ om de bak te halen en deze keer ben ik aan de beurt. De bak wordt om de week geleegd en hij zit alweer aardig vol. Ik sleep de bak mee, ga de eerste hoek om en loop wat harder. Bij de tweede bocht gaat het mis. Ik struikel over een steen, val bijna voorover en laat de kliko voorover vallen. UHL. De restjes fruit, bladeren en aardappelschillen rollen over de weg. HAHA. Snel haal ik Laura erbij en proberen we de schade te beperken. Wat een geluk dat de konijnendrollen er nog niet in zaten ;-).

Vandaag zijn we gezellig een dagje op familiebezoek in Drenthe, waar we feestelijk in de tuin ontvangen worden. We hebben het over ons dagelijks leven, het heerlijke weer, de vakantie en over onze blog. “Knap hoor, hoe jullie toch elke dag weer een anekdote kunnen verzinnen. Er moet toch altijd maar weer wat gebeuren, hè.” Niet veel later poept er een vogel op mijn arm. Top!